Duitse staalarbeiders ThyssenKrupp voelen zich vergeten

Demonstratie

Duizenden Duitse staalarbeiders demonstreerden vrijdag tegen de fusieplannen van ThyssenKrupp en Tata. ‘Staal is toekomst’ staat vastberaden op spandoeken en t-shirts. Maar de twijfel is groot.

Duitse staalarbeiders voerden vrijdag actie tegen fusieplannen van ThyssenKrupp en Tata. „Ze doen alles zonder ons”, is het gevoel bij werknemers. Foto PATRIK STOLLARZ/AFP

Martin Aust weet niet meer precies hoe vaak hij al gedemonstreerd heeft. Vaak in ieder geval. Sinds hij dertig jaar geleden op zijn twintigste bij staalbedrijf Krupp kwam werken in Bochum heeft Aust al meer reorganisaties en saneringslagen meegemaakt dan hij kan bijhouden. En een stuk of vier fusies, zodat hij nu werkt bij het machtige concern ThyssenKrupp. „Bij fusies gaan ook altijd banen verloren,” weet de mecanicien. „Dat noemen ze synergie.”

En dus is Aust er vandaag ook weer bij om te demonstreren tegen de plannen van ThyssenKrupp en Tata Steel, moederbedrijf van onder meer de staalfabriek in IJmuiden. Woensdag maakten de ondernemingen uit Duitsland en India na ruim anderhalf jaar onderhandelen hun voornemen bekend om samen te gaan. Dat wil zeggen: ze willen hun Europese staalfabrieken onderbrengen in een joint-venture met 48.000 werknemers en hoofdkantoor in Amsterdam. Dat moet tot 600 miljoen euro aan kosten besparen. Volgens de bedrijven is dat noodzakelijk om de crisis in de Europese staalindustrie het hoofd te bieden. Aan beide kanten zullen daarom tenminste 2000 banen verloren gaan. Grofweg de helft daarvan betreft ondersteunend werk, de helft fabrieksarbeid.

Die boodschap valt bijzonder slecht bij de staalwerkers in het Roergebied. Onder aanvoering van vakbond IG Metall zijn ze – veelal gekleed in staalblauwe overalls en met rode fluit in de mond – massaal naar Bochum gekomen om hun onvrede en frustratie te uiten over het handelen van ThyssenKrupp-topman Heinrich Hiesinger en zijn bestuur. Naar schatting 7.000 (van de 26.000) werknemers van ThyssenKrupp Steel hebben zich vrijdagochtend in Bochum verzameld, afkomstig van de zeven staal- en verwerkingsfabieken die het bedrijf nog heeft in het Roergebied.

Niets te zeggen

Wat de staalarbeiders vooral steekt: ze hebben het gevoel dat er achter de schermen over hun toekomst wordt onderhandeld zonder dat ze er fatsoenlijk over worden geïnformeerd, laat staan dat ze er iets over te zeggen hebben. Via een persbericht moesten ze woensdag vernemen dat Tata en ThyssenKrupp akkoord waren. „Ze doen alles zonder ons”, zegt Tilo Stöbe, hip baardje, 23 jaar. Hij werkt in Duisburg sinds de Krupp-fabriek in Krefeld in handen kwam van het Finse Outokumpu, en vervolgens werd gesaneerd. „En we weten nog zo weinig.”

Het feit dat de vakbond en de ondernemingsraad naar goed Duits gebruik zijn vertegenwoordigd in de raad van commissarissen (Aufsichtsrat) van ThyssenKrupp stelt Stöbe niet gerust. Omdat ze geen doorslaggevende stem hebben, maar ook omdat ze met een paar toezeggingen uiteindelijk vaak tóch over de streep worden getrokken. „Ik vertrouw ze niet,” zegt Stöbe. Straks, als de fusie een feit is en het hoofdkantoor staat in Amsterdam, is het helemaal gedaan met de inspraak, vreest hij.

Maar zo eensgezind en gericht als de staalarbeiders zijn in hun woede, zo onbestemd is de gezamenlijke eis. Natuurlijk, het personeel en de vakbond roepen om behoud van banen, zeggenschap en garanties dat de fabrieken open blijven. Maar een eensgezind „Nein!” tegen een fusie blijft uit. „Ik geloof namelijk niet dat we die nog kunnen verhinderen”, zegt Oguz Kalyoncu (28), werkzaam in één van de fabrieken in Duisburg. „Dus het gaat erom dat we druk opbouwen en voorwaarden stellen.”

Krimp zonder perspectief

Daarbij komt: misschien heeft topman Hiesinger wel gelijk en is de route der zelfstandigheid nog pijnlijker dan een fusie met Tata. Woensdag dreigde de bestuursvoorzitter dat het afketsen van de deal vooral de staalwerkers zal raken. Iedere drie jaar een reorganisatie, waarschuwde Hiesinger. „Krimp zonder perspectief” vatte hij het samen – een ontwikkeling waarmee ze in het Roergebied met zijn zware industrie maar al te bekend mee zijn. In Bochum bijvoorbeeld verdwenen de voorbije jaren nog duizenden banen omdat zowel Opel als Nokia de stad (360.000 inwoners) verlieten.

En de vooruitzichten voor de Europese staalindustrie zijn niet bijzonder rooskleurig. De razendsnelle opmars van de Chinese staalproductie heeft geleid tot overcapaciteit en lagere prijzen. Europese producenten beschuldigen China er bovendien van goedkoop staal in Europa te dumpen. Daarvan is sprake als staal wordt geëxporteerd onder de prijs in eigen land of onder kostprijs.

De EU heeft intussen maatregelen tegen dumping genomen en de staalprijzen trekken dankzij de hoogconjuctuur weer wat aan. Desondanks zijn analisten het erover eens dat de overcapaciteit nog niet is opgelost, zelfs niet nu er sinds 2008 volgens cijfers van branche-organisatie Eurofer al 85.000 staalbanen zijn verdwenen in Europa.

ThyssenKrupp (155.000 werknemers in 80 landen), fusieresultaat van twee eeuwenoude familiebedrijven, staat al jaren onder druk om zijn afhankelijkheid van staal af te bouwen. Het concern uit Essen heeft namelijk nog andere divisies, bijvoorbeeld eentje die liften maakt. Daarop zijn de winstmarges veel groter en die business is niet zo conjunctuurgevoelig als de staalproductie, die qua omzet slechts een vijfde van het concern uitmaakt. Daar komt nog bij dat ThyssenKrupp recentelijk miljardenverliezen leed als gevolg van totaal verkeerd uitgepakte investeringen in Brazilië en de VS.

De protesterende staalarbeiders vrezen dan ook niet alleen het banenverlies dat het directe gevolg is van de joint-venture met Tata. Ze vermoeden dat dit slechts eerste stap is en dat ThyssenKrupp zijn aandeel in de joint-venture aan de hoogste bieder verkoopt zodra dat kan. Geen gekke gedachte, gezien het feit dat activistisch hedgefonds Cevian, met een belang van 15 procent de grootste aandeelhouder, erop aandringt dat het concern de staaldivisie maar helemaal afstoot.

„2020, daar gaat het om!”, schreeuwt Detlef Wetzel, de voormalige chef van de vakbond en lid van de raad van commissarissen van ThyssenKrupp, in de microfoon op het podium van IG Metall. Dan gaan fusiepartners opnieuw naar hun belangen kijken, zo hebben ze al aangekondigd. Dat kan betekenen dat fabrieken dicht gaan of dat aandeelhouders zich terugtrekken.

Wetzel eist daarom „garanties” dat fabrieken open blijven en banen behouden. Zijn gesprekken met Hiesinger geven weinig vertrouwen, vertelt hij het publiek.Wetzel: „Ik ben niet optimistisch.”