Zo werkt het Duitse kiesstelsel

Twee stemmen Duitsland kiest zondag een nieuwe Bondsdag. Kiesgerechtigden brengen daarbij twee stemmen uit.

Een Duits stembiljet uit 2009. Kiezers brengen twee stemmen uit: een op een lokale kandidaat, en een op een partij.

Het Duitse kiesstelsel heeft enkele eigenaardigheden. Iedere kiezer mag twee stemmen uitbrengen: één op een persoon, en één op een partij. En: de Bondsdag heeft niet een vast aantal zetels en dreigt steeds verder uit te dijen. De Bondsdag kan zo groot worden dat het onwerkbaar wordt.

Met je eerste stem, de zogeheten Erststimme, kan je in Duitsland kiezen welke kandidaat uit je eigen kiesdistrict in de Bondsdag komt. Dit is een ‘personenstem’. Links op het stembiljet staan namen van politici uit jouw district. Wie in een kiesdistrict de meeste stemmen krijgt, komt met een zogeheten ‘Direktmandat’ in de Bondsdag. Zo zijn alle 299 districten in de Duitse Tweede Kamer vertegenwoordigd, en is de helft van de zetels bezet. Op de andere zetels komen kandidaten die op de lijsten van de partijen staan.

Zweitstimme

De tweede stem, de Zweitstimme, is de belangrijkste. Hiermee stem je niet op een persoon, maar op een partij – rechts op het biljet. Deze ‘partijstemmen’ zijn bepalend voor de zetelverdeling in de Bondsdag.

Hoe meer Zweitstimme een partij krijgt, hoe meer zetels ze krijgt in de Bondsdag. Voorwaarde om in het parlement te komen, is wel dat een partij ten minste 5 procent van alle Zweitstimme krijgt (of ten minste drie Direktmandate). Dat is de kiesdrempel, die voorkomt dat kleine partijtjes het parlement versnipperen.

Duitse kiezers kunnen, als ze willen, hun twee stemmen verdelen over verschillende partijen (Stimmensplittung). Doorgaans maakt zo’n 20 tot 25 procent van de Duitse kiezers van deze mogelijkheid gebruik.

Groeiende Bondsdag

De Bondsdag heeft minimaal 598 zetels, maar bij de vorige verkiezingen is het zeteltal gegroeid tot 630 en nu dreigt verdere groei. Dat zit zo: een partij kan via de Eerste Stem meer Direktmandate krijgen dan waarop ze eigenlijk recht heeft op basis van de Zweitstimme. Maar de direct gekozen kandidaten uit de districten moéten in het parlement komen, want afgesproken is nu eenmaal dat iedereen met een Direktmandat recht heeft op een zetel. Dus worden er extra zetels voor hen bijgezet, de zogeheten Overhangmandaten. Zo groeit het aantal leden van de Bondsdag.

Maar die extra toegekende zetels leveren weer een ánder probleem op. Want zij veranderen de krachtsverhouding tussen de partijen, zoals die tot stand gekomen is op basis van de Tweede Stem. De oplossing is: nóg meer zetels bijschuiven. Als een partij dankzij veel Direktmandate meer zetels heeft dan waar ze eigenlijk recht op heeft op basis van de Zweitstimme, worden de andere partijen daarvoor gecompenseerd – ook zij krijgen nu extra zetels, de zogeheten Ausgleichsmandaten (compensatiemandaten).

Onwerkbaar

Scheidend parlementsvoorzitter Norbert Lammert (CDU) heeft gewaarschuwd dat de Bondsdag zó sterk kan opzwellen dat het onwerkbaar wordt – en heel duur, want alle parlementsleden hebben medewerkers en kantoorruimte nodig. Maar zijn voorstel een grens aan het uitdijen te stellen, heeft het niet gehaald.

Snappen de Duitsers hun eigen ingewikkelde systeem eigenlijk wel? „De meesten begrijpen niet precies hoe de uiteindelijke zetelverdeling tot stand komt”, zegt Joachim Behnke, politicoloog aan de Zeppelin Universiteit in Friedrichshafen. „Maar ze begrijpen er genoeg van om hun stem te kunnen uitbrengen op de kandidaat en partij van hun keuze.” Volgens Norbert Lammert is „nog geen handvol Bondsdagleden in staat zonder problemen uit te leggen hoe de berekening van de zetels per partij precies werkt”.