Een verloren dochter van Suriname

Componiste en pianiste Majoie Hajary (1921-2017) bleef in haar hart Surinaamse, ook na haar huwelijk met Fransman Roland Garros.

Majoie Hajary, rechts in 1966 met haar kinderen. „Moeder was bovenmatig intelligent en een groot egoïste.”

‘Ik componeer alleen maar voor Suriname”, beweerde Majoie Hajary ooit in een interview. „Alles wat ik doe is voor Suriname. Daar is mijn hart. Daar is mijn ziel.” Toch bracht ze er alleen haar jeugdjaren door en woonde ze het grootste deel van haar leven in Frankrijk. „Drie steden waarvan de naam met een P begint, hadden haar hart gestolen”, zegt zoon Sébastien Garros. „Praag, Parijs en Paramaribo. Zeker in haar latere muziek was ze op en top Surinaams. Alle culturen, religies en andere invloeden uit de smeltkroes daar kwamen erin terug.”

De in 1921 geboren Majoie Hajary had zelf een moeder met Creoolse en Chinese wortels en een vader van Indiase komaf. Haar vader speelde een vooraanstaande rol in het bestuur van de Nederlandse kolonie. Als prominent ambtenaar mocht hij zijn handtekening op de bankbiljetten zetten. Thuis bij de Hajary’s was volop ruimte voor artistieke ontwikkeling.

Majoie bleek zo’n talentvolle pianiste dat Suriname al snel te klein voor haar werd. Als puber verkaste ze naar Amsterdam, waar ze als eerste Surinaamse aan het conservatorium studeerde. Midden in de oorlog slaagde ze cum laude.

‘Exotische verschijning’

Kranten benadrukten keer op keer haar „exotische verschijning”. Op het podium ontbrak het haar volgens de muziekcritici van die jaren soms nog aan diepgang, maar ze compenseerde veel met flair en energie. Ook in de laatste bezettingsjaren had ze nog optredens, in Nederland en ook wel in Duitsland.

Dat spelen voor de vijand bleek nauwelijks een beletsel voor een internationale carrière na de oorlog. Hajary trok de wereld over. „Bij bezoeken aan Suriname werd ze als verloren dochter onthaald”, herinnert nichtje Carry-Ann Tjong-Ayong zich. „Alleen een aantal joodse families protesteerde vanwege haar concerten gedurende de oorlog.” De pianiste logeerde soms bij de Tjong-Ayongs. „Ze was een erg pittige vrouw. Er werd ook tegen haar op gekeken.”

Het bestaan als solist begon Hajary al snel tegen te staan. Liever dan steeds maar de werken van de grote klassieke componisten herhalen wilde ze creëren. Ze ging compositie studeren in Parijs bij Louis Aubert en Nadia Boulanger (bij wie onder anderen ook Astor Piazzolla, Philip Glass en Leonard Bernstein in de leer gingen).

Verliefd

Op een diner op de Indiase ambassade maakte ze kennis met Roland Garros junior, neefje en naamgenoot van de luchtvaartpionier en held uit de Eerste Wereldoorlog naar wie hét tennispark en -toernooi van Parijs vernoemd zijn. De twee werden verliefd.

Familieleden in Suriname liepen niet over van enthousiasme voor Hajary’s partner. Hun ervaring met Fransen beperkte zich voornamelijk tot ontsnapten uit de strafkolonie die buurland Frans-Guyana was. De verliefde Majoie liet zich echter niet tegenhouden. In 1951 huwde ze haar Roland in de Notre Dame in Parijs.

Garros werkte voor Air France op verschillende plekken in de wereld, van Madagaskar tot Japan. Hajary’s muzikale loopbaan kwam stil te liggen, ook door de komst van dochter Sita en zoon Sébastien.

Het jonge echtpaar straalde succes uit en had het druk, ook met zichzelf. „We zijn als kinderen nooit kwaadaardig behandeld, maar we hingen er altijd maar een beetje bij”, vertelt Sébastien. „Moeder was bovenmatig intelligent en een groot egoïste. Ik herkende veel in het boek van de dochter van Marlene Dietrich. Zo’n voornamelijk op zichzelf gerichte vrouw bleef mijn moeder ook. Ik ben er overheen gegroeid. Ik ben trots op haar. Maar zo was ze wel.”

Begin jaren zeventig liep het huwelijk stuk. De pianiste ontpopte zich toen al als componiste van wereldmuziek met Indiase en spirituele invloeden. Ze schreef het oratorium Da pinawiki (door CBS op plaat uitgebracht als La passion selon Judas) en een opera, La larme d’or. Intussen vertaalde ze – ter aanvulling van haar inkomsten – Nederlandse boeken in het Frans, onder meer een werk van econoom en Nobelprijswinnaar Jan Tinbergen en Multatuli’s Max Havelaar. Zelf schreef ze over piano, Indiase raga’s en de kracht van meditatie (Yoga voor de pianist). Over dat onderwerp correspondeerde ze ook met violist/dirigent Yehudi Menuhin.

Tot op zeer hoge leeftijd stond ze open voor nieuwe muziek. Pas in de laatste jaren kon ze niet meer spelen. Hajary overleed op 25 augustus thuis in haar eigen bed. Ze werd begraven in Frankrijk. Tijdens de plechtigheid werd wat Surinaamse aarde op de kist gegooid.

Correctie (25 september 2017): de dochter van Majoie Hajary heet Sita. Eerder stond haar naam in dit artikel geschreven als Zita. [red.]