Recensie

Wie heeft de macht over het spook?

Wytske Versteeg

Grime is een spookverhaal en een echte Versteeg: een manipulatief spel met machtsverhoudingen.

Illustratie Paul van der Steen

Wie is Grime? De vierde roman van Wytske Versteeg (1983) is in zekere zin een spookverhaal: boven de personages, of eigenlijk binnenin de personages, waart een spookachtige gedaante rond die hun angst inboezemt en voor een ontembare onrust zorgt. Grime heet hij dus – een naam die sinistere associaties oproept, maar ook klinkt als grimassen en schmink, als dat wat het ware gezicht verhult.

Nino, de verteller van het verhaal, is zich er terdege van bewust dat deze Grime hem na jaren nog steeds in zijn greep heeft: hij vreest ‘dat mijn eigen angst doorsijpelt in onze dochter, dat ik Kee ermee besmetten zal. Dat de aanwezigheid van Grime zwart afgeeft op haar huid, een onuitwisbare indruk achterlaat’. Deze Grime was nota bene ooit een verzónnen spook, iets waar pubermeisjes lekker van huiverden. Maar dat een verzinsel met de juiste manipulatie even beangstigend en even reëel kan worden als iets tastbaars, dat is zo ongeveer een aanname in Grime. Terecht, want geloven in iets wat niet werkelijk is, wat gemanipuleerd is, daarover gaat alle fictie.

Grime belicht de gevaarlijke kant daarvan: hoe iets onwerkelijks zo gemanipuleerd kan worden dat het zicht op de werkelijkheid volledig verdwijnt, tot er geen zekerheden meer over zijn. Dat is het lot van Suyin, de oude geliefde van Nino en nog steeds zijn obsessie: hij heeft zijn levenstaak gemaakt van het uitzoeken wat er nu precies is gebeurd met Suyin in ‘de zomer van de waanzin’, jaren geleden. Om die zoektocht draait Grime: als een taboe blijft ‘het’ lang onbenoemd, want te erg, te pijnlijk, en Versteeg bouwt die spanning op – behalve trekjes van een spookverhaal heeft het iets van een thriller. Dus zonder iets te verklappen: wat we gaandeweg te weten komen, is dat de gezichtsloze Grime, meer waan dan gestalte, die zomer min of meer materialiseerde en Suyin volledig overnam.

Beschermde omgeving

Vier vrienden – Nino, Suyin, Nino’s latere vrouw Sophie en zijn oude kameraad Michael, die later ook Suyins geliefde werd, het is allemaal verknoopt op het benauwende af – woonden als studenten ooit samen in een idyllisch blauw huis. Ze zitten op een soort kunstacademie die Shelterwood heet, waar kwetsbare jongvolwassenen veel met zichzelf bezig kunnen zijn: ‘ruime ervaring’ hebben ze er ‘met studenten die nog zoeken naar zichzelf, een eufemisme’, voegt Versteeg fijntjes toe. Daaromheen trekt zij een haast post-apocalyptische buitenwereld op, van steden en wouden die soms Amerikaans en soms Oost-Europees aandoen, waar rotting en roest, vuil en verval heersen – al kan die focus ook gekleurd zijn door de gedeprimeerde blik van verteller Nino.

Het toont hoe knap Versteeg schrijft: de idylle van de beschermde omgeving wordt er sterker door, maar er ontstaat óók een gevoel van dreiging; die dubbelheid zit in heel Grime, waarin je zinnen leest die mooi en tegelijk onheilspellend zijn en waarin veel metaforen op twee manieren uitgelegd kunnen worden (let op de nachtvlinders en motten!). Versteeg neemt in deze roman uitgebreid de ruimte (soms iets te) om dingen te beschrijven, waardoor Grime nog het meest lijkt op haar stilistisch uitbundigste roman, haar debuut De wezenlozen (2012). Tegelijk is het een naaste verwante van Boy (2013, BNG Bank Literatuurprijs) en Quarantaine (2015), omdat manipulatie en machtsverhoudingen grote rollen spelen, en omdat de woorden weer gewantrouwd mogen worden. In een verhaal dat over het geloof in iets onechts gaat, moet je immers rekening houden met een verteller die niet de gehele werkelijkheid toont.

Het ware drama

De verantwoordelijke voor de verwerkelijking van Grime en de ontsporing van Suyin lijkt op het eerste gezicht Michael, de fotograaf en regisseur die met zijn camera zielen kan blootleggen (‘Zelfs een beddensprei kreeg op zijn foto’s iets onheilspellends, de aankondiging van een apocalyps’). Maar dat is niet het hele verhaal. Nino zoekt naar verklaringen voor wat er gebeurde; hij spoort Michael op, hij zoekt de ouders van Suyin op. Maar hij blijkt ook een verdachte blinde vlek te hebben voor het verval van zijn eigen huwelijk en voor zijn eigen vermogen om met opgedofte leugentjes de zaken mooier voor te stellen – dat heb je als lezer eerder door dan hijzelf.

Suyin is het slachtoffer, maar waarvan precies? Van wanen die nu eenmaal in haar aard zaten of van een parasitair zaadje dat in haar geplant is, door Grime, wie dat dan ook mag zijn? In feite zit het ware drama van Grime in háár, en niet in Nino, die wel een boek lang mag vertellen over zijn vrees dat Grime is doorgesijpeld in hem.

Wytske Versteeg is als schrijver nooit een pleaser geweest en dat de tamelijk onsympathieke Nino toch de verteller is, toont andermaal haar lef. Dat perspectief is bovendien betekenisvol, als een middel om iets aan te tonen over machtsverhoudingen in het algemeen, en over wie doorgaans het woord mag voeren.

Maar er wringt ook iets: het perspectief van Nino belemmert ons het zicht op Suyin, op de vrouwen, en zet hun drama op afstand – en dat komt niet in de laatste plaats doordat Nino als personage schimmig blijft, of misschien moet je wel zeggen: gezichtsloos. Wat we er in Grime voor in de plaats krijgen, is een secundairder verhaal over manipulatie, dat zelf manipuleert (op een manier die hier niet verder verklapt moet worden). Maar als je eenmaal doorziet wat er achter het masker schuilt, biedt dat eigenlijk minder dan gehoopt, minder verrassing of schok, minder spookverhaal. Als slimme literaire constructie kun je de roman bewonderen, maar zozeer manipuleren dat het onder je huid kruipt, zoals Grime kan, lukt Grime niet.