Werkgevers: te vroeg om het over loonsverhoging te hebben

Uit een rondgang van NRC langs brancheorganisaties, blijkt dat veel werkgevers nog herstellende zijn van de crisis.

Zowel werkgeversvoorman Hans de Boer (VNO-NCW, links) als premier Mark Rutte deden de afgelopen week uitspraken over verhoging van de lonen. Foto Remko de Waal/ANP

Bij veel ondernemers is naar eigen zeggen geen ruimte om het personeel nu al forse loonsverhogingen te geven. Dat blijkt uit een rondgang langs verschillende brancheorganisaties. Er wordt vanuit de politiek en economische instituten volop gepleit voor hogere lonen, omdat werknemers nog te weinig zouden profiteren van de economische groei.

De FNV eist voor komend jaar minimaal 3,5 procent hogere lonen. Woensdag zei werkgeversvoorman Hans de Boer dat een loonstijging van „zo’n procent of 3, door de bank genomen” best mogelijk is – al hij voegde daar aan toe dat die ruimte kan verschillen per sector.

Dat was een „domme uitspraak”, zegt Jan Meerman, directeur van INretail, brancheorganisatie voor onder meer de woon-, mode- en schoenenbranche. „Wij kunnen dit nog helemaal niet hebben. We kruipen nog maar net uit het dal omhoog.”

Dat is wat de meeste werkgevers zeggen: ja, het gaat weer wat beter met onze bedrijven, maar dat wil niet zeggen dat de lonen direct omhoog kunnen.

Onze ondernemers moeten schade inhalen van de crisis

Nico van Ruiten, LTO Glaskracht

Investeringen zijn nodig

Voor winkeliers is het „te vroeg” voor loonsverhogingen, zegt directeur Sander van Golberdinge van Detailhandel Nederland, omdat de crisis „bikkelhard” was. „En de opkomende internetverkoop vraagt veel aanpassingsvermogen van ondernemingen.” De vleessector zal in de loonontwikkeling „eerder trendvolgend dan trendsettend zijn”, zegt een woordvoerder van de Centrale Organisatie voor de Vleessector.

De aantrekkende winsten zijn hard nodig om te investeren, wordt in veel sectoren gezegd. Ook daardoor blijft er minder ruimte over voor hogere lonen. „Het gaat om herstelinvesteringen die voorgaande jaren niet gedaan konden worden”, zegt voorzitter Nico van Ruiten van LTO Glaskracht, brancheorganisatie voor de glastuinbouw. „Onze ondernemers moeten schade inhalen van de crisis.”

En de bouw dan? Die sector profiteert volop van de aantrekkende economie. Je zou denken dat er daar wel een loonsverhoging vanaf kan. Maar dat is te simpel, volgens brancheorganisatie Bouwend Nederland. Ook bij hen heeft de crisis toegeslagen. „Er zijn zeker bedrijven die het goed doen”, zegt directeur Fries Heinis. „In de woningbouw bijvoorbeeld. Zij zullen hun medewerkers wel willen belonen. Maar het gaat te ver om dat over de hele sector te zeggen.” Hij wil bij de naderende onderhandelingen over arbeidsvoorwaarden graag afstappen van één generieke looneis voor de hele sector. „We zullen een modus moeten vinden voor differentiatie.”

‘Den Haag is verantwoordelijk voor loonkosten’

Lang niet alle brancheorganisaties nemen het Hans de Boer kwalijk dat hij de ruimte voor loonsverhogingen noemde. „Hij zei duidelijk dat het niet voor elke sector hoeft te gelden”, zegt Van Golberdinge van Detailhandel Nederland.

Meer kritiek is er op premier Mark Rutte, die werkgevers op Prinsjesdag opriep de lonen te verhogen. Heinis van Bouwend Nederland noemt die uitspraak „heel eenzijdig” omdat de kosten voor werkgevers om iemand in dienst te nemen nog te hoog zijn. Hij noemt bijvoorbeeld de hoge ontslagvergoeding die nu ook kleine ondernemers moeten betalen, door een wet van het kabinet-Rutte II. „De overheid is er zelf de veroorzaker van dat de loonkosten maar blijven stijgen”, zegt Meerman van INretail. „En diezelfde overheid begint nu te piepen dat de lonen omhoog moeten.”

Een paar sectoren zeggen dat er bij hen wél ruimte is. Maar ook zij hebben geen aanmoediging nodig vanuit Den Haag, omdat ze de lonen allang verhoogd hebben. In de transport en logistiek is bijvoorbeeld onlangs een loonsverhoging afgesproken van 10 procent over de komende drie jaar. En in de installatiebranche en de technische detailhandel is een loonstijging van 4 procent over twee jaar afgesproken. Dat is niet meer dan logisch, volgens voorzitter Doekle Terpstra van brancheorganisatie UNETO-VNI, omdat er een tekort is aan personeel. Sterker nog, zegt hij: die 4 procent is een minimumpercentage. „Bedrijven hebben de ruimte om meer te betalen en dat gebeurt ook op sommige plekken. Het werk is meer dan ruim voorhanden.”