Column

Holland boven

column; Hugo Camps; columnist

We kunnen op deze zondag niet met vrouw en kinderen het bos in. Tom Dumoulin een derde wereldtitel zien pakken op de weg in het Noorse Bergen is voor Nederlandse begrippen als een maanlanding. Knielend in een surplace voor het onmogelijke is nog het enige.

De WK wielrennen zijn met een zelden geziene overmacht uitgedraaid op Hollands glorie. Genderzacht, want tussen de mannen en de vrouwen is geen verschil in medailleoogst. Dat is op zich al uniek en als daar nog twee wegtitels zouden bijkomen, zijn we op slag het grootste wielerland van Europa. Het parcours is niet helemaal het pakkie-an van Dumoulin, maar Team Holland is in de breedte een armada, en dan is veel mogelijk.

De dominantie van Sunweb doet denken aan de gouden jaren van de Raleighploeg van Peter Post met kleppers als Jan Raas, Gerrie Knetemann, Joop Zoetemelk, Henk Lubberding. Jarenlang was de formatie de schrik van het peloton.

Metamorfose van Bataaf tot kannibaal. De exploten van Annemiek van Vleuten verdienen een avondvullende documentaire onder de titel: ‘Geen pijn was haar te veel.’

Tom Dumoulin kent geen pijn. Toch niet dat je het kunt zien. Hij is een curiosum van staal geworden. Alleen zijn filosofische lachje is hetzelfde gebleven.

Tijdrijders zijn de adel van de wielersport. Denk aan Jacques Anquetil, Miguel Indurain, Fabian Cancellara, Tony Martin…. Zij straalden iets uit wat je bij sprinters niet terugziet. Het wonder der compactheid. En ook: tijdrijders zijn characters.

De nieuwe wereldkampioen Tom Dumoulin is dat zeker. Daarnaast pedaleur de charme die zijn gelijke niet kent in de aerodynamica. Zijn meesterschap op de Mount Fløyen was overweldigend. In kracht en schoonheid, in souplesse en timing. Zoals hij het WK in Bergen won, werd tijdrijden een combinatie van kunst en wetenschap. De Maastrichtenaar dacht er eerst nog aan om arts te worden – nou, hij weet wat een lichaam is.

Annemiek van Vleuten is een al even gepolijste tempobeul. Ik zie haar nog verhakkeld in die greppel in Rio liggen na een horrorcrash. Ze was toen ook op weg naar goud. Dumoulin, Van Vleuten, Van der Breggen… het Nederlandse cyclisme overtroeft Europa.

Ze hebben ook nog de sierlijkheid van een zwaan. Waar Joop Zoetemelk schots en scheef in zijn klikpedaal hing en Jerommeke Blijlevens vanuit een katapult sprintte, zie je nu bij Sunweb mannequins op de fiets. Niet één natte dweil in het zadel. Het Nederlandse wielrennen is in alles Latijnser geworden, met nog meer oerkracht.

Theoretisch kunnen Tom Dumoulin en zelfs Lars Boom zondag perfect wereldkampioen worden. Maar een WK is te grillig voor theorieën. Het parcours, het vormpeil, het weer spelen ook een rol. De genade van de dag is niet te monopoliseren in ondeelbaarheid. Trentin, Alaphilippe, Van Avermaet en Gilbert zijn ook bedreven in het genadesprookje. Voor de ene is het parcours in Bergen een stukje Ronde van Vlaanderen, een ander ziet het gekronkel van de Amstel Gold Race terug. En zelfs de rassprinters zijn niet bij voorbaat uitgeteld.

De belangstelling in Bergen is overweldigend. Op de klimmetjes danst en schreeuwt de Noorse menigte op de cadans van de pedaalslagen. Ook zij zijn Latijnser geworden.

De vraag blijft: wie rijdt Peter Sagan uit het wiel? Het is de laatste tijd verdacht stil gebleven rond deze kannibaal.

Hugo Camps is journalist, columnist en schrijver