De schoonheid van het slootjespatroon

Het patroon van sloten en slootjes in West-Nederland lijkt slordig, maar toch zit er duidelijk een systeem in. Het antwoord voert terug tot de veenontginningen in de Middeleeuwen.

Slotenpatroon in Noord-Holland rond 1850 op de Topographische en Militaire Kaart van het Koningrijk der Nederlanden. De opmetingen zijn van eerdere datum. Bron: Grote Historische Atlas van Nederland (Wolters-Noordhoff)

Zou het kunnen dat Noord-Korea zijn raketten alleen maar over Japan schiet omdat het niet weet waar ze anders heen moeten? Je kunt je raketten niet eeuwig recht omhoog schieten, je wil ook wel eens weten hoe ze zich houden in een gewone lage baan. Maar welke opties zijn er dan? Richting China of Rusland? Of, godbetert, over Zuid-Korea? Wie het bij Google Earth bekijkt, ziet dat Japan het beste is. Maar wie kijkt er nog bij Google Earth?

(En wie rekent er nog? Een vanuit Korea afgeschoten raket die op 700 km hoogte over Japan vliegt kan natuurlijk met geen mogelijkheid op Japan terecht komen. Bedenk: hij zit in een ballistische baan, ver buiten de atmosfeer, de brandstof is op of nagenoeg op. Hoe zou het moeten? De maan valt toch ook niet op de aarde?)

Wie kijkt er nog op Google Earth? Toen twintig jaar geleden internet beschikbaar kwam en daar ook weldra luchtfoto’s en satellietopnamen bekeken konden worden, toen waren er hoge verwachtingen van de bijdragen die amateur-onderzoekers zouden gaan leveren aan de landschapsarcheologie en dergelijke. De burgeronderzoeker zou thuis achter de computer satellietopnamen bestuderen en van alles ontdekken: sporen van nederzettingen en kastelen, grafheuvels en heerwegen, you name it. Maar we hebben er niet veel meer van gehoord.

De amateur-onderzoeker komt niet gauw tot het aanvullende onderzoek dat zijn vondst betekenis moet geven en hij heeft ook vaak niet de lange adem om zijn waarnemingen wetenschappelijk in te bedden. In juli 2004 ontdekte historisch geograaf en luchtfotograaf Adrie de Kraker op zijn foto’s eigenaardige verkleuringen (‘crop marks’) in gewassen bij het dorp Kloosterzande in Zeeuws-Vlaanderen: cirkels en een enkel vierkant. Overblijfselen van grafmonumenten uit de Late Prehistorie, was het eerste vermoeden. Lees op internet in het spannende en aantrekkelijke rapport Cirkels in het Zeeuwse land (Amersfoort, 2011) hoe het vandaar liep naar de uiteindelijke conclusie dat het sporen zijn van greppels die in de Late Middeleeuwen rond tijdelijk opgeslagen materiaal werden gegraven. Er kwam een hoeveelheid research aan te pas waar de amateur niet aan kan beginnen.

Toch staat de amateur niet per definitie buiten spel. Aan de hand van de secure metingen die Google Earth mogelijk maakt analyseerde Michiel Hooijberg het wereldberoemde symmetrische sloten- en wegenraster van de polder de Beemster, een droogmakerij uit 1612. Het ontwerp van het systeem van loodrecht op elkaar staande wegen en weteringen is uit 1610-1611 en de opzet was dat binnen de polder 40 vierkante stukken land van 100 ‘morgen’ zouden ontstaan. Dat is gelukt, maar vreemd genoeg hebben cartografen de lengten en breedten (in ‘Rijnlandsche roeden’) vaak verkeerd weergegeven, zelfs Leeghwater deed het. Lees het na op www. poldersporen.nl.

De landheer bepaalde bij de veenontginning hoe ver de sloten uit elkaar moesten liggen en hoe diep ze zouden zijn

Wie op Google Earth het strakke Beemster-patroon bekijkt en dan doorschuift naar het rommelige zootje sloten en wegen verderop in Noord-Holland, maar daarbij de Schermer, de Purmer, de Wormer, de Heer Hugowaard en het Wogmeer (et cetera) vermijdt en ook weg blijft bij de Wieringermeerpolder, die ziet direct dat de slotenpatronen van West-Nederland op verschillende manieren zijn ontstaan. De kavelpatronen van de droogmakerijen zijn op de tekentafel ontworpen en zijn altijd van ná 1450, want pas toen kwamen de windwatermolens waarmee je meren kon leegpompen. Het overgrote deel van de sloten en slootjes in West-Nederland is veel ouder, niet zelden meer dan duizend jaar oud. Het patroon is slordig genoeg om zeker te weten dat er geen tekentafels en landmeters aan te pas kwamen, en toch zit er duidelijk systeem in.

De sloten zijn overgebleven uit het midden van de Middeleeuwen toen ‘kolonisten’ de uitgestrekte wilde veengebieden in het westen gingen ontwateren om ze geschikt te maken voor landbouw. Het water werd afgevoerd naar natuurlijke waterlopen (veenstroompjes) die als ontginningsbasis dienst deden. De ontwateringssloten werden dwars op de bestaande waterlopen gegraven. En niet zomaar willekeurig: in de contracten waarin de overdracht van de veengrond werd geregeld bepaalde de landheer de maatvoering van de ontginning: hoe ver de sloten uit elkaar moesten liggen en hoe diep ze zouden zijn.

Nederland bestudeert zijn Middeleeuwse veenontginningen sinds 1950, aan literatuur is geen gebrek, maar in de alinea hierboven is geciteerd uit de mooie afstudeer-scriptie van Lisa Timmerman die in april verscheen. Timmerman (Rijksuniversiteit Groningen) analyseerde bestaand onderzoeksmateriaal dat zich concentreert rond bodem en landschap van West-Friesland. Het veen werd daar lang geleden zó goed ontwaterd dat het oxideerde en verdween, dat is de crux. Maar Timmerman legt ook in algemene zin uit hoe veen werd ontgonnen en wie er bij werden betrokken.

Misschien weten nog te weinig amateur-onderzoekers dat het slotenpatroon in Nederland al eeuwen vast ligt. Voor de laatste twee eeuwen is het eenvoudig te bewijzen aan de hand van topografische kaarten, maar ook voor vroegere tijden is het aannemelijk te maken. Google Earth geeft dus toegang tot een uniek archief waarin iedereen zijn eigen ontdekkingen kan doen. Mooie vingeroefening: zoek de resten van het nooit voltooide Goudriaan-kanaal in Waterland en Marken. Het is uit 1826.