Column

Bouwstenen voor nieuwe romans

Struinen door de boekwinkel tijdens de spectaculaire opening van het literaire seizoen in Frankrijk.

De Franse boekenwereld wordt al drie weken lang bepaald door de Rentrée Littéraire, oftewel het nieuwe literaire seizoen. Het is een gebeurtenis die je het gevoel geeft dat er iets heel bijzonders aan de hand is. Dat blijkt alleen al uit de boekenbijlagen van de grote kranten en de literaire tijdschriften, die opgewonden berichten over de nieuwe trends die ze hebben waargenomen. Humor is in dat opzicht nog altijd ver te zoeken, maar wat wil je ook in een land waar de ‘tristesse’ na afloop van de zomer in elke provinciestad van de daken druipt.

Het klinkt wat aanstellerig, zo’n literaire rentrée, alsof de literatuur eindelijk terug is van weggeweest. Maar in werkelijkheid is dat natuurlijk niet zo, want de Rentrée Littéraire is een jaarlijks terugkerende gebeurtenis, zoiets als: het nieuwe schooljaar (de rentrée scolaire) is begonnen, de herfst staat voor de deur en u hebt eindelijk weer eens tijd om een goed boek te lezen. De Fransen maken er daarom een spektakel van, dat zijn evenknie hoogstens vindt in het met copieuze diners gepaard gaande jury-overleg voor de Prix Goncourt. Als eerste stap werd begin september een salvo van meer dan vijfhonderd nieuwe romans op de boekwinkels afgevuurd. Op speciale uitstaltafels zijn die romans daar nu te zien, voorzien van een buikband die ze het imago geeft alsof ze al in het Panthéon zijn opgenomen, terwijl het toch vooral de bedoeling is dat ze opengeslagen en gelezen worden. Maar je moet er wat voor over hebben om de aandacht op al die nieuwe, afzonderlijke titels te vestigen.

Het is een relatief nieuw genre: de roman zonder fictie, waarin de schrijver als journalist of historicus optreedt

In het overdadige aanbod van dit seizoen bevindt zich onder meer de roman van Philippe Besson over president Macron, Un personnage de roman. Maar wie een werk vol Sturm und Drang verwacht, met een door een aan Stendhal ontleende passie voor een oudere vrouw (Le Rouge et le Noir) en een tomeloze eerzucht getourmenteerde hoofdpersoon, komt bedrogen uit. Als het erop aankomt, lijkt de bloedserieuze DDR-domineesdochter Angela Merkel meer stof voor een geheimzinnig romanpersonage op te leveren dan de Macher uit Parijs.

In de boekwinkel in het stadje Gaillac (departement Tarn), die kan overleven door samen te werken met zes andere kleine boekwinkels in dit deel van Zuidwest-Frankrijk, valt me op dat een aanzienlijk deel van de nieuwe titels over de Algerijnse onafhankelijkheidsoorlog van 1954-1962 gaat. In die romans is vrijwel niets verzonnen, alsof de schrijvers ineens de dagboeken van hun ouders uit de kast hebben gehaald om er een historische roman van te bakken met zichzelf als hoofdpersonage. Het is ongetwijfeld een gevolg van een relatief nieuw genre, dat de afgelopen jaren ook in Frankrijk is opgekomen: de roman zonder fictie, waarin de schrijver als journalist of historicus optreedt.

Een van de beste voorbeelden in dit genre is Emmanuel Carrère, wiens Limonov een als schelmenroman vermomde biografie is van de Russische schrijver Eduard Limonov (1943). Ook veel andere romans van Carrère zijn autobiografische verslagen van zijn belevenissen, zo merkte ik in zijn nieuwe bundel reportages, Il est avantageux d’avoir où aller, die ik in Gaillac op de kop tikte. Stuk voor stuk zijn die artikelen bouwstenen voor zijn toekomstige romans. De werkelijkheid is namelijk altijd veel absurder dan wat je kunt verzinnen.