Een soort Parade, maar dan voor peuters

Kunst en dans voor baby’s en peuters? Festival 2 Turven Hoog biedt het al jaren. En natuurlijk zet iemand het ook wel eens op een blèren.

Foto Moon Saris

Malle eppies waren het, de oprichters van 2 Turven Hoog, het festival voor ‘de kleinsten, de allerkleinsten en de aller-allerkleinsten’. Want waarom zou je een serieus theaterfestival organiseren voor een publiek vanaf nul jaar? Die hummels vinden poppenkast en een ballon toch al mooi genoeg?

Intussen bestaat het multidisciplinaire festival al achttien jaar, met in het voorjaar een editie ‘op locatie’ in buurtcentra in Amsterdam en Den Haag en de Philharmonie en de Toneelschuur in Haarlem en in het najaar het grote, vierdaagse festival in Almere, met een kleine uitloop naar Amsterdam.

In het KAF (de schouwburg van Almere), de Almeerse nieuwe bibliotheek en cultureel centrum Corrosia krioelt het de komende dagen weer van peuters en kleuters met hun ouders. Ze mogen overal aanzitten en gratis met, in en op de installaties spelen die elk jaar weer anders zijn: huizen bouwen, een reusachtige boom vol verrassingen verkennen. Een fluorescerende vis knutselen om mee te nemen in een spannende onderzee-ervaring, op avontuur gaan op het Pieterpeuterpad, een traject vol tactiele sensaties van water, zand, glad satijn, harde stenen en zachte vachtjes.

Sommigen kunnen nog maar net zitten als hun eerste bezoek aan het theater, professioneel theater, een feit is. Want Ingrid Wolff (50), sinds 2009 artistiek directeur van het festival, stáát op artistieke kwaliteit. „Waarom zou dat voor heel jonge kinderen ineens niet belangrijk zijn? Natuurlijk, voor hen lopen realiteit en theater dwars door elkaar, maar ze hebben wél een bewustzijn. Het soort bewustzijn dat wij volwassenen in onze meditatieklasjes proberen terug te krijgen. Ouders onderschatten dat zelf vaak. ‘O, mijn kind kan nóóit zo lang stilzitten!’ Maar sommige makers spelen een half uur in stilte, voor een supersensitief publiek. Die uitersten moet je als maker onderzoeken. Niet uitgaan van aannames, maar jezelf verdiepen in relatie tot kinderen.”

Improvisatievermogen

Professionaliteit is ook wel vereist bij het peuterpubliek en improvisatievermogen. Want de kinderen zitten vaak dichtbij, soms, met een ouder vlak achter zich, in een kring om een speelvloer van maar een paar meter doorsnede. En dan loopt (of kruipt) er natuurlijk wel eens een peuter dwars door een scène of een dans heen, volkomen opgaand in een nieuwe, wonderlijke wereld.

Foto Moon Saris
Foto Moon Saris
Foto’s Moon Saris

Natuurlijk zet iemand het ook wel eens op een blèren. Als de ouders niet goed hebben opgelet bijvoorbeeld, en het kind iets te jong is. „Best irritant”, vindt Bettina Lorsheijd, die met haar dochter Briesje, inmiddels zeven, meermalen 2 Turven Hoog bezocht. Vooral het multidisciplinaire karakter van het festival sprak haar aan. „Er wordt bijvoorbeeld samengewerkt met autonome beeldend kunstenaars en studenten van de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht, die bijzondere installaties ontwerpen en de hele aankleding verzorgen. Daardoor krijg je echt een festivalsfeer, wat Bries zeker in het begin misschien nog wel het leukst vond.”

Maar ze keek als vierjarige ook gefascineerd naar Aaipet van de Bonte Hond, een voorstelling rond een voorwerp dat ze uit haar eigen omgeving kende: de i-Pad. Andere voorstellingen vond ze vaak vooral raar. Of eng. Haar moeder lacht: „Terwijl ík het dan heel mooi vond.”

Tegenwoordig, merkt ze, begint haar dochter dans en beeldend theater echt leuk te vinden en te begrijpen, ook als het abstract is. Dat laatste ziet Wolff vaak. „Jonge kinderen begrijpen abstractie vaak beter dan volwassenen. Ze kunnen nog los van verhaaltjes naar een scène kijken omdat ze nog geen bagage of verwachtingspatroon hebben. Alles gaat recht naar de kern. En ze zien álles.”

Grachtengordeliaanse ouders

Maar hoe belangrijk is het dat zulke kleine kinderen al kennismaken met kunst en theater? Geen onterechte vraag, en vooral de politieke rechterflank zal dit festival voor peuters wellicht met enige achterdocht bezien: is een festival als 2 Turven Hoog niet gewoon wéér een gesubsidieerde dienst aan grachtengordeliaanse ouders, wier grut toch al bijna bezwijkt onder een bomvolle agenda met speelafspraken, sport-, muziek- of (niet zelden én) danslessen?

De teaser van 2 Turven Hoog 2017.

Het korte antwoord is: nee. 2 Turven Hoog is in 1999 begonnen als het geesteskind van Fako Kluiving en Peter Lanting, voorheen programmeurs van buurtcentrum De Rietwijker in Amsterdam Noord, in samenwerking met Peter Voorbraak, toenmalig directeur van de Almeerse theaters. Destijds geen gebieden met een bloeiend cultureel leven, wél beide zeer kinderrijk en sociaal, etnisch en economisch ‘divers samengesteld’. Iedereen in de theaterwereld weet dat dat lastig te bereiken groepen zijn. „Ik krijg vaak ouders binnen voor wie het óók de eerste ervaring met theater is. Als ze samen iets beleven, erover kunnen napraten, beklijft het”, zegt Wolff. Lachend: „Nadeel is dat we de helft minder kinderen binnen krijgen. Maar de ervaring reikt dieper.”

Gedenkwaardige momenten

Daar kan Nicolette van Wordragen uit Almere over meepraten. Haar dochter Meilan, bijna zes, speelt in de weken na het festival na wat ze heeft gezien. Ontelbare malen voor haar ouders en broer, en oma moet het natuurlijk ook zien. „Je ziet hoe goed ze heeft opgelet, en hoe ze het verwerkt. Daar geniet ik van.” Toch, zegt ze, „sta je als volwassene soms ook met open mond te kijken naar geniale vondsten. Poppetjes van plastic zakjes, die door een windmachine door de lucht worden geblazen.”

Foto Moon Saris

Van Wordragen ziet meer pluspunten. Als leidster in een van de peuterspeelzalen van Almere beleeft ze soms gedenkwaardige momenten als ze met de groep naar workshops gaat of als kunstenaars naar de crèche komen om hun projecten te testen. Vorig jaar bijvoorbeeld gebeurde er iets bijzonders tijdens het optreden van een danseres. „Het was heel moderne dans, op vreemde muziek. Plotseling stond een jongetje op dat normaal nooit op de voorgrond trad en nauwelijks sprak. Hij danste mee. Mijn collega en ik geloofden onze ogen niet. Dat was echt het hoogtepunt van mijn jaar. We hebben zijn moeder ‘bevolen’ met hem naar het festival te gaan. Sindsdien is hij dapperder. In de kring durft hij nu wél dat puzzelstukje te pakken. Ik sluit niet uit dat er een relatie is.”

Wolff kent die voorbeelden. Kunst, theater; ze laten de zintuigen van het kind op volle toeren draaien en kunnen taal, motoriek en andere sluimerende talenten activeren. „Jonge kinderen moeten ook sensitief, emotioneel en tactiel getraind worden om hun omgeving te begrijpen. Daarom is het achterhaald te denken dat ze niets hebben aan kunst. In onze maatschappij ligt de nadruk erg op het cognitieve. Maar als het emotionele deel van de hersenen niet goed is ontwikkeld, ontwikkelt de rest zich ook niet. ”