Interview

‘Ik laat me door niemand vertellen wat een moslim is’

Mohsin Hamid Deze Pakistaanse schrijver, die met zijn nieuwe roman Exit West genomineerd is voor de Man Booker Prize, raakt in zijn literatuur aan armoede, criminaliteit en identiteit in de wereld na 9/11. Een gesprek over migranten, moslims, Trump en het gebrek aan empathie.

Foto en beeldbewerking Lars van den Brink

‘Het gebeurt me iedere keer weer”, zegt de Pakistaanse schrijver Mohsin Hamid terwijl hij door het raam naar de Prinsengracht kijkt. „Dan ben ik in het buitenland voor een tournee, zoals nu in Amsterdam, en dan stel ik me voor hoe het zou zijn om er te wonen en te leven. Het blijft jeuken.”

Hamid (1971) was een groot deel van zijn leven migrant. Hij woonde als kind in Californië, als puber in Lahore, Pakistan, als Princeton- en Harvardstudent zat hij aan de oostkust van de VS, en als dertiger woonde hij onder meer in Londen. Nu is zijn geboortestad Lahore, waar hij woont met zijn vrouw en twee kinderen, zijn thuis. Ze besloten er te gaan wonen toen ze kinderen kregen. Schrijven kan immers overal, en daar hebben de kinderen ten minste hun grootouders in de buurt.

In de hitte van Lahore schreef Hamid zijn nieuwe, vierde roman Exit West, die precies hierover gaat: migratie. Twee jonge mensen, Nadia en Said, ontmoeten elkaar in een stad zonder naam, en worden verliefd. Maar dan breekt er een burgeroorlog uit. Noodgedwongen laten ze iedereen en alles achter zich en vluchten. Mysterieuze, magische deuren brengen het stel achtereenvolgens naar Mykonos, Londen en Californië. Ze verblijven in kampen, een kraakpand en een sloppenwijk. De plekken en de omstandigheden worden steeds grimmiger, maar het jonge stel doet er alles aan om te overleven en samen te blijven.

Het boek past naadloos in Hamids succesvolle oeuvre, dat op ingenieuze wijze grote thema’s van deze tijd behandelt: criminaliteit, armoede en identiteit in de wereld na 9/11. En dat is niet onopgemerkt gebleven. Vlak voor het interview werd bekend dat hij met Exit West voor de tweede keer genomineerd is voor de Man Booker Prize.

In het begin van het boek, als Said met Nadia zijn vader achterlaat en vlucht, schrijft u: wanneer we emigreren snijden we degenen die we achterlaten uit ons leven weg. Heeft u dat zelf ook zo ervaren?

„Die notie, het afsnijden van mensen, heeft iets gewelddadigs in zich. We snijden ze niet letterlijk af, maar ze verdwijnen wel uit ons dagelijks leven. Toen ik jong was, leed ik daar niet onder, omdat ik met veel enthousiasme naar Amerika verhuisde om te studeren. Ik had geen last van heimwee. In die zin lijk ik meer op Nadia dan op Said. Ik dacht juist: ik ga de wereld in, ik ga ontdekken, mensen ontmoeten en dingen ervaren. Maar nu woon ik in Pakistan, naast mijn ouders, en mijn kinderen spelen elke ochtend met ze voordat ze naar school gaan. Als ik nu Pakistan zou verlaten, denk ik dat ik die relatie tussen mijn kinderen en mijn ouders veel geweld aan zou doen. Mijn kinderen zouden het wel aankunnen, al zouden ze iets moeten opgeven, maar voor mijn ouders zal het voelen als emotioneel geweld.

„Dus de vraag is: waarom zou iemand dat doen? Hoe moeilijk is een situatie dat ze deze keuze maken? Migranten hebben het belangrijkste in hun leven opgegeven. Uit dat idee is het boek ontstaan.”

Vindt u dat er een gebrek aan empathie voor migranten is?

„Er is een gigantisch gebrek aan empathie in de wereld. Neem de slavernij. Laten we zeggen dat je een Amerikaan bent in Alabama, honderdvijftig jaar geleden, en je hebt slaven. Als je me dan zou vragen of er een gebrek aan empathie is voor slaven, dan zou ik zeggen: ‘ja, dat is er’, omdat het anders onmogelijk zou zijn om die slaven te hebben.

„Hetzelfde is vandaag de dag aan de hand met de vluchteling en de migrant. Wij zijn op aarde bezig met het bouwen van muren tegen onze medemensen, die moreel compleet niet te rechtvaardigen zijn. Als we ons zouden identificeren met deze mensen, dan zouden we denken: waar zijn we in hemelsnaam mee bezig?

„Ik denk dat we soms geen empathie opbrengen, omdat de gevolgen daarvan desastreus zouden zijn voor onze levenswijze. Terwijl wat wij hebben simpelweg geluk is. We zouden in een wereld moeten leven waarin het voor minder fortuinlijke mensen makkelijker is om vooruit te komen. En dit is niet iets wat we morgen al kunnen veranderen, maar we kunnen wel stappen zetten, bijvoorbeeld door vluchtelingen en migranten niet langer te zien als criminelen. Die toon moet echt veranderen.

„Een van de meest basale dingen waar we geen invloed op hebben, is waar we geboren worden: in Lahore, Mogadishu of Bangkok. Waarom wordt dat dan ineens het belangrijkste aspect van een mens? Het is nog veel bepalender dan gender, geloof of ras. Als je in Thailand bent geboren, bepaalt dat het feit dat je Thais bent, overal op de wereld, wat je mag en niet mag. Dat is krankzinnig.”

Veel vluchtelingen maken de overtocht naar Europa per boot, zoals het Syrische jongetje Aylan, dat in 2015 aanspoelde aan kust van Turkije. Die foto maakte de problematiek voor veel mensen pijnlijk duidelijk. Maar in uw boek laat u die reis weg en verplaatsen Nadia en Said zich door magische deuren. Waarom koos u daarvoor?

„Die overtochten zijn inderdaad hartverscheurend, maar we laten de mensen wel komen. Dus misschien vinden we ze wel helemaal niet zo hartverscheurend, maar is het berouw dat snel weer overgaat. Die mensen zijn niet verdronken, dat is een eufemisme. Ze zijn vermoord. Door ze niet toe te staan hierheen te komen, doden we ze. Dat jongetje was gedwongen om in die boot te stappen, hij had geen keus. We hebben wegen, vliegtuigen… Er zijn tig manieren om dat kind hier te laten komen zonder dat het doodgaat. Maar we kozen ervoor om niets te doen. We moeten niet doen alsof het buiten onze macht lag.

„De deuren in het boek zijn niet bedoeld om het lijden van de mensen te verminderen, maar juist om na te denken over de nabije toekomst. Omdat afstanden zullen verdwijnen. Dat is nu al aan de hand. We zullen keuzes moeten maken. Sommigen zullen ervoor kiezen mensen te laten komen en anderen zullen mensen tegenhouden. En hoe dat gebeurt, wordt steeds barbaarser; kijk naar hoe Australië dat doet op eilanden in het midden van de oceaan.”

Trump probeert migranten tegen te houden met een inreisverbod voor burgers uit een aantal islamitische landen. Hoe kwam dat nieuws bij u aan?

„Ik was in paniek. Ik dacht: wat als ik nooit meer naar de Verenigde Statenkan? De helft van mijn vrienden woont daar. Ik heb daar bijna mijn halve leven doorgebracht. Ik dacht: misschien moet ik gauw een green card aanvragen. Mijn vrienden met green cards durfden de VS niet te verlaten. En ouders met green cards vlogen snel naar New York zodat ze bij hun kinderen konden zijn, voordat het te laat was, want wat zou er gebeuren als ze ingetrokken zouden worden? Het was chaos. Pakistan stond niet op de lijst, maar iedereen was bang. Ik ook. Maar daarna realiseerde ik me dat het niet echt om mij, of om ons ging, maar dat het ging om Amerika dat worstelt met wat Amerika is. Het fenomeen Trump is geboren uit het idee dat er een wit Amerika zou zijn dat wordt bedreigd. Het moslimverbod is simpelweg een manier om dat idee in stand te houden.”

In het boek speelt u met het stereotiepe beeld van een moslim. Nadia draagt bijvoorbeeld een zwart gewaad dat haar helemaal bedekt, maar ondertussen is ze helemaal niet religieus.

„Van christenen accepteren we diversiteit, maar gek genoeg zien we die bij moslims niet. Hoewel we weten dat er in Amerika meer aanslagen plaatsvinden door niet-moslims, denken mensen dat moslims moordzuchtiger zijn, hun vrouwen slaan, en eigenlijk ieder moment op straat kunnen exploderen. Maar er zijn net zo veel moslims die zeggen dat maar één type moslim goed is en dat de rest bestaat uit goddeloze barbaren. Daar moet je óók tegenin gaan. Het is soms moeilijker om het tegen moslims te zeggen, omdat zij zich al bedreigd voelen en daarom soms geneigd zijn zich te verdedigen op een gevaarlijke manier. Maar dat betekent niet dat je moet stoppen die diversiteit van moslims te laten zien.

„Ik laat me niet vertellen wat een moslim is. Dat vind ik ook mooi aan Said. Ik wilde zijn geloof laten zien, en vooral wat het gebed voor hem betekent. Niet op een abstracte, intellectuele manier, maar op een manier waarop de schoonheid ervan onmiddellijk duidelijk is. Gewoon om te zeggen: dit is iets geweldigs. En voor Nadia geldt hetzelfde. Zij is niet religieus en ook dat is geweldig.”