Goochelen met een trappetje

Vandaag een raadsel dat – hopelijk – makkelijker is dan dat van vorige week. Het is van Richard Wiseman, die helemaal geen wiskundige is. Hij is psycholoog en goochelaar. Maar hij houdt ook van wiskunde. Misschien is dat wel zo omdat hij als psycholoog wil weten hoe mensen kijken en denken. En omdat hij als goochelaar weet dat je soms iets níet ziet omdat je precies op de verkeerde dingen let.

Het raadsel staat hiernaast: Een figuur met links een korte zijde van 8 centimeter en onder een lange zijde van 15 centimeter. En met rechts een soort trappetje. De vraag is: wat is de omtrek van die figuur? Ofwel: hoe lang is de zwarte lijn als je die één keer helemaal langsloopt?

Het is niet leuk om hier meteen het antwoord te geven. Vooral omdat je het meteen ziet, als je het eenmaal weet. Eerst zelf denken en kijken dus.

Zijn alle hoeken recht? Ja.

Wat zou je dus bijvoorbeeld kunnen doen? Een idee?

Een goochelaar zou misschien een heel verhaal houden over dat trappetje. Hoe elke dag iemand de treden beklimt. En dat die te smal zijn. Of te breed. En dat de trap eigenlijk niet hoog genoeg is. Allemaal afleiding. Zo klinkt het ingewikkelder dan het is.

Want kijk. Het is gewoon een beetje schuiven. Schuif de verticale lijnstukken van de twee bovenste ‘treden’ naar rechts, zodat er vanaf de rechter benedenhoek één rechte lijn naar boven loopt. En schuif de twee horizontale lijnstukken van de laagste treden naar boven. Dan heb je gewoon een rechttoe-rechtaan rechthoek. Van 8 bij 15 centimeter. Met een omtrek van 46 centimeter dus. Eitje.