Column

Aan dood gewicht heeft niemand iets

Je hoort het in Brussel, je hoort het in Den Haag, in Kopenhagen en diverse andere Europese hoofdsteden: „Er komt geen Brexit. De Britten blijven.”

In de politiek, en zeker de Europese, geldt maar één adagium: „Wat niet kan, is nog nooit gebeurd.” Niemand kan uitsluiten dat de Brexit uiteindelijk niet doorgaat. Maar de kans is klein. Gelukkig maar, want voor de EU zou dit funest zijn.

In een Angelsaksisch georiënteerd land als Nederland is dit vloeken in de kerk. Geen land heeft harder gevochten om het Verenigd Koninkrijk erbij te halen dan Nederland. Pas toen we de Britten er na drie Franse veto’s in loodsten, in 1973, voelden wij ons senang in Europa. Eindelijk hadden we ons (trans)atlantische hart verzoend met de continentale ratio dat we economisch een provincie van Duitsland zijn. Daardoor hoefden we niet langer in een spagaat te staan.

Nu is de spagaat terug. Geen land is ongelukkiger met Brexit dan Nederland. Elk Florentijns woord van premier May leggen wij op een goudschaaltje. We verliezen aan Brusselse vergadertafels een grote liberale geestverwant, een belangrijk tegenwicht tegen de legalistische Duitsers en etatistische Fransen. We weten: Europa draait om Duitsland en Frankrijk, wier zucht naar dominantie keer op keer in de geschiedenis op oorlog uitdraaide. Door hen beiden in een harnas van regels te hijsen, hebben we sinds 1945 geen oorlog meer gehad. Het harnas mag soms knellen, maar is goed voor landjes als Nederland: in die oorlogen werden kleintjes altijd het eerst geplet. In deze beladen context was de Britse aanwezigheid een verademing. Alsof je in een bedompte kamer het raam openzette. Daarbij vergrootte het VK onze invloed in Brussel. Als Den Haag iets wilde pushen of blokkeren: één telefoontje naar Londen en je had bijna het vereiste aantal stemmen.

Als een vis op het droge

Begrijpelijk dat ze hier in het Torentje en op ministeries nu al naar terugverlangen. Maar die tijd komt niet weerom. Volgens peilingen blijft de steun van de Britten voor Brexit constant. 52 procent stemde voor. Deze mensen klimmen bovenin de gordijnen, als ‘hun’ Brexit niet doorgaat. 52 procent is een electorale factor van jewelste – Geert Wilders zette met 13 procent Europa al op zijn kop. De Britse premier tegen die tijd kan de eerste tien, twintig jaar geen compromissen sluiten in Brussel (dat om compromissen draait), anders wordt hij of zij niet herkozen. Vanwege interne hangups in één land zou de Europese machinerie grotendeels tot stilstand komen. Aan zulk dood gewicht heeft niemand iets. Ook Nederland niet. De wereld verandert razendsnel. Klimaat, digitalisering, migratie – Europa moet meebewegen, niet als een vis op het droge liggen.

En dan nog iets. Bremainers zeggen steeds: de 27 moeten „concessies doen” om het VK in de EU te houden. Veel van hen denken echt dat de 27 hen willen „straffen”. Dit getuigt van compleet onbenul van, en onbegrip voor, de EU. Dat is een club met regels die gelden voor alle leden, ook het VK. Die regels, grotendeels interne marktregels, vormen het staketsel van de EU. Trek die staken eruit, en alles dondert in elkaar. Landingsrechten? Europees geregeld. Academisch onderzoek? Europees geregeld. Noorwegen en Zwitserland, actief op de interne markt, houden zich ook aan de regels. Waarom zouden de Britten nog meer uitzonderingen krijgen?

Europa heeft zich eindeloos in bochten gewrongen om hen binnenboord te houden. Ze kregen miljardenkortingen en rissen vrijstellingen. Vorig jaar is hen een ‘speciale deal’ geboden. Die gooiden ze vrijwel ongelezen in de prullenbak.

Het elastiek is steeds verder opgerekt. Er komt een punt dat het knapt. En misschien is dat voor beide kanten maar beter ook.

Caroline de Gruyter schrijft over politiek en Europa.