De tale Kanaäns

Om half één zondagmiddag, anderhalf uur voor aanvang, mocht Donner de eerste bezoekers al verwelkomen. Vooral oudere dames. Ze zijn dol op Jan Siebelink, de charmante dandy-schrijver.

Siebelink bracht in Donner zijn nieuwste roman voor het voetlicht: De Buurjongen, over de warme vriendschap tussen Henk Wielheesen en Ruben Sievez. Hij werd erover geïnterviewd door zijn Rotterdamse collega Marcel Möring. Eigenlijk was het meer een monoloog van Siebelink. Mörings veilige nabijheid was genoeg om de Gelderse auteur te laten leeglopen.

„Henk Wielheesen doet me aan jou denken”, zei Möring, „zo zacht en kwetsbaar, zo zonder remmingen.”

„Hij is deels mij en deels mijn vader”, beaamde Siebelink. „Ik houd van mensen als Henk, eenvoudige types die een beetje door het leven rommelen.” Het boek was hem aangereikt, vertelde de auteur. Möring knikte, hij begreep dat meteen. Een bijna religieuze wisselwerking tussen twee succes-schrijvers.

Een week eerder zond de Belgische zender Canvas een vraaggesprek met Möring uit. Ook dat leek meer op een monoloog. De interviewster, filosofe Alicja Gescinska, deed weinig anders dan aanmoedigend zwijgen. Toch was het een veelzeggende ontmoeting. Möring sprak over zijn ontworteling, zijn verlangen naar God, zijn behoefte om onderdeel uit te maken van een groter geheel.

Ook als je nooit een boek van Möring had gelezen, moest je onder de indruk zijn. Zijn hunkering om uit te stijgen boven zichzelf en los te komen van zijn ego raakt aan een existentiële begeerte, die velen zullen herkennen.

Bij Donner herhaalde zich het Canvas-concept: een merendeels luisterende interviewer en een openhartige gast. Zou de chemie voortkomen uit hun beider ontworteling? Möring de, naar eigen zeggen, wandelende jood en Siebelink de hongerende calvinist? De heren concludeerden dat ze als een van de weinigen nog de tale Kanaäns verstonden. Dat schept een (eenzame) band. Ze voelden zich vertrouwd met elkaar. Siebelink begreep intuïtief wat zijn bescheiden gastheer wilde weten.

Bij het signeren was er gelegenheid voor een vraag: zou hij het ook geheel zonder interviewer kunnen? „Nee”, antwoordde Siebelink, „dan dender ik door.”