Column

Bidden dat het goed afloopt is geen beleid

Bij gebrek aan binnenlandse besluiten door de slepende coalitieonderhandelingen stond in de Troonrede die koning Willem Alexander namens Rutte II mocht oplezen veel over buitenlands beleid. Opdat we het allemaal begrepen gingen de Haagse tekstschrijvers diep door de hurken: „We zien dat er in de wereld veel aan de hand is.”

Over wát er allemaal aan de hand is, en wat we eraan doen, kregen we heus een en ander te horen – van missies in Afghanistan en Litouwen tot klimaatbeleid en terrorismestrijd. Daarentegen geen woord over dé breuk voor onze buitenlandpolitiek sinds de vorige Troonrede: Trump in het Witte Huis. Geen vermelding van Amerika. Nog geen half zinnetje over de impact voor de Nederlandse veiligheid, die sinds 1945 geheel rust op Amerika’s militaire bescherming, en dat er een roekeloze narcist aan de knoppen zit. In Washington is veel aan de hand, waar we – demissionair of niet – iets mee moeten.

Bidden dat het goed afloopt, is geen beleid.

Deze geopolitieke omissie in Den Haag trof te meer omdat diezelfde dinsdag, enkele uren later in New York, Donald Trump zijn roekeloze debuuttoespraak tot de VN hield. Voor honderden regeringsleiders en ministers ging de Amerikaanse president los. De toon herinnerde aan zijn apocalyptische inauguratierede uit januari: escalatie en oorlogsdreiging. De hoop dat Trump na Steve Bannons vertrek uit het Witte Huis zijn nationalistische koers zou temperen blijkt ijdel. Behalve Noord-Korea – Amerika is bereid het land „volledige te vernietigen” – moest ook Iran het ontgelden. Het wachten is nu op het moment dat Trump zijn steun voor het nucleaire akkoord met Iran uit 2015 intrekt, waarop hij zinspeelde.

Het herinnert aan Trumps kat-en-muis met het Parijse klimaatakkoord. Op de G7-top, eind mei op Sicilië, probeerden de andere zes leiders, Angela Merkel voorop, hem te overtuigen voor Amerika’s handtekening te staan – vergeefs. Eén week later trok Trump, voor een juichend thuispubliek, de stekker eruit. Ook in New York kondigt hij nu het diplomatieke bommetje aan, om het vermoedelijk te laten ploffen als iedereen weer thuis is. Dan staat ook Nederland, dat via de VN en de drie EU-onderhandelaars (Parijs, Londen en Berlijn) aan de Iran-deal is gebonden, voor nieuwe keuzes. Moeten we Trump achterna hollen? De barsten in de transatlantische betrekkingen worden met de dag groter en dwingen tot strategisch vooruitzicht.

De schijnwerper zwenkt komende dagen naar andere podia. Deze vrijdag houdt premier Theresa May een grote rede in Florence, die nu al vergeleken wordt met het historische optreden van Margaret Thatcher in Brugge, in 1988. May’s EU-partners hopen op meer duidelijkheid over de Britse inzet in de Brexit-onderhandelingen, vooralsnog een schaduwspel in Brussel omdat ze vooral plaatsvinden binnen de eigen Conservatieve Partij. Intussen staat Macron te popelen om na de Duitse Bondsdagverkiezingen zijn grote toespraak over Europa’s toekomst te houden. Vanaf een Frans podium hoopt hij zo mee te doen aan Berlijnse coalitieonderhandelingen.

Het is wellicht tijd dat Mark Rutte – als hij Rutte III eenmaal op het bordes heeft – zich ook in dit retorische slagveld mengt. Het mag bij hem geen ‘visie’ heten, maar meer dan ‘veel aan de hand’ mag best. Ook op pragmatische gronden is een strategisch perspectief voor Nederland en Europa geen luxe. Rutte, inmiddels een van de oudsten-van-dienst onder de regeringsleiders, manifesteert zich nadrukkelijker op het Europese toneel. Dus hij weet nu wel dat Europese diplomatie niet alleen achter de schermen wordt bedreven, maar ook met het publieke woord – een onmisbare bron van persoonlijk politiek gezag.

Luuk van Middelaar is politiek filosoof en hoogleraar Europees recht en EU-studies (Leiden, Louvain-la-Neuve). Deze column is wekelijks.