Column

Kunstgras

Sinds het Algemeen Dagblad in augustus kwam met een bijlage, sorry: een ‘manifest’, met de welluidende titel ‘Kappen met kunstgras!’, vinden alle ‘coryfeeën’ en deskundigen uit ons voetbalwereldje hetzelfde: voetballen op kunstgras heeft niets met voetballen te maken.

Het falen moest een oorzaak hebben.

Assistent-bondscoach Ruud Gullit, nooit te beroerd om heel erg een mening te hebben als iedereen er hetzelfde over denkt, zei tegen de Volkskrant: „Als ik in het buitenland ben, zeggen kenners tegen me: ‘Ruud, wat is er aan de hand? Jullie brengen een heel ander type voetballer voort.’ Voor mij een extra wake-upcall. Kunstgrasvoetbal is heel anders. Het is een soort zaalvoetbal, spelers maken haast geen slidings, anticiperen anders op de bal en in duels.”

Sindsdien ging het bij voetbalwedstrijden meer over de ondergrond dan over het spel. Van de wedstrijd VVV Venlo-Ajax herinner ik me bijvoorbeeld niets, behalve dan dat er op een ‘eredivisie-onwaardige ondergrond’ werd gespeeld.

Ik vond voetballen op kunstgras net als iedereen natuurlijk ook verschrikkelijk, maar maakte me niet druk.

Tot woensdagavond, toen de schande wel heel dichtbij kwam.

Mijn club Vitesse speelde in Amsterdam, ergens in Zuid tussen de huizenblokken. Voor de KNVB-beker tegen de amateurtjes van Swift, die vijf niveaus lager spelen. Trainer Henk Fraser had zich met vooruitziende blik ziek gemeld, de honneurs werden waargenomen door clubicoon Edward Sturing, die na afloop alles samenvatte met de zin dat hij dacht dat Henk nu nog zieker was.

Ik wist dat na een hoogtepunt vaak mindere tijden volgen, maar zo slecht had ik Vitesse nog nooit gezien. Die van Swift waren nog echte amateurs, tijdens het warmlopen gaven ze vrienden en bekenden in het publiek een handje. Er liepen er tussen met een buikje. Het maakte ze sympathiek, maar ons toch ook wel heel klein.

Tom Egbers, de presentator van Studio Voetbal die er ook was, trok heel goedmoedig parallellen met de FA-cup in Engeland, waar het heel normaal is om met penalty’s te verliezen van een veel kleinere club. Als je het zo bekeek was Vitesse ‘Arsenal’ en dan was het allemaal niet zo erg, maar ik kom uit Arnhem en dan onthoud je toch vooral de vernedering. De spelersbus van Vitesse met achterop een levensgrote sticker met de tekst ‘Bekerwinnaar’, die na afloop vaststaat in het verkeer. Daar gingen ze, de cupfighters, uitgejouwd door een plukje zevenjarigen.

„Hoe kan dat?”, kwamen ze na afloop aan me vragen. „Hoe kan een elftal dat een week eerder nog Lazio Roma zo dapper partij bood, zo kansloos zijn tegen… Ja, tegen wat eigenlijk?”

Ik wees naar de groene lap die ze in Amsterdam op het beton hadden geplakt en zei wat alle sportjournalisten van het AD en alle voetbalprominenten ook vinden: leuk hoor, dat hele Appie-Happie-elftal van Swift, maar met voetbal had het allemaal niets te maken.

heeft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.