Opinie

Stop behalve luchtvervuiling ook debatvervuiling

Verdiep je eens in de Europese richtlijn, schrijft aan politici die de rechter in de zaak van Milieudefensie als ‘beleidsmaker’ wegzetten.

Actievoerders leverden in 2016 potten vuile lucht af bij de Tweede Kamer. Foto Valerie Kuypers VALERIE KUYPERS

Onterecht, verbazingwekkend en overdreven zwaar geschut – dat is de kritiek op het soort zaak dat Milieudefensie op 7 september won van de Nederlandse staat. Op basis van een Europese richtlijn oordeelde de rechter dat de overheid per direct met een beter plan moet komen voor de luchtkwaliteit. Ze mag geen enkele maatregel treffen die de luchtkwaliteit verder verslechtert.

„Milieudefensie gelooft niet in democratie”, declameerde VVD-Kamerlid Remco Dijkstra in De Telegraaf toen de organisatie de zaak vorig jaar in gang zette, want „beleid moet gemaakt worden in de Tweede Kamer”. De Vlaamse milieuminister Joke Schauvliege reageerde vorige week in De Standaard met „wij verkiezen dat beleid door een parlement wordt bepaald” toen Greenpeace België een zaak startte in navolging van Milieudefensie.

Zware aantijgingen. Onze democratie is een groot goed. Ze stelt ons in staat samen onze eigen wetten vorm te geven. Daarvoor is de trias politica, de scheiding der machten, cruciaal. Dat ‘samen vormgeven’ gebeurt door onze vertegenwoordigers, die wij speciaal daarvoor kiezen: parlement en regeringsleiders. Zij vormen de wetgevende macht, en die maakt wetten en beleid. De rechterlijke macht wordt niet verkozen, maar benoemd. Rechters mogen geen wetten en beleid maken, enkel wetten en beleid toepassen, op basis van hun juridische expertise.

De rechter heeft de democratie geholpen,

De kritiek op de Milieudefensie-uitspraak slaat volledig de plank mis, door te stellen dat de rechter hier beleid zou hebben gemaakt. Het gaat hier namelijk om een norm uit een Europese richtlijn en die is gewoon onderdeel van het geldende recht. De beleidsmatige belangenafweging tussen enerzijds schonere (en dus gezondere) lucht en anderzijds economische belangen, die is allang gemaakt, namelijk in Europa.

Het wekt dan ook verbazing dat een rechtssocioloog op Radio 1 de rechterlijke uitspraak bekritiseerde, met het argument dat het halen van de Europese normen slechts minimale gezondheidswinst zou opleveren tegenover mogelijk – trouwens nog onbekende – nadelige gevolgen voor de economie. Dat is mosterd na de maaltijd. Het debat over de precieze norm heeft jaren terug plaatsgevonden – ver vóór 2011 en 2015, de jaren waarin Nederland al aan de normen had moeten voldoen.

Nu is er natuurlijk terecht wel discussie over hoe wetten tot stand komen in de Europese Unie. De wetgevende macht is in de EU namelijk nogal onhelder verdeeld over de verschillende instituties. Het Europees Parlement heeft een minimale rol in deze praktijk. Maar dan moeten de critici betogen dat ze het daarom oneens zijn met de Europese norm, met mogelijk een Nexit of Bexit (België eruit) als gevolgtrekking.

Lees ook: de Staat moet luchtvervuiling tegengaan, maar hoe?

Dat doen ze natuurlijk niet. De EU-norm is namelijk lang niet zo streng als bijvoorbeeld de adviezen van de Wereldgezondheidsorganisatie, waar Milieudefensie nog over gaat doorprocederen. En belangrijker, afgezien van alle kritiek die je kunt hebben op de EU, het ligt natuurlijk voor de hand om de luchtkwaliteit niet nationaal, maar Europees te regelen. Luchtvervuiling is tenslotte een grensoverschrijdend probleem, dat het beste in samenwerking met andere landen kan worden aangepakt.

De rechter heeft op geen enkele manier haar eigen mening laten meespelen en heeft de democratie niet in gevaar gebracht; zij heeft keurig het geldende recht toegepast en daarmee juist de democratie verdedigd. Wat dat betreft is er dus geen vuiltje aan de lucht.