Opinie

Rolbevestigende Rajoy verhardt Catalaans verzet

De meeste Catalanen wíllen helemaal geen totale autonomie, schrijft . Maar de Spaanse premier Rajoy drijft ze erheen.

De Catalaanse afscheidingsbeweging had zich geen betere tegenstander kunnen wensen dan Mariano Rajoy. De Spaanse premier probeert met man en macht te voorkomen dat de regio op 1 oktober stemt over onafhankelijkheid, maar hij jaagt de Catalanen alleen maar verder tegen zich in het harnas. De onwrikbaarheid van de Spaanse regering is precies waar dit volk zich al jaren aan ergert.

Op 11 september, de nationale feestdag van Catalonië, gingen hier honderdduizend mensen de straat op om hun steun uit te spreken voor een referendum. Een paar dagen eerder had het Constitutionele Hof van Spanje, op aandringen van Rajoy, zo’n referendum ongrondwettelijk verklaard.

De Diada is de afgelopen jaren vaker aangegrepen om voor Catalaanse zelfbeschikking te pleiten. Op het hoogtepunt, in 2012, stroomden de straten van Barcelona vol met anderhalf tot twee miljoen demonstranten. In heel Catalonië wonen net 7,5 miljoen mensen.

Lees ook: correspondent Koen Greven over Rajoys ‘staatsgreep’.

Er zit al eeuwen spanning tussen Catalonië en de rest van Spanje, maar voor velen was 2010 het keerpunt. Toen besloot hetzelfde Constitutionele Hof, ook in een rechtszaak die was aangespannen door de conservatieve Volkspartij van Rajoy, dat het Statuut voor de Autonomie van Catalonië te ver ging.

Vier jaar eerder had de regio, na jarenlange onderhandelingen, verregaande bevoegdheden gekregen op het gebied van onderwijs, taal, gezondheidszorg, infrastructuur en veiligheid. In een referendum was het statuut door 78 procent van de Catalaanse kiezers goedgekeurd. In de beleving van de Catalanen werd die democratische beslissing nu door Spaanse rechters teruggedraaid. Op het gebied van taal en financiën moest Catalonië weer vrijheden inleveren.

Vervlogen hoop

Toen Rajoy een jaar later, in 2011, tot premier werd gekozen, vervloog de hoop op een nieuw akkoord. Rajoy weigert namelijk te onderhandelen. Wat hem betreft is er niets om over te praten. De Catalanen zijn Spaans en hebben eigenlijk al te veel onafhankelijkheid.

Die halsstarrigheid is de reden dat de steun voor afsplitsing zo is toegenomen. Waar voorheen nog geen kwart van de Catalanen een eigen staat wilde, was dat in 2012 en 2013 de helft.

Dat Spanje in die jaren in een diepe economische crisis verkeerde, hielp niet mee. Catalonië is het rijkste deel van het land en draagt ieder jaar meer geld af aan Madrid dan het terugkrijgt.

Nu de economie aantrekt neemt de steun voor onafhankelijkheid af. De Catalaanse regering organiseert driemaal per jaar een volksonderzoek waarin onder meer wordt gevraagd wat de Catalanen het liefst willen: een eigen staat, meer autonomie, de status quo of minder autonomie. Dan blijkt dat maar een derde echt onafhankelijkheid wil. Een klein percentage ziet liever dat Catalonië een ‘gewone’ regio van Spanje wordt, met minder zelfbestuur. Het merendeel is óf tevreden met de huidige situatie óf wenst een federalistische oplossing, vergelijkbaar met Duitsland en de Verenigde Staten.

Er is dan ook een uitweg: een nieuw Statuut voor de Autonomie dat Catalonië evenveel financiële zelfbeschikking geeft als het Baskenland en Navarra (vreemd genoeg is die regio’s de fiscale autonomie niet uit handen genomen) en aan de Catalaanse kiezers wordt voorgelegd in een referendum. Grote kans dat een meerderheid daarmee instemt.

De Catalaanse regeringspartij heeft al aangegeven met zo’n compromis te kunnen leven. Oppositiepartijen in Spanje pleiten er ook voor. Wie staat het in de weg? Rajoy.