Vereist: een stevige rug en enthousiasme

Profielschets minister

Klimaatminister of programmaminister voor Klimaat: wie dit dossier krijgt, moet ‘iedereen laten bewegen’.

Foto ANP/Istock, bewerking NRC

Staat er een muur? Jammer voor die muur.

Dat moet volgens oud-minister Pieter Winsemius de instelling zijn van de nieuwe minister die in het kabinet-Rutte III verantwoordelijk wordt voor het milieubeleid. Moet hij leiding geven aan een nieuw te vormen klimaatdepartement? Of komt er een coördinerend minister die met behulp van verschillende departementen het klimaatbeleid vorm gaat geven?

Wat Winsemius betreft krijgt de nieuwe minister van Economische Zaken het klimaat op zijn bord. Want bij EZ zitten alle belangrijke onderdelen: energie, innovatie en landbouw. „Maar belangrijker dan de structuur is de persoon die het project trekt”, zegt de VVD’er, die tweemaal minister (1982-1986 en 2006-2007) van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu was. „Huidige ministers als Henk Kamp en Stef Blok kunnen door een muur gaan. Zulke types heb je nodig om iedereen te laten bewegen.”

De komst van een klimaatminister is momenteel onderwerp van gesprek tijdens de kabinetsonderhandelingen. VVD en CDA hebben zich er nooit duidelijk over uitgelaten, maar D66 pleitte in zijn verkiezingsprogramma voor „een aparte minister voor Klimaat en Energie”. De ChristenUnie sprak zich voor de verkiezingen uit voor een energiecommissaris, zoals er ook een deltacommissaris voor het beheer van de dijken is.

Ed Nijpels, milieuminister in de jaren tachtig, ziet niets in een coördinerend minister zoals die bijvoorbeeld bij de wijkenaanpak (Ella Vogelaar) en gezinsproblematiek (André Rouvoet) actief was. „In Nederland zijn programmaministers beklagenswaardige mensen. Ik zou ervoor pleiten dat de klimaatminister, en die moet er wat mij betreft zeker komen, de energietak van Economische Zaken onder zich krijgt, en het milieudeel van het departement van Infrastructuur en Milieu”.

In Nederland zijn programmaministers beklagenswaardige mensen

Ed Nijpels, oud-minister VROM, VVD

Klaar voor nieuwe doelen?

De bewindspersoon die verantwoordelijk wordt voor het klimaatdossier krijgt de taak om Nederland aan scherpe milieudoelen te laten voldoen. En om het land klaar te stomen voor nog scherpere doelen in 2030 en 2050, zoals het Verdrag van Parijs bepaalt. Eerste piketpaal is 2020: dan moet 14 procent van onze energievoorziening duurzaam zijn. De minister zal ook de basis leggen voor 2023, wanneer dat percentage hernieuwbare energie op 16 moet liggen. Nu is dat slechts 5,9 procent.

En dan de lange termijn. Als het kabinet–Rutte III de rit uitzit, kan de klimaatminister de basis voor het milieubeleid in het derde decennium van deze eeuw leggen. Aan het eind daarvan, in 2030, moeten we de helft minder grondstoffen gebruiken. Dan zal bijvoorbeeld een substantieel deel van de huizen niet meer op het aardgasnet aangesloten zitten.

Hoe je het ook regelt, het klimaatbeleid gaat maatschappelijk, economisch, sociaal en financieel heel erg ingrijpen, zegt Nijpels die er nu op toe moet zien dat het Energieakkoord uit 2013 goed wordt uitgevoerd. „En dus moet je iemand hebben die zijn rug recht houdt en andere mensen weet te enthousiasmeren. Elke politicus die dit dossier in handen krijgt, is een grote bofkont.”

Klimaatwet: goed of slecht idee?

Het leven van die bofkont kan makkelijker worden met een stevige klimaatwet. Vorig jaar kwamen Diederik Samsom (PvdA) en Jesse Klaver (GroenLinks) met zo’n wet. Daarin worden klimaatdoelen juridisch vastgelegd. Een jaarlijkse klimaatbegroting regelt hoe de doelstellingen behaald worden. Winsemius ziet weinig heil in zo’n wet. „Volstrekt onbelangrijk.” Alleen als je het als minister niet meer weet, moet je volgens hem op zulke instrumenten terugvallen. „In de praktijk kan je zonder wet veel meer bereiken.”

Nijpels ziet wel een groot belang in een klimaatwet, maar is bevreesd voor een ideologische discussie. Als het kabinet met een eigen wetsvoorstel komt, zal de buitenwereld ongetwijfeld naar de verschillen gaan kijken met de wet waaronder D66 en CU eerder hun handtekening hebben gezet. „Zie het echt als een instrument dat richting geeft, structuur biedt en zekerheid voor de lange termijn.”

Een klimaatwet? Volstrekt onbelangrijk

Pieter Winsemius, oud-minister VROM, VVD

Meer inzicht in de komende energietransitie is in elk geval een grote wens van de Raad van State. In zijn advies op de deze week verschenen Miljoenennota hekelt het college het gebrek aan duidelijkheid over de manier waarop een CO2-arme economie wordt vormgegeven, „ondanks de omvang van de operatie, alsmede de kosten die ermee zijn gemoeid”.

Blijft nog de vraag welke van de vier partijen de minister het best kan leveren. Voor Nijpels is daar geen logica op los te laten. „Winsemius en ik hadden het meeste last van onze eigen VVD-fractie maar we hebben, net als minister Kamp nu, veel kunnen doen.”

Wat Winsemius betreft moet je er politiek gezien vooraf niet een te groot nummer maken, zodat het niet te veel een partijpolitieke zaak wordt. „Je weet wat er dan gebeurt in de politiek; voor je het weet eten de andere partijen het beleg van het brood af van de nieuwe minister.”