Invoering NIPT leidt niet tot meer screening zwangeren

Niet-Invasieve Prenatale Test
Sinds een eenvoudige prenatale test voor zwangere vrouwen beschikbaar is, is het aantal screeningen nauwelijks toegenomen.

Foto Olivier Middendorp

Het was de angst van de christelijke partijen en van veel ouders van downkinderen: als alle zwangere vrouwen hun ongeboren kind mogen laten testen verdwijnt de tolerantie voor afwijkingen en gaan we naar een ‘downloze samenleving’. Maar die angst, zegt Erik Sistermans van het VUmc in Amsterdam, lijkt ongegrond. Sinds de NIPT is ingevoerd, de niet-invasieve prenatale test, laten zwangere vrouwen zich nauwelijks vaker screenen dan voorheen. Dat blijkt uit de eerste, nog ruwe resultaten van het onderzoek naar de implementatie van de NIPT, die vrijdagmiddag door Sistermans bekend zijn gemaakt. Sistermans, hoofd genoomdiagnostiek in het VUmc, is de leider van het onderzoek.

Bloedonderzoek

De NIPT is sinds 1 april 2017 in Nederland voor alle zwangere vrouwen beschikbaar en tot nu toe heeft 37 tot 40 procent van hen er gebruik van gemaakt. Voorheen liet 34 procent van de vrouwen de zogenaamde combinatietest doen, maar daar moet een onbekend aantal vrouwen dat voor de NIPT naar het buitenland ging bij worden opgeteld. Sistermans denkt dat voor april 2017 ongeveer net zoveel vrouwen zich lieten testen als nu.

De NIPT, een bloedonderzoek bij de moeder, geeft meer zekerheid over een eventuele chromosoomafwijking bij het ongeboren kind dan de combinatietest. Het aantal afwijkingen dat de afgelopen maanden met de NIPT is gevonden, zegt Sistermans, komt overeen met de schattingen vooraf: in 3 op de 1.000 zwangerschappen downsyndroom, in 1 op de 1.000 gevallen edwards- of patausyndroom. Sistermans weet niet of de vrouwen hun zwangerschap vervolgens hebben laten afbreken. „Daar kijken wij niet naar.”

Uit het onderzoek blijkt ook dat 80 procent van de zwangeren wil horen of er nog andere (vaak zeer ernstige) chromosoomafwijkingen zijn gevonden. Daarin ziet Sistermans een aanwijzing dat het zwangere vrouwen niet specifiek om het downsyndroom gaat. Dat stemt hem persoonlijk tevreden. „Hoe breder er gekeken wordt, hoe beter.”