Recht & Onrecht

Alleen als de Brexit slaagt is de EU nog geloofwaardig

De EU-27 moet alles op alles zetten om te zorgen dat het VK in maart 2019 uittreedt. Als het niet doorgaat beschadigt dat de geloofwaardigheid van de EU, schrijft Ton van den Brink in de Europacolumn.

AFP PHOTO / Tolga AKMEN

Zou het mogelijk zijn dat de Brexit uiteindelijk toch niet door gaat? De opstelling van de Britse regering brengt de uittreding van het VK uit de EU in ieder geval wel in gevaar.

Haar onderhandelingsinzet is onduidelijk, onrealistisch en soms zelfs tegenstrijdig (zoals de wens om uit de interne markt te stappen en tegelijk een zachte grens met Ierland te willen behouden). Bovenal valt echter de enorme traagheid op waarmee die inzet zichtbaar wordt. Aan Europese zijde ontstaat inmiddels ‘Brexit-moeheid’, die perfect werd geïllustreerd door de ‘Staat van de Unie’-speech van Commissiepresident Juncker. Daarin was de Brexit enkel een voetnoot, en dan ook nog eentje waaruit enkel gelatenheid sprak.

Wankelen

Zo doemt het gevaar op dat de Brexit mislukt. Het is immers niet ondenkbaar dat de ferme positie van het VK om te vertrekken toch gaat wankelen, zelfs met de huidige Britse politieke verhoudingen. Zeker als er de komende tijd onvoldoende zicht komt op een goed akkoord voor de scheiding en de toekomstige verhoudingen. Het VK zou het dan zomaar met de EU-27 eens kunnen worden om te blijven. In dat geval kan de kennisgeving om uit te treden van maart dit jaar worden herroepen en de procedure worden stopgezet.  

Dat scenario zou funest zijn voor de EU. Het valt te vrezen dat men van Europese kant onvoldoende in de gaten heeft hoe cruciaal het is dat het VK in maart 2019 daadwerkelijk de Unie verlaat. De geloofwaardigheid van de Unie zelf staat op het spel. In de eerste plaats de geloofwaardigheid van Unie als een gemeenschap waarin rechtsregels betekenis hebben en worden nagekomen. Het hele Uniebouwwerk is daarop gebaseerd. Het systeem zit vol met mechanismen om dat te bereiken: de belangrijkste van allemaal is het Hof van Justitie. Die heeft zijn bestaansrecht verworven door de regels van het Europese recht inhoud te geven en af te dwingen.

Dode letter

Artikel 50 van het Verdrag is zo’n regel. Het recht om uit de Unie te treden is niet symbolisch bedoeld. De bepaling schrijft een duidelijke procedure voor en bevat bovendien de garantie dat de scheiding na twee jaar definitief wordt, zelfs bij gebrek aan een goede scheidingsregeling. Het is er dus op gericht om hoe dan ook het voornemen van een lidstaat met de wens om te vertrekken te verwezenlijken. Als de Brexit mislukt, dan is artikel 50 een dode letter. Dat zou rechtstreeks indruisen tegen het wezen van de EU. Welke status, welke betekenis hebben gezamenlijk in de EU afgesproken regels dan immers nog? Burgers verwachten dat de EU haar eigen regels hoog houdt: de kritiek dat de EU er niet in slaagt om begrotingsregels af te dwingen is wat dat betreft een heldere waarschuwing.

Uitgang onbereikbaar

Maar er is meer. Daarvoor moeten we terug naar de oorsprong van artikel 50. Dat is in het verdrag gekomen om de indruk weg te nemen dat de EU een ‘rigide entiteit’ is waaruit geen ontsnappen mogelijk is. In andere woorden, artikel 50 is de steunpilaar onder de gedachte dat de EU geen aanval vormt op de natiestaat maar juist geworteld is in de soevereiniteit van de lidstaten. De basis onder deze redenering valt echter weg als we zouden moeten vaststellen dat de uitgang van de EU praktisch gezien onbereikbaar is. Daarmee zouden politici van de EU-27 een groot probleem hebben: het zou de claim van populisten, ook in eigen huis, geloofwaardig maken dat de EU inderdaad een soort Hotel California is (“You can check out any time you like, but you can never leave”).

Er is dus werk aan de winkel, ook aan de kant van de EU-27, om ervoor te zorgen dat de Brexit een succes wordt. Weg dus met de gelatenheid en de Brexit-moeheid en terug naar de voortvarendheid die de EU in het begin van het onderhandelingsproces liet zien. De geloofwaardigheid van de EU staat op het spel!

De Europa-column wordt geschreven door senior-onderzoekers van Renforce, Universiteit Utrecht. Ton van den Brink is universitair hoofddocent Europees Recht.