Column

Spookhuis

Sinds een paar weken wordt de kade waaraan ik woon, gerenoveerd. Helaas gaat dat gepaard met schreeuwende mannen en knalharde radio. Alsof er een bepaald aantal decibellen nodig is omdat anders het cement niet pakt. Op een zeker moment besloot ik mijn dag- en nachtritme aan te passen aan dat van de werkzaamheden. Ik ging elke avond om tien uur naar bed, zodat ik tegen de tijd dat de herrie zou beginnen aan mijn acht uur slaap zat.

Maar als avondmens lukte het me niet om voor twaalven in de remslaapfase te belanden waardoor ik dagen draaide op amper vier uur slaap. Nu wist ik hoe het was om kinderen te hebben, zeiden de jonge ouders om me heen, alleen: ik ervoer slechts de lasten van het ouderschap (geen rust), niet de lusten (een lachende baby die soms ook niet poept).

Eindelijk werd het weekend, en volgens de gemeentemeneer die ik inmiddels dagelijks belde zou de kade dan niet worden gerenoveerd. Op vrijdagavond viel ik tegen half een in slaap. Vier uur later werd ik wakker, gehaast, angstig. Bang dat het lawaai elk moment weer zou beginnen. Ieder geluid alarmeerde me. Doorslapen was onmogelijk. En dit gaat al weken zo.

Overdag, als mijn hoofd schemerig is van vermoeidheid, denk ik soms dat uren eigenlijk een soort locaties zijn. De ochtend is een lange tunnel, met licht aan het einde (althans, dat dénk je), het midden van de dag een Death Valley die je verzengt, de namiddag een tbs-kliniek met redelijk goede koffie en acceptabele wifi en de avonduren een pretpark waarbij je niet heelhuids uit iedere attractie komt.

De nachtelijke uren zijn een spookhuis. Als je ontwaakt om vier uur ’s ochtends ligt je hele leven onder de loep. Onzekerheden, ruzies, woedes klotsen over de rand. Geen enkele redenatie stelt nog gerust. Je bent weerloos tegen je doodsangst en zelfwalging. Omdat zo’n nachtelijke paniekaanval opwekkender is dan een fust koffie, blijf je wakker. En zo loop je iedere nacht rondjes en duikt het ene na het andere lijk op.

„Joh, dat is ook de reden dat de meeste mensen ’s nachts slapen: dan zie je het spookhuis tenminste niet, dan hoef je niet de confrontatie aan te gaan met alles wat je overdag onderdrukt”, zei mijn zus toen ik haar dit vertelde. „Sommigen lukt dat hun hele leven!”

„Ik wil slapen”, zei ik, en begroef mijn gezicht in mijn handen. Wat ik verder nog zei weet ik niet zeker, alleen dat ik woedend was dat ik geen talent voor onderdrukking had, en daar met de dag harder voor gestraft werd.

heeft op deze plek een wisselcolumn met Marcel van Roosmalen.