Recensie

Liefdevolle anekdotes uit een gesloten joodse gemeenschap

Joden in Antwerpen

Margot Vanderstraeten werkte als studente voor een orthodox-joods gezin in Antwerpen. Gaandeweg ontwikkelde zich een bijzondere band tussen hen.

Poerim, het Joodse carnaval, in Antwerpen. Foto Katrijn van Giel

Mogen mannen en vrouwen elkaar de hand schudden of niet? Heb ik nou net iets heel onbehoorlijks gezegd? Wat mochten ze nou ook al weer wel en niet eten? Het zijn zo van die vragen die je hebt wanneer je in een wereld terechtkomt waar andere regels en normen gelden en je niet al te stuntelig probeert over te komen.

Wanneer de Antwerpse Margot Vanderstraeten (1967) tijdens haar studietijd vijf dagen per week bijles geeft aan de kinderen van het modern-orthodox joodse gezin Schneider, blijkt zo’n wereld zich op loopafstand van huis te bevinden. Het begin is stroef, in eerste instantie wordt Vanderstraeten zelfs voor het baantje afgewezen – en gaf ze meneer Schneider nou per ongeluk tóch weer een hand? – maar na verloop van tijd ontstaat er een vertrouwensrelatie tussen de studente en het gezin. Met twee van de vier kinderen heeft Vanderstraeten in het bijzonder een speciale band. Ze leert dochter Elzira, die kampt met een lichte lichamelijke beperking, in alle discretie fietsen en levert daarmee een enorme bijdrage aan Elzira’s zelfvertrouwen. Ook met puberzoon Yakov klikt het goed: hij en Vanderstraeten, die als studente toch altijd krap bij kas zit, zetten samen een clandestien handeltje op in werkstukken.

Het is niet alleen Vanderstraeten die geïntroduceerd wordt in een nieuwe cultuur, andersom hebben de Schneiders ook maar weinig contact buiten hun eigen wereld. Is Elzira eigenlijk weleens in het centrum van Antwerpen geweest? Soms is het een voorzichtig aftasten tussen de gesloten, modern-orthodoxe wereld van de Schneiders en het ‘alledaagse’, vrije leven van de jonge seculiere studente, soms stormen ze bevooroordeeld en nieuwsgierig tegelijk elkaars leven binnen. De Schneiders en Vanderstraeten dagen elkaar uit, hun discussies zijn scherp, maar de relatie wordt nooit op het spel gezet – die is beide partijen te dierbaar.

Mazzel tov is een onthullend én integer verslag van Vanderstraetens ervaringen in de modern-orthodoxe gemeenschap van Antwerpen. Geen sensatiezucht, maar een liefdevol opgetekende verzameling van anekdotes. (Of is het toch een roman? Zo nauwkeurig zijn de dialogen, die zich toch echt al vanaf eind jaren tachtig afspelen, opgetekend.)

De zijpaden die Vanderstraeten inslaat, zijn net zo boeiend. Zoals haar relatie met Nima, een politieke vluchteling uit Iran, die ook op de proef wordt gesteld door fundamentele verschillen in wereldbeeld en culturele achtergrond. Vader Schneider mag er dan argwanend tegenover staan dat Vanderstraeten het (ongetrouwd!) houdt met een Iraanse moslim, uiteindelijk blijkt dat Nima en de Schneiders nog flink wat gemeen hebben. Zijn zij allemaal niet ‘de ander’ in de Belgische samenleving, slachtoffer van discriminatie, soms grof, soms subtiel (‘Ja, maar jij bent geen échte jood/moslim’)?

Wanneer de bijlessen na zes jaar ten einde komen, blijft Vanderstraeten met tussenpozen contact houden met ‘haar’ familie. De band met de Schneiders wint het steeds van haar worsteling met hun benauwende religiositeit en hun politieke standpunten, die fundamenteel afwijken van de hare.

Een klein punt van kritiek op de uitgave zelf: de man op de cover van het boek is met zijn hoed en pijpenkrullen duidelijk herkenbaar als een lid van de ultra-orthodoxe gemeenschap. En daar gaat het boek nou juist níét over. Is Vanderstraeten 335 pagina’s lang bruggen aan het slaan, probeert de uitgever de Schneiders toch nog te exotiseren. Het doet me denken aan boeken die zich afspelen in de islamitische wereld en waar dan per se een vrouwengezicht gehuld in niqaab op de cover moet; een kledingstuk dat alleen de grote verleidelijke ogen van die mysterieuze dame vrijhoudt. Zo spannend is het in de praktijk meestal niet, hoor. Een enkele keer maakt ook de auteur zich schuldig aan het benadrukken van stereotiepe uiterlijke kenmerken, door te wijzen op al dan niet grote Joodse neuzen.

De Schneiders laten Vanderstraeten kennismaken met de noodzaak van een sterke identiteit en een eigen, veilige, gemeenschap. Dankzij Vanderstraeten hebben de Schneiders een Iraniër aan de eettafel. Ieder gezin-Schneider verdient een Vanderstraeten en iedere Vanderstraeten heeft Schneiders nodig.