Anti-terrorismedienst NCTV subsidieerde film over IS

Syriëgangers

De NCTV financierde een documentaire die te zien is op het Nederlands Film Festival. Het doel: mogelijke Syriëgangers ontmoedigen.

Anti-terrorismedienst NCTV heeft voor 130.000 euro een documentaire gefinancierd over terreurbeweging Islamitische Staat (IS). In de film, die donderdag in première ging tijdens het Nederlands Film Festival, vertellen Syrische vluchtelingen en een voormalig IS-strijder over hun negatieve ervaringen met de terreurbeweging.

De NCTV bevestigt de subsidieverlening, waar bewust geen ruchtbaarheid aan is gegeven. „De film past in het preventieve beleid van het kabinet om jihadistische propaganda en andere vormen van extremistische boodschappen te ondermijnen”, zegt een woordvoerder.

De NCTV heeft zich naar eigen zeggen niet bemoeid met de inhoud van de film, getiteld Echoes of IS – the scars we share. Producent Submarine bevestigt dit. In de film vertellen voormalige inwoners van het kalifaat hoe zij werden verplicht bedekkende kleding te dragen en de IS-vlag te voeren. De teruggekeerde Syriëganger Jordi de J. schetst hoe de situatie in het kalifaat veel minder rooskleurig was dan hem vooraf was verteld. „Ik voelde me eigenlijk best wel voorgelogen.” Toen hij wilde terugkeren naar Nederland, liet IS hem niet gaan. Zijn paspoort en telefoon werden ingenomen.

De producent omschrijft de film als „een tegengif tegen de gefabriceerde sprookjes afkomstig uit de propagandamachine van IS”.

De financiering van de film kan gezien worden als een counternarrative: een poging van de overheid om IS-propaganda te beantwoorden met een tegenboodschap. Waar de terreurbeweging video’s maakt waarin de gewelddadige jihad wordt verheerlijkt, probeert de overheid dat beeld op verschillende manieren te weerspreken.

De vraag is in hoeverre dit soort inspanningen zin hebben. Alles hangt af van de vorm van de boodschap, zegt de Utrechtse hoogleraar Beatrice de Graaf, die onderzoek doet naar de werking van counternarratives. In het algemeen geldt dat deze boodschappen gericht moeten zijn op een specifieke doelgroep, zegt De Graaf. „Zomaar een film verspreiden onder een breed publiek, werkt niet per se. Iets wordt pas een counternarrative wanneer er daadwerkelijk iets met de boodschap gebeurt en er gericht een specifiek pubiek wordt aangesproken.” De Graaf noemt als voorbeeld het jeugdtheater Jihad, de voorstelling, eveneens ondersteund door de NCTV. „Die voorstelling werd uitgevoerd in middelbare scholen; leerlingen kregen er van tevoren les over en gingen erna nog in gesprek. In zo’n kleine setting, met nazorg, kun je mensen echt op andere gedachten brengen.” 

Eerder onderzoek suggereert dat overheden uiterst voorzichtig moeten omspringen met counternarratives. Een staat die gedachten van burgers probeert te beïnvloeden, is weinig geloofwaardig. Daarom wordt de NCTV-subsidie niet bij de film vermeld. Volgens Corine Meijers van Submarine is de onafhankelijkheid van de productie hierdoor niet in het geding: „Er is in de documentaire namelijk ook kritiek te horen op de overheid.”