Het Schip wordt weer bewaakt

Architectuur

Woensdag werd de eerste leeuwenkop teruggeplaatst op Het Schip, het beroemde Amsterdamse-Schoolgebouw dat nu wordt gerestaureerd.

De kenmerkende Leeuwenkop wordt op het dak van Het Schip gehesen. Foto Remco Koers

Groot en zwaar is de leeuwenkop die woensdag weer op een torentje is gezet van museum Het Schip, het beroemde arbeiderspaleis in de stijl van de Amsterdamse School uit 1919 in de Spaardammerbuurt dat nu wordt gerestaureerd. Zes ton weegt de anderhalve meter hoge sculptuur, die over een paar maanden gezelschap krijgt van een tweede leeuwenkop.

Maar is het eigenlijk wel een leeuw? Zeker, in de ribbels van bakstenen kun je manen zien en in de schuine potbuizen tanden. „Maar eigenlijk weten we niet precies wat de beelden betekenen”, zegt Cisca van der Leeden, de projectmanager die voor woningstichting Eigen Haard de restauratie begeleidde van Het Schip, die in maart 2018 moet zijn voltooid. „Sommigen beweren dat het inderdaad leeuwen zijn, die verwijzen naar het koningshuis en de Leeuw van Oranje. Maar Michel de Klerk, de architect van het Schip en ontwerper van de sculptuur, was een socialist. Anderen beweren daarom dat de koppen van naga’s zijn, Aziatische draken. Dat zou heel goed kunnen, want de Amsterdamse School kende tal van Indonesische invloeden. Zo heeft het vergaderhuisje op het binnenterrein de vorm van een Indonesische draagbaar.”

Wat ze ook zijn, in de loop van de 20ste eeuw veranderden de beelden in schimmen van de originelen. Eerst werden ze in 1956 vervangen door niet al te nauwkeurig nagemaakte nieuwe koppen. In 1977 maakten die op hun beurt bij een restauratie van Het Schip plaats voor kopieën van inferieure materialen. „Er was dan ook weinig over van de beelden toen Eigen Haard in 2013 tot restauratie van het Rijksmonument besloot”, zegt Van der Leeden. „Probleem was dat er geen oorspronkelijke ontwerptekeningen meer van zijn. Foto’s van vlak voor de renovatie in 1956 en de enige schets van De Klerk die bewaard is gebleven, vormden nu de basis. Archivolt architecten maakten 3D-computermodellen gemaakt en Van Milt restaurateuren vervolgens de beelden.”

Een van de moeilijkheden was het vinden van de juiste materialen. „We wilden harde materialen die langer meegaan dan twintig jaar”, vertelt Van der Leeden. „Uiteindelijk kwamen we uit bij dubbel hard gebakken tegels.” Ook het vinden van de juiste bakstenen, niet alleen van de beelden maar van het hele arbeiderspaleis, duurde lang. „Bijna duizend vierkante meter van de bakstenen gevels wordt nu vervangen, en het is voor het beeld van het gebouw essentieel dat de nieuwe stenen precies dezelfde kleur én textuur hebben als de oorspronkelijke. Probleem is dat bakstenen nu op een andere en schonere wijze worden geproduceerd dan een eeuw geleden. Ook de klei zelf is nu anders. Maar we hebben een bedrijf gevonden, Zilverschoon in Randwijk, dat de nieuwe stenen er precies zo kon laten uitzien als de oude. Het is zelfs gelukt om de nieuwe stenen dezelfde textuur te geven als de oude stenen. Het is nu alsof de nieuwe ook een eeuw weer en wind hebben getrotseerd.”