Opinie

De Koerdische droom wenkt

Voor , geboren in Suleymaniah, is een Koerdisch referendum een eerste stap naar zelfbeschikking. „We zijn het wachten op vooruitgang beu.”
Een man zwaait met de Koerdische vlag tijdens een bijeenkomst eerder deze maand in Erbil, hoofdstad van Iraaks Koerdistan. FOTO SAFIN HAMED / AFP

Een onafhankelijk land voor een volk dat al zolang wordt gepasseerd: zou die droom ooit werkelijkheid worden? President Barzani deed zijn djamana (tulband) op en kondigde het onafhankelijkheidsreferendum niet lang geleden aan. Koerdistan is er klaar voor, vindt hij. Maandag moet het referendum plaats vinden.

We worden ‘de grootste etnische groep zonder eigen staat’ genoemd. Met een eigen culturele identiteit en taal, maar altijd overheerst geweest door andere beschavingen: Arabieren, Ottomanen, Perzen en Turken. In de geschiedenis voortdurend onderdrukt, vervolgd, ontkend en verraden. „Kurd hawree chyaya”, luidt een Koerdisch gezegde: Onze enige vrienden zijn de bergen.

Ik ben geboren in Suleymaniah, het culturele hart van de enige erkende autonomische Koerdische regio in Noord-Irak. Ik kom uit de stad van dichters, zangers, schrijvers, wetenschappers en politici. Die van soennieten, shi’ieten, christenen, joden en yezidi’s. Diversiteit en schoonheid, oude vetes, gedeeld verdriet en oorlogserfenis, allemaal samengesmolten tot één stad.

Mijn ouders waren jong toen ze 26 jaar geleden met mijn broer en mij een barre tocht naar Iran aflegden, nadat Saddam Hoessein een moordcampagne begon tegen de Koerden. Slechts één van de vele campagnes, want de wreedheden jegens Koerden zijn ontelbaar. Het gifgasbombardement in Halabja in 1988 doodde tenminste drieduizend Koerden. Er worden nog steeds massagraven ontdekt, soms met de lijken van vrouwen en baby’s.

„Onafhankelijkheid? We zijn gezegend als de kleinkinderen van jouw kleinkinderen dat ooit mogen meemaken”

De Koerden hebben altijd teruggevochten. Dat hoor ik in de verhalen van mijn ooms, die als peshmerga-strijders jarenlang op de barricaden stonden, en van mijn tante, die met gevaar voor eigen leven regelmatig demonstreerde nabij een van de drukste kruispunten van Suleymaniah.

Natuurlijk zijn Turkije en de centrale regering van Irak niet blij met een eventueel referendum. Iran is dat evenmin en veel steun uit het Westen en de Arabische Liga krijgen Koerden ook niet. Turkije en Iran vrezen voor het effect van onafhankelijkheid op de positie van de Koerden in hun eigen land. Ook de VS heeft voorlopig liever geen referendum. Zij menen dat het alleen maar afleidt bij de verdrijving van de laatste strijders van Islamitische Staat.

Een bevolkingsgroep die al zolang strijdt voor de erkenning van hun culturele identiteit, veiligheid en zelfstandigheid: het spreekt voor zich dat hun antwoord op het referendum positief is. „Hoe kan men verwachten dat we na al die jaren van onderdrukking nog deel uit willen maken van Irak? Ik heb mijn eigen kinderen begraven ten tijde van het Iraakse regime. Ik wil niets meer met dit land te maken hebben”, zie ik een oudere man op de Koerdische televisie zeggen.

Toch zit niet iedereen te wachten op een referendum, ook al is dit niet bindend. Mijn tante bijvoorbeeld, in de jaren negentig gevlucht naar Nederland, bestempelt de aankondiging van Barzani’s afscheiding als een façade. „Om nog eens tien jaar achter zijn corrupte heerschappij aan te plakken.” Natuurlijk droomt ook zij van een zelfstandige staat, maar een verleden van verraad en corruptie laten ook bitterheid na. „Onafhankelijkheid?” vraagt ze cynisch als ik met haar telefoneer. „We zijn gezegend als de kleinkinderen van jouw kleinkinderen dat ooit mogen meemaken.”

Lees ook: Iedereen smeekte president Barzani het referendum over onafhankelijkheid van Iraaks Koerdistan uit te stellen. Te laat, zegt hij.

Ik snap het cynisme. Om te beginnen hebben de Barzani’s te veel macht. Massoud is president, al tien jaar. Zijn neef Nechirvan is minister-president en zijn zoon Masrour leidt de veiligheidsdienst. Het is geen geheim dat de Barzani-clan profiteert van de olie-inkomsten. Er zijn vermoedens dat tegenstanders van Barzani worden opgepakt en demonstraties in de kiem gesmoord worden.

Niettemin schaar ik me achter de hoopvolle Koerden, die het wachten op vooruitgang beu zijn. Het referendum lost zeker niet alles op, maar het is een eerste stap naar zelfbeschikking, waar zoveel Koerdisch bloed voor is gegoten.

Koerdische strijders hebben meermaals de naam peshmerga, ‘zij die de dood in de ogen kijken’, eer aangedaan. Het meest recente voorbeeld daarvan is natuurlijk de zegeviering in het gevecht met IS. Op de grond knappen Koerden nog steeds het vuile werk op.

Ik sluit mijn ogen niet voor corruptie en nepotisme in mijn geboortestreek. En natuurlijk zou een onafhankelijk Koerdistan sterker staan met echte steun van de Arabische Liga, het Westen en zelfs Turkije. Maar als we vooruitgang en een sterkere positie willen, mag het referendum niet lang meer op zich laten wachten. Hevige verandering is immers onmogelijk zonder een revolutionaire situatie.

Mislukt land

Laten we ook niet vergeten dat Irak een gefragmenteerd land is, gedoemd om te mislukken. Toen het ooit enigszins functioneerde was dat onder het regime van Saddam Hoessein, die elke vorm van protest wreed onderdrukte. De huidige grenzen zijn getekend door kolonialisten. Het is heel onwaarschijnlijk dat al die verschillende bevolkingsgroepen ooit nog samen een stabiel bestaan kunnen opbouwen.

Amerika mag dan streven naar het bijeenhouden van Irak, vroeg of laat zal het land ophouden in zijn huidige vorm te bestaan. Een toekomstig onafhankelijk Koerdistan kan een voorbeelddemocratie worden voor de omgeving.

President Barzani heeft in ieder geval beloofd zijn djamana af te doen bij de volgende presidentsverkiezingen, in november. Hij stelt zich niet meer verkiesbaar en belooft ook leden van zijn clan niet voor te dragen. Daarmee groeit mijn hoop op een betere toekomst en een zelfstandig Koerdistan. Een citaat van artiest Maurice Chevalier vat het mooi samen: „Als je wacht op het juiste moment waarop alles veilig en zeker is, komt het misschien nooit. Dan worden er geen bergen beklommen, geen wedstrijden gewonnen, en word je ook nooit blijvend gelukkig.”