‘Dolgelukkig’ met de nieuwe welvaart

Documentaire aardgaswinning

Geschenk uit de bodem gaat zondag in première – over Nederland en het gas. „Alsof de staat niet wist wat hij met het gas aan moest.”

Allemachtig. Douglass Stewart leeft nog. De ingenieur uit Texas die Nederland begin jaren zestig aan het Groningse aardgas bracht. Blakend van gezondheid hobbelt de Amerikaan, inmiddels 97 jaar oud, in een film van Martijn van Haalen en Paul Cohen in zijn golfkarretje over het kunstgras van Palm City.

De Amsterdamse regisseurs zochten Stewart in Florida op voor hun documentaire Geschenk uit de bodem. Een hedendaagse geschiedenis over Nederland en de gaswinning, over macht en onmacht, bij Groningers en de overheid. De film gaat zondag op het Nederlands Film Festival in Utrecht in première. Met voor het eerst ook gaswinningsbedrijf NAM en de Nationaal Coördinator Groningen in een hoofdrol.

Vloeibaar goud

Douglass Stewart vertelt hoe werkgever Esso hem in oktober 1960, na een publicatie in de Belgische krant De Standaard, naar Nederland stuurde. Hij moest uitzoeken wat jointventurepartner Shell in Groningen uitspookte. In Den Haag peuterde hij gegevens los en becijferde dat de in 1959 ontdekte gasbel „een van de grootste gasvelden ter wereld” moest zijn. Wapperend met een vergeeld A4’tje: „En toen wist ik: deze vondst kan de energievoorziening in heel Europa op z’n kop zetten.”

Terug in de Verenigde Staten rekende Stewart zijn bazen voor dat Esso flink kon verdienen aan het gas. Dan moesten ze het vloeibare goud niet verkopen aan een energiecentrale, maar samen met Shell en de Nederlandse overheid exploiteren. „Als we zelf pijpleidingen zouden aanleggen en het gas bij de huishoudens konden brengen en de Nederlandse overheid 75 procent of meer van de gasbaten gunden [nu 91 procent], konden we drie keer zoveel winst maken.”

Aanvankelijk voelde Esso daar weinig voor. Het bedrijf handelde in olie en had de handen vol aan het Midden-Oosten en Alaska – wat moesten ze met Gronings gas? Bovendien draaide de Europese markt op steenkool, met buurland West-Duitsland en de Borinage in België als leveranciers. Maar Stewart begon over John D. Rockefeller. Wat deed de grondlegger van Standard Oil? Rockefeller gaf de Chinezen een lamp en toen wilden ze olie. „Ik zei: we moeten zelf onze gasvraag creëren. Daarmee kunnen we een Europese energierevolutie ontketenen.”

Stewart schreef geschiedenis. „Het leek wel alsof de Nederlandse staat niet wist wat hij met het gas aan moest.” Samen met Shell en Esso ging de overheid in sneltreinvaart het Groningse gas exploiteren, om de kernenergie in elk geval vóór te zijn. Binnen vijf jaar lagen er pijpleidingen, ging het gas op transport, en werden de eerste geisers, kooktoestellen en kachels op het net aangesloten. De naoorlogse armoede maakte plaats voor de verzorgingsstaat. En met de grootste gasvoorraad van Europa telde Nederland voortaan mee op het (geopolitieke) wereldtoneel.

Profetische woorden

De euforie bereikte ook de huiskamers, zien we op zwartwitbeelden uit de jaren zestig. Met warm water boent een moeder de toet van haar bloedjes: „Wat een luxe!” Winkels stromen vol met klanten op zoek naar een gasfornuis. Ze vertellen opgetogen dat ze geen kolen meer scheppen en „dolgelukkig” zijn met de nieuwe welvaart – op een man met een baret na. „Men pleegt hier roofbouw”, bromt hij in 1965 in de camera, „zonder de gevolgen te overzien.” Niemand kan ongestraft aardgas aan de bodem onttrekken, vond hij.

Het blijken profetische woorden. Gasbevingen zijn in Groningen aan de orde van de dag. Het kabinet heeft een Nationaal Coördinator Groningen afgevaardigd. Huizen worden gesloopt vanwege instortingsgevaar, gedupeerden betrekken wisselwoningen, woonwijken worden herbouwd. De winkels staan vol met Groningers op zoek naar badkamers en keukens. Het Centrum Veilig Wonen, uitvoeringsorganisatie van gaswinningsbedrijf NAM, begeleidt de bewoners en geeft de bouwvakkers cursussen ‘omgaan met emoties’.

Dit keer hebben de overheid en gaswinningsbedrijf NAM bij veel Groningers afgedaan. Ze zijn niet langer weldoener, maar boosdoener. De verzorgingsstaat is uitgelopen op een desillusie. „De overheid is onze vijand”, zegt een gedupeerde bewoner, „die uit is op eigen winst in plaats van onze veiligheid.” Met vervreemdende beelden registreren de filmmakers hoe alle betrokkenen hun posities betrekken en de nieuwe verhoudingen scherp stellen.

Zo kan het gebeuren dat actievoerders in het Centrum Veilig Wonen een kop directiekoffie krijgen aangeboden als ze het pand bezetten. Dat TNO Groningers enthousiast op en neer laat springen om een bevingsmeter te testen. En dat Nationaal Coördinator Hans Alders maar empathisch blijft knikken als een gedupeerde in zijn wisselwoning klaagt over een bobbelende vloerbedekking en een ontbrekende wc-rolhouder.

Geluidsman Van Haalen: „Je wordt in onze film voortdurend heen en weer geslingerd met de vraag: wie heeft hier nou gelijk?”

Cameraman Cohen: „Er zijn zoveel waarheden. Het is een gordiaanse knoop.”

Te politiek

De oude Douglass Stewart zwijgt er over. De bevingen zijn te politiek, liet hij de filmmakers buiten beeld weten.

Intussen redden Giedi en Katja in Groningen zichzelf. In een hutje op een landje, zonder gaspijp en elektriciteitsnet, met hout en een vijver voor de deur. Zelfvoorzienend en onafhankelijk zoals hun voorouders aan het begin van de jaartelling leefden. „Deze overheid gaat helemaal niet voor mij zorgen”, zegt Katja. „Ze verdienen veel te veel geld aan het gas.”

Zondag 24 september gaat Geschenk uit de Bodem in première op het Nederlands Film Festival in Utrecht.