Column

Er is meer rechtspraak nodig, niet minder

In het zomerreces mocht ik collega’s bijpraten over het recht. Dan worden er opeens simpele vragen gesteld, die vrij moeilijk zijn. Hoeveel conflicten zijn er eigenlijk? Wat is nou precies de relevantie van rechtspraak? Is rechtspraak wel de aandacht waard die we er aan geven? Waar kun je ‘recht in actie’ nog meer zien, behalve in de rechtbank? Bij de rechtspraak belanden namelijk veel minder conflicten dan je geneigd bent te denken. Volgens het vijfjaarlijkse Geschilbeslechtingsdeltaonderzoek (echt, zo heet het) spannen burgers en bedrijven maar in vier procent van alle rechtsproblemen een rechtszaak aan. Procederen is dus impopulair en de belangstelling ervoor neemt ook nog af. Is dat nu een goed teken, of juist niet?

Vrijwel alles wordt kennelijk anders afgedaan – door klachtencommissies, ombudslieden, verzekeraars, mediators, advocaten etc. Veel blijft ook onopgelost. Het wordt ingeslikt, afgeschreven of blijft smeulen. Mensen die hun recht niet krijgen worden bitter – het is bij de ‘rijdende rechters’ op tv te zien. De bijdrage van de overheidsrechter aan de conflictoplossing is vooral symbolisch. Denk aan een ijsberg en daar het puntje van. Wat de rechter daar doet is publieke normen scherp stellen, die de samenleving dan toepast. Dat wordt de ‘schaduwwerking’ van het recht genoemd.

De rechtspraak vraagt zich intussen ook af of ze relevant is. Of ze de juiste zaken krijgen en of bereik, openbaarheid, betrouwbaarheid, snelheid en toegang voldoende zijn. Eind juni hield Ruth de Bock als nieuwe hoogleraar aan de UvA een oratie met een paar niet malse observaties. Ze constateert dat de civiele rechtspraak, waarin ze lang werkzaam was, ‘grote tekortkomingen’ heeft. Het is te duur en het duurt te lang. Procederen over vooral kleinere claims is te moeilijk geworden, zegt zij.

Dat idee leeft breder. Althans bij die rechters die tijd en animo hebben om uit hun dossiers op te kijken – de werkdruk is er hoog en geen rechter kan op eigen houtje de wet of de procedures veranderen. Wat de neiging om de andere kant op te kijken versterkt. Frits Bakker, voorzitter van de Raad voor de Rechtspraak, noemde de civiele rechtspraak al eerder „geen redelijk alternatief voor de gewone burger”. Ook hij constateerde dat het te duur en te moeilijk is, of door de burger „gewoon te eng” wordt gevonden.

Volgens Bakker zit de malaise behalve in een gebrek aan moderne wetgeving ook in afnemende relevantie. De civiele rechter is te veel eindstation voor maatschappelijke problemen geworden waar met vonnissen in individuele gevallen toch niks aan verandert. Intussen stellen burgers aan de rechtspraak eisen die elders in de maatschappij al gemeengoed zijn, maar waar de rechtspraak moeite mee blijft houden. Leesbare teksten, begrijpelijke, toegankelijke procedures, snelle uitspraken. De rechtspraak moet het debacle van V&D zien te vermijden – dat uitgewoonde warenhuis dat stilviel omdat de klant aan iets anders gewend was geraakt.

De Bock constateert dat de civiele rechter al jaren marktaandeel verliest, met als recent voorbeeld de Groningse gascrisis. Vrijwel alle schadezaken worden daar opgelost door de nieuwe gratis Arbiter Bodembeweging. De rechtspraak miste de boot – er bestaat geen laagdrempelige geschilbeslechting bij de rechter meer. De rechter wordt door de wetgever ook steeds vaker buiten spel gezet. Geschillen over zorg, auteursrecht, hoger onderwijs, aanbestedingen – Kabinet en Kamer kiezen liever voor geschillencommissies, bestuursorganen, of mediators. Wellicht omdat ze daar ook minder last van hebben. Ook ‘investment arbitration’ in verdragen neemt een hoge vlucht, waarin particuliere arbiters de overheidsrechters verdrongen. Veel van die private geschilbeslechting is intussen vertrouwelijk, waardoor het lerende of disciplinerende effect ervan in de samenleving ontbreekt. Het leidt bij De Bock tot een pleidooi voor een renaissance van de rechter als bewaker van het publieke domein. Als enige die aan het publieke gesprek over ‘normaal doen’ of ‘je fatsoen houden’ echte juridisch inhoud en gezag kan geven - rechtspraak als essentiële democratische praktijk. Er is dus méér rechtspraak nodig, niet minder, zegt zij. En minder wordt het al jaren.

De auteur is juridisch commentator. Facebook: nrcrecht