Google profiteert van hoge nood bij HTC

Smartphones

Opnieuw neemt Google een fabrikant van smartphones (deels) over. Het gaat bij de HTC-deal niet om patenten, maar om talenten.

Google wil HTC’s kennis om eigen diensten op eigen apparaten aan te bieden Foto DADO RUVIC/Reuters

Al een tijdje was HTC, ooit een toonaangevende smartphonefabrikant, niet meer terug te vinden in het rijtje van bestverkopende telefoonmakers.

Nu belandt de Taiwanese elektronicafabrikant in een ander illuster rijtje: dat van BlackBerry en Nokia. Ook die bedrijven verkochten hun smartphonetak omdat ze platgedrukt werden tussen het marketinggeweld van Apple en Samsung enerzijds en goedkope Chinese concurrenten als Oppo, Vivo, Huawei en Xiaomi anderzijds.

Donderdag maakte Google bekend de kern van HTC’s telefoondivisie over te nemen, voor 1,1 miljard dollar (930 miljoen euro). Het gaat naar schatting om tweeduizend mensen, voornamelijk hardwarespecialisten, die al aan Googles eigen Pixel-telefoons werkten.

HTC, opgericht in 1997, begon als producent voor andere telefoonmerken en maakte Windows-smartphones. Als eigen merk beleefde HTC zijn hoogtijdagen rond 2011 – toen was de beurswaarde zelfs ‘groter dan die van Nokia’. HTC had een marktaandeel van 10 procent, nu nog 2 procent. De jaaromzet kromp sinds 2012 van zo’n 7,5 naar 2 miljard euro.

HTC heeft dringend geld nodig om te reorganiseren: elk kwartaal slinkt de kasvoorraad met 60 tot 70 miljoen, omdat het bedrijf te veel kosten maakt en te weinig telefoons verkoopt. Tienduizend medewerkers (stand van 2016) drukken zwaar op de balans.

Van de hoge nood bij HTC maakt Google graag een deugd. 1,1 miljard dollar is een schijntje voor de techreus, die meer dan 90 miljard dollar in kas heeft. Zeker als je dat vergelijkt met de 12,5 miljard die Google in 2012 voor Motorola betaalde. Toen ging het vooral om patenten, nu om talenten. Op dit moment, zeggen ingewijden rondom HTC, houdt Google sollicitatiegesprekken in Taipei. Het gaat om techneuten die hardware ontwerpen en zorgen dat die goed geproduceerd wordt.

Google heeft die kennis nodig om, à la Apple, eigen diensten op eigen apparaten aan te bieden en consumenten zo nog steviger in zijn greep te houden. Naast telefoons maakt Google een slimme speaker, eigen laptops en tablets. Niet alles is een succes: computerbril Google Glass verloor bijvoorbeeld zijn glans. Google bouwt nu een versie voor zakelijk gebruik.

De smartphone is als meest gebruikte computer het belangrijkst voor Google. Samsung en Apple trekken alle winst uit de smartphonemarkt: Apple als consumentenmerk, Samsung als consumentenmerk én als leverancier van onderdelen (chips en beeldschermen).

Android-telefoons zijn voor andere fabrikanten niet winstgevend; voor het succes van Android op lange termijn is Google afhankelijk van Samsung. Met zijn eigen Pixel-telefoons heeft Google de regie meer in handen, zij het dat andere Android-partners niet zullen accepteren dat Google eigen toestellen voorrang geeft.

Wat blijft er over van HTC?

Om kosten te besparen bouwt HTC alleen zijn topmodel, de U11, nog zelf. De productie van andere toestellen is uitbesteed. Omdat de verkoopaantallen van HTC echter klein zijn, kan het bedrijf geen voorrang bedingen bij grote productiehallen als Foxconn. Dat levert problemen met leveringen en beschikbaarheid op – dat komt HTC’s marktaandeel niet ten goede.

Zonder de kern van het hardwareteam is de kans klein dat HTC als zelfstandige smartphonemaker overleeft. Het lijkt een kwestie van tijd dat merknaam wordt verkocht aan een Chinese fabrikant, zoals BlackBerry dat deed.

Nokia verkocht zijn smartphonedivisie in 2013 aan Microsoft. Dat schreef de aankoop van 5,4 miljard euro in mum van tijd af, gevolgd door een nietsontziende ontslagronde. Dan is de oplossing die Google en HTC kiezen, toch iets eleganter.