Cultuur

Interview

Interview

Het jaar van de prijzen

‘We gaan de regenboogtrui eren, maar ook onze sponsoren’

Interview Iwan Spekenbrink

Het WK wielrennen in Bergen is van Sunweb, net als heel 2017. In gesprek met de teambaas. „We gaan de regenboog én de sponsor eren.”

Iwan Spekenbrink (41) is een drukbezet man. Dit jaar had hij twee weken vakantie, verder is hij bezig met wielrennen, als baas van Team Sunweb, maar hij is ook voorzitter van de AIGCP (de koepelorganisatie van professionele wielerteams) en vicevoorzitter van de MPCC, een orgaan waar wielerteams zich bij kunnen aansluiten als ze het belang van een dopingvrije sport onderschrijven. Eigenlijk doet hij te veel, vindt hij. Maar wielrennen is nu eenmaal zijn passie.

De ploeg die hij sinds 2008 leidt, inmiddels Team Sunweb geheten, beleeft een ongehoord succesvol wielerjaar, met de eindoverwinning in de Giro d’Italia, vier ritten in de Tour de France en in die koers ook de bollen- en puntentrui. Op het WK, dat nog tot zondag duurt, won het team al drie van de zes wereldtitels bij de profs. Een interview met de meest bejubelde ploegbaas van het mondiale wielrennen, aan de hand van zes thema’s.

Successen

Spekenbrink begint te lachen als hij alle successen krijgt opgesomd. Het is ook voor hem een ongelooflijk jaar, en hij is blij dat hij dat mag meemaken. Maar niet alle successen kwamen als verrassing voor hem. „Bij de ploegentijdrit voor mannen dacht ik vooraf dat het tussen Sky en ons zou gaan. De vrouwen had ik op het podium verwacht, maar het mooie aan sport is de onvoorspelbaarheid. Je verliest vaak, maar dit jaar valt heel veel in ons voordeel uit. Onze resultaten zijn nu beter dan we zijn, en dat is een groot compliment aan het team. We stijgen boven onszelf uit.”

Beleid

Jubelverhalen over Sunweb genoeg in de kranten. Spekenbrink is de succesmanager gaan heten, hij is de architect van een ploeg die naast wielrenners bestaat uit een breed scala aan jonge, veelal wetenschappelijk opgeleide mensen op het gebied van bijvoorbeeld aerodynamica, voeding en trainingsleer. Zelf is hij econoom. „Wielrennen kun je economisch benaderen: het team dat het hoogste rendement creëert, is het best. En dat doe je door wereldkampioen te worden in het innoveren en in het samenwerken. Vergeet niet: het is de meest pure teamsport. Apenrotsgedrag moeten we voorkomen. En we moeten met onze voetjes op de grond blijven staan. Beslissingen die we maken, mogen nooit gebaseerd zijn op het idee dat wij zo goed zijn. Om dat soort dingen te vermijden, doen we rollenspellen en coachen we elkaar. Want we kunnen altijd beter. Ook wij maken fouten.”

Barguil

Als Spekenbrink zo’n fout moet noemen, zegt hij: „Barguil”. In de zevende etappe van de voorbije Vuelta weigerde de Fransman Warren Barguil, in de Tour winnaar van de bolletjestrui en twee etappes, na een lekke band te wachten op Wilco Kelderman, de onbetwiste kopman in die ronde. Barguil werd voor die actie zonder pardon naar huis gestuurd. Zoiets komt zelden voor. „Optimalisatie van een proces vergt veel van mensen. Maar je maakt een plan en daar horen afspraken bij die voor iedereen gelden. Hij wist dat dit de consequentie zou zijn. We hadden hem vooraf nog duidelijker moeten coachen. Dat is een verbeterpunt.”

Wantrouwen

Nu de successen van Sunweb blijven komen, groeit onder het wielerjournaille het wantrouwen. Op persconferenties wordt steeds vaker naar ‘het geheim’ van de ploeg gevraagd, waarbij het natuurlijk over doping gaat. Spekenbrink begrijpt die kritische houding, hij is zelfs blij dat ernaar gevraagd wordt. „Bij ons gaat het eerlijk, tenminste, voor zover we kunnen meekijken. We hebben een team dat alle renners in de gaten houdt. We screenen op verandering in gedrag, aan het lichaam, we kijken of de poweroutput normaal is, en we voeren zelf dopingcontroles uit. Doel is de drempel om te gebruiken zo hoog mogelijk te maken. Maar ook wij gaan een keer met een positief geval te maken krijgen, we zien niet alles. Als we ook maar het vermoeden hebben dat er iets niet klopt, verlengen we contracten niet. Zo hebben we in 2008 Clément Lhotellerie laten gaan omdat we ons niet goed voelden bij wat hij deed.”

Toekomst

Spekenbrink maakt zich geregeld druk over de toekomst van de wielersport. Hij vindt het economisch model slecht, omdat de wielerteams hun eigen broek op moeten houden, en niet delen in de opbrengst van de uitzendrechten op tv, zoals bijvoorbeeld in het voetbal wel gebeurt. Het maakt wielerteams kwetsbaar, en elk jaar moet er wel ergens een ploeg stoppen omdat de sponsor het voor gezien houdt. In de winter van 2013/2014 stond Sunweb, toen Argos-Shimano, op het randje van een faillissement toen een geldschieter stopte. Nu is dat anders: Spekenbrink heeft contracten voor minstens drie jaar. Een luxe, beseft hij. „Evengoed wordt het wordt tijd dat de positie van de renners en de ploegen verbetert. Wielrenners zouden mede-eigenaar moeten worden van wedstrijden en tv-rechten. Wielerploegen moeten gaan samenwerken, zodat ze een hecht blok vormen tegen organisatoren. De acteurs hebben nul invloed. Ze verdienen beter.”

Regenboogtrui

In juli besloot Spekenbrink om Ramon Sinkeldam na zijn nationale titel op de weg geen rood-wit-blauw tricot aan te laten meten – een titel is een teamprestatie, Spekenbrink vindt het ongepast om er dan één renner uit te lichten. Slechts aan een klein vlaggetje op rug en borst is nu te zien dat hij de beste van Nederland werd. Het leidde tot grote verontwaardiging in het peloton en onder wielerfans. Een trui heeft historische waarde, daar moet je niet aankomen, vonden velen. Maar Spekenbrink vindt dat wielrenners niet verplicht mogen worden om een jaar lang door middel van een trui een evenement te promoten. Sponsoren en ploegen zouden volgens hem moeten bepalen hoe een trui eruitziet; waar en hoe groot een logo wordt afgedrukt. „Zij zijn de enigen die in wielrenners investeren, als stakeholders. Die verdienen invloed.”

Nu Tom Dumoulin afgelopen woensdag wereldkampioen tijdrijden is geworden, rijst de vraag: laat Spekenbrink die regenboogtrui wél intact? Wereldwielerbond UCI hanteert strikte regels voor dat tricot. Sponsorlogo’s moeten op een witte achtergrond worden geplaatst, in het klein. Spekenbrink reageert geïrriteerd, heeft geen zin in nóg een truiendiscussie. „We gaan de regenboog eren, maar ook onze sponsoren”, herhaalt hij een paar keer. „Het wordt een mooie trui, waar we de logo’s niet op gaan verkleinen. Ik ga onze sponsoren beschermen. Als de UCI dat verbiedt, gaan we in overleg. Het is belangrijk dat we een stem hebben. Het kan niet zo zijn dat de UCI de economische positie van de renners aantast.”