Column

Leden van de Staten-Generaal als vissen in de zee

Denemarken is het eerste land ter wereld dat een ambassade opent in Silicon Valley. De voormalige Deense ambassadeur voor Indonesië en Cyprus, Casper Klynge, zal de belangen van zijn land gaan behartigen bij technologie-giganten zoals Apple, Google en Microsoft. Dit is geen plotwending uit de dystopische roman The Circle van Dave Eggers, maar een samenvatting van een nieuwsbericht dat ik deze week las.

De Deense stap is begrijpelijk. Bedrijven als Apple, Google en Facebook hebben meer macht en invloed dan menige soevereine staat. Het kan nuttig zijn om daar dicht bij in de buurt te gaan zitten. Tegelijkertijd is dat verontrustend. De opening van een ambassade in Silicon Valley is een formele erkenning van het feit dat de belangen van burgers in handen zijn van bedrijven met winstoogmerk die zich onttrekken aan iedere vorm van democratische controle. Er worden ook wel eens ambassadeurs teruggetrokken uit dictaturen. De giganten van Silicon Valley zijn minder transparant dan menige bananenrepubliek en worden autarkischer bestierd dan de efficiëntste regimes. Facebook is een keizerrijk onder leiding van Mark Zuckerberg. Apple is een theocratie die is vormgegeven naar het evangelie van Steve Jobs. Het is nog moeilijker om hun hoofdkwartieren binnen te dringen dan Noord-Korea. Maar aan hen gaat de Deense ambassadeur nederig zijn geloofsbrieven aanbieden, omdat de realiteit is dat zij ons leven bepalen.

Ik heb het vaker op deze plek gezegd, maar ik kan het gerust herhalen, omdat toch niemand het wil horen: de democratie is een verliezend concept. Zij is uit de mode aan het raken. We houden haar in stand als een koddig ritueel, maar zij verliest aan relevantie.

Voor ons Nederlanders werd hiervan afgelopen dinsdag een overtuigende demonstratie opgevoerd. De majesteit begaf zich per Glazen Koets naar de Ridderzaal om in naam van zijn regering de in de Troonrede vervatte beleidsplannen kenbaar te maken aan het parlement. Maar hij had niets te zeggen. Er is helemaal geen regering. En dat is ook niet erg. Intussen wordt ons land geregeerd door de Europese Centrale Bank in Frankfurt en de speculanten in Wall Street, terwijl de burgers zoet worden gehouden door Apple en Facebook.

Van de heilige Antonius van Padua wordt verteld dat hij een vlammende preek had voorbereid om de burgers van Rimini te bekeren, maar dat er niemand was komen opdagen om naar hem te luisteren. De kerk was leeg. Toen ging hij naar de oever van de zee en heeft hij zijn preek afgestoken voor de vissen. Dat sterke staaltje is als ironisch lied in Des Knaben Wunderhorn terechtgekomen, samengesteld door Achim von Arnim en Clemens Brentano. In het lied wordt duidelijk gemaakt dat geen van de vissen zich heeft bekeerd: ‘Die Krebs gehn zurücke, / Die Stockfisch bleiben dicke, / Die Karpfen viel fressen, / Die Predig vergessen. / Die Predig hat gefallen, / Sie bleiben wie alle.’

Precies zo’n aanblik boden de leden van de Staten-Generaal afgelopen dinsdag. Ze luisterden met open mond naar de koning maar hebben vervolgens geen enkel debat gewijd aan zijn woorden.