Onderhuidse onvrede over het ‘veel te rechtse’ CDA

Christendemocratie

CDA-leider Sybrand Buma is een volbloed conservatief. Zijn koers roept weerstand op. Toch krijgt hij amper tegenspraak uit eigen kring.

Foto Robin Utrecht/ANP

De zaal moest hartelijk lachen, een week geleden in de Haagse sociëteit De Witte. Bij het jaarlijkse Prinsjesdagontbijt, „een moment van bezinning, inspiratie en gebed aan het begin van het parlementaire jaar”, sprak theoloog Jacobine Geel. Ze had zojuist uitgelegd wat christelijke politiek volgens haar inhoudt: je niet blindstaren op de eigen cultuur en geschiedenis, maar beseffen „dat we in een steeds grenzelozer wereld, allemaal van elkaar afhankelijk zijn”.

CDA-leider Sybrand Buma zat in het publiek, maar verliet – vanwege de onderhandelingen voor het nieuwe kabinet – de zaal na Geels betoog. „Dat was niet omdat ik nu ga spreken,” grapte cabaretier Freek de Jonge, toen hij na Geel het woord kreeg, „maar omdat Jacobine net gesproken heeft”. De Jonge: „Hij realiseert zich dat hij nog wat moet aanpassen aan zijn verhaal.”

De cabaretier raakte met zijn grap aan een beladen onderwerp binnen het CDA: de koers van de partij. In het aanstaande kabinet-Rutte III keert het CDA na vijf jaar oppositie terug in het centrum van de macht. Maar het is een ander CDA dan vóór 2012. Onder leiding van Sybrand Buma zijn de christendemocraten een cultureel-conservatieve partij geworden, die zich met name richt op thema’s als nationale identiteit en de schaduwkanten van immigratie en een open economie.

Die nieuwe koers was al deels zichtbaar in de achterliggende oppositiejaren. Tijdens de verkiezingscampagne kleurde Buma die verder in door te pleiten voor een maatschappelijke dienstplicht en staand het Wilhelmus zingen op school. Maar dat het hem ernst is, werd in één klap duidelijk toen hij twee weken geleden de H.J. Schoolezing uitsprak.

Hierin schetste Buma een somber beeld van een verweesd en van zijn ankers losgeraakt Nederland. Hij keerde zich tegen het individualisme en het vooruitgangsdenken, sprak stevige woorden over de islam en „de elite”. Buma pleitte voor het beschermen van Nederlandse tradities en waarden en de joods-christelijke cultuur. Concrete plannen lanceerde hij niet – de formatie is immers nog aan de gang – maar voor de toehoorders was duidelijk: hier spreekt een volbloed conservatief.

In zijn lezing nam Buma het ook op voor de ‘boze burger’. Die is volgens hem eigenlijk „de gewone Nederlander” en „loopt steeds tegen een muur op”. Zijn baan „is vergeven aan een immigrant of een Oost-Europeaan, de opleiding voor de kinderen is te theoretisch geworden en de verruwing van de samenleving komt met grof geweld via de televisie in de huiskamer.”

Het trauma van 2010

In het CDA bleef het stil na de lezing. De Arnhemse oud-burgemeester Herman Kaiser schreef een kritisch opiniestuk in De Gelderlander: „Zorgen en angsten neem je niet weg door het in een verdacht licht zetten van immigranten.” Wil van der Kruijs, voormalig CDA-voorzitter in Brabant, deed hetzelfde in het Brabants Dagblad. Verder roerde geen CDA’er zich. Althans, niet openlijk. Verontruste leden belden en mailden wel de partijvoorzitter, maar veel waren het er niet.

Je moet geen publiek debat voeren over de koers, daar hebben we een te hoge prijs voor betaald.

Een teken dat Buma’s koers onomstreden is? In eerste instantie zou je zeggen van wel. Maar uit een rondgang van NRC langs twintig prominente of goed ingevoerde CDA’ers rijst een ander beeld. Er zijn volop mensen in de partij die niet gelukkig zijn met Buma’s conservatieve wereldbeeld – óók CDA’ers die in 2010 voorstander waren van samenwerking met de PVV. Alleen: bijna niemand wil het hardop zeggen.

Duidelijk is dat het ‘trauma van 2010’ nog altijd een grote rol speelt. Slechts een enkeling begint er níet over. De onderlinge ruzies over de PVV sloegen zulke diepe wonden dat eendracht in de partij sindsdien boven alles gaat. Het bewaren van de eenheid, zeggen CDA’ers, is na die vreselijke jaren met de PVV zó belangrijk dat Buma amper tegenspraak krijgt. Oud-minister Cees Veerman zegt het desgevraagd zo: „Je moet geen publiek debat voeren over de koers, daar hebben we een te hoge prijs voor betaald.”

Daar komt nog iets bij: de tegenstemmers uit 2010 hebben geen zin om wéér als ‘mastodont’ of ‘scheurmaker’ te worden weggezet. Ab Klink, Ernst Hirsch Ballin, Ad Koppejan – allemaal doen ze er op dit moment liever het zwijgen toe. Klink: „Ik denk dat ik er maar niets over moet zeggen.”

Anderen willen wel praten, maar alleen op basis van anonimiteit. Ze zeggen: er is precies gebeurd waar we in 2010 bang voor waren. De keuze voor de PVV was geen eenmalige tactische faux pas, maar het begin van een verlegging van de koers. De cultureel-conservatieven in de partij hebben gewonnen – en wat er nog resteert van de christelijk-sociale vleugel, houdt zich koest „Het CDA is weer opgestaan”, zegt een partijlid. „Maar het is wel een ander CDA.”

CDA’ers van christelijk-sociale snit typeren de koers van Buma als „veel te rechts”, „nationalistisch” en „meebuigen met populistische sentimenten”. Ze zijn het op zich eens met zijn pleidooi voor christelijke waarden, maar vinden dat hij te veel naar het verleden kijkt en te weinig naar de toekomst. Waar is het optimisme en de openheid gebleven die ook bij de christendemocratie horen? „Dit is een protestantse jaren vijftig-visie”, zegt oud-senator en oud-vicevoorzitter Rob van de Beeten. „En met zo’n opmerking dat veel Nederlanders een reden hebben om boos te zijn, zit Buma dicht tegen de PVV aan.”

Ik ben ook een gewone Nederlander, maar voel me daar niet door aangesproken.

Van de Beeten zegde enkele jaren geleden zijn CDA-lidmaatschap op. Dat geldt ook voor oud-minister Bert de Vries („op een gegeven moment moet je kiezen tussen loyaliteit en principes”). Anderen zijn wel lid gebleven omdat ze zich verbonden voelen met de christendemocratie, maar stemmen niet (altijd) meer op de partij.

Ook theologe Jacobine Geel is kritisch over Buma’s ideologische keuzes. Ze is geen lid van het CDA, maar gaf vijf jaar geleden op verzoek van de partij wel een nieuwe invulling aan de vier kernwaarden van de christen-democratie, zoals ‘rentmeesterschap’. In de Schoo-lezing, zegt Geel, klinkt naar haar smaak te veel „een negatieve toonzetting tegenover het nieuwe” door. Over Buma’s gelijkstelling van de ‘boze burger’ aan de ‘gewone Nederlander’ zegt ze: „Daardoor wekt hij de indruk dat we allemáál een beetje chagrijnig zijn. Ik ben ook een gewone Nederlander, maar voel me daar niet door aangesproken.”

Wiebelig in het midden

Er is nog een andere categorie critici: conservatieve CDA’ers die Buma’s waardenverhaal toejuichen, maar zijn agenda „te smal” vinden. Waar is de CDA-visie op innovatie? Wat is er gebeurd met de pro-Europese gezindheid van de partij? Ze verwijzen naar de CSU, de christendemocratische zusterpartij uit Beieren. Een cultureel-conservatieve beweging, die tegelijkertijd pleit voor een open economie. ‘Laptop und Lederhosen’, luidde ooit een campagneslogan van de CSU. „Bij Buma zijn het vooral de Lederhosen”, zegt een „teleurgestelde” CDA’er.

Met Buma’s verhaal heeft de partij de ambitie van brede volkspartij losgelaten.

De partij heeft ‘het midden verlaten’ is een klacht die je vaak hoort. Decennialang domineerde de christendemocratie de Nederlandse politiek vanuit het centrum: soms boog de partij naar links, dan weer rechts – of allebei tegelijk, zoals in de beste dagen van Ruud Lubbers. Met Buma’s verhaal heeft de partij de ambitie van brede volkspartij losgelaten, zeggen kritische CDA’ers.

Onzin, vinden Buma’s medestanders. Die middenpositie bekleedt het CDA al jaren niet meer – daar was de partij de afgelopen jaren simpelweg te klein voor geworden. En is het tijdperk van de brede volkspartijen niet sowieso ten einde? Door de huidige versnippering komen de 54 zetels van Lubbers nooit meer terug. Het nieuwe electorale plafond is hooguit 35 zetels, hoor je in de CDA-top. Dan kan de partij toch beter solide op rechts zitten dan wiebelig in het midden?

Electoraal kloppen Buma’s politieke keuzes volkomen, zeggen zijn medestanders. De kiezers van het CDA wonen nu eenmaal op het platteland, hebben een christelijke achtergrond en weinig op met de islam. En is het conservatisme niet ook juist sociaal? Kijk maar naar de plannen van het CDA om de doorgeschoten flexibilisering op de arbeidsmarkt aan te pakken.

Weinig CDA’ers, ook de kritische, twijfelen aan de oprechtheid van Buma’s politieke overtuiging. Zoals verschillende prominente CDA’ers zeggen: „Deze koers is diep verankerd in Sybrand.” Toch is er wel degelijk ook een strategische component in het spel. Aan het einde van het aanstaande kabinet, in 2021 of eerder, houdt VVD-leider Mark Rutte er vermoedelijk mee op. Met Buma’s conservatieve koers en zijn betrouwbare imago zou het CDA in het post-Rutte-vacuüm zomaar de grootste partij kunnen worden, is de gedachte. De reden, ook volgens ingewijden, dat Buma zich in deze formatie zo afzijdig houdt in de pers. „Zijn tijd komt nog.”