Een expositie over Visser, eindelijk

Foto R. Klein Gotink

Wie Carel Visser zegt, denkt meteen aan de grote, bonkige beeldhouwer met de oer-Hollandse naam, die een groot deel van zijn leven werkte in een Frans atelier dat het midden hield tussen een boerenschuur en Malle Pietje-hok. Een wat norsige boer zagen we steevast op foto’s, staand tussen een enorme opeenstapeling van oude auto’s, stukken metaal, vervallen stoelen en rondslingerende touwen – een ouderwetse ijzervreter die groot werd in het tijdperk van kunstenaars als Dibbets, Van Elk en Verhoef. Zijn werk werd altijd beoordeeld volgens hún criteria: kracht, modernisme, formaat, af en toe een geintje. Visser mocht dan een van de grootste Nederlandse beeldhouwers van de twintigste eeuw zijn, toch was het de laatste tien, vijftien jaar héél stil rond zijn werk. Geen grote tentoonstellingen, geen eerbetonen. Hoe kan dat toch? Nu heeft het Kröller-Müller Museum een kleine expositie van zijn werk ingericht. Het museum heeft een van de mooiste Visser-collecties ter wereld, jammer alleen dat je nu maar een fractie te zien krijgt.