Recensie

John Legend: vriendelijke barpianist met funk in zijn donder

De zanger liet in de Ziggo Dome horen dat hij soul kan zingen als de beste, maar in de loop van de show overwon de zwijmelmuziek.

Soms was hij vol vuur: John Legend vrijdag in de Ziggo Dome Andreas Terlaak

Zo jammer dat John Legend er zo’n gladde vertoning van maakte. Ergens halverwege zijn uitverkochte show in de Ziggo Dome leek het serieus dat de Amerikaanse zanger op weg was om nieuwe inhoud te geven aan het begrip soul. Marvin Gaye, Stevie Wonder en Curtis Mayfield waren al langs gekomen als inspiratoren en de meer dan uitstekende band had de schmoove en de groove om zowel de slaapkamer als de dansvloer te veroveren. Legend zong als een nachtegaal, in de mooiste falset die ooit een cover van Mayfields ‘Superfly’ heeft gesierd.

Zijn innerlijke Lionel Richie

Maar toen kreeg zijn innerlijke Lionel Richie de overhand. De 38-jarige zanger in zijn goudkleurige smokingjasje heeft nog altijd iets van een vriendelijke barpianist, die dankzij het succes van hits als ‘Ordinary People’ achter de piano vandaan kon komen voor de grootschalige soulshows die hij nu geeft. Hij is een muzikant pur sang met een stem als een klok en het vermogen om hitmuziek, filmmuziek en soulmuziek in een aantrekkelijk pakket samen te binden. Zijn bijdragen aan films als La La Land, Whiplash en Selma reiken tot in Hollywood. Bij zijn samenwerking met The Roots op het album Wake Up! (2010) koppelde hij het ware soulgevoel aan een maatschappijkritische levensvisie.

Vrijdag in de Ziggo Dome kreeg het sentiment de overhand, in het liedje dat hij speelde voor zijn jonge dochter en de projectie van schattige baby’tjes bij het nummer ‘You & I’. Teken aan de wand was dat het titelnummer van zijn laatste album ‘Darkness and Light’ ook een ballad is. Het tempo werd telkens naar beneden geschroefd als hij zich achter de vleugel zette voor alweer zo’n zwijmelnummer. Wat een geweldig optreden had het kunnen zijn als Legend zich vaker mee had laten slepen door de sensuele groove van ‘Used to Love You’ en ‘Who Do We Think We Are’, waarin hij sfeer en diepgang benaderde van Marvin Gaye op zijn best.

Na ‘Ordinary People’ volgde het flauwe effect van een omhoog getilde piano bij ‘So High’, alsof Joop van den Ende hier de theatrale effecten bedacht had. De sterrenhemel bij ‘All of Me’ was het zoveelste kitscheffect en bij ‘Glory’ werden beelden getoond van de Black Lives Matter-beweging. Heel nobel, maar als John Legend werkelijk invloed zou willen uitoefenen op maatschappelijke bewegingen zou hij zijn muziek uit de slaapstand wrikken en de funk die hij wel degelijk in zijn donder heeft, de vrije loop geven.