Recht & Onrecht

Liever geen enquête of externe toezichthouder voor de politie

Goed politiewerk steunt op een balans tussen loyaliteit en persoonlijke integriteit, schrijft Guus Meershoek in de Politiecolumn. De jongste schandalen tonen dat die balans ernstig is verstoord. Maar de voorgestelde remedies beloven geen herstel.

Gisteren mocht ik weer lesgeven aan jonge politiemannen en –vrouwen die binnenkort met leidinggevende functies worden belast. Dat is leuk omdat zij na een jaar of tien uitvoerend politiewerk ineens het aantrekkelijke vooruitzicht hebben vorm te kunnen gaan geven aan de veiligheid en leefbaarheid van uw en mijn buurt. Hun wacht een zware klus want de groep politiemensen waaraan zij mede leiding gaan geven, is eigenlijk veel te groot om het dagelijkse werk naar hun hand te kunnen zetten.

Geen preek

Lesgeven aan hen is ook prettig omdat ik hun cursus mag openen en mag spreken over het centrale thema: de dienstbaarheid van de politie aan de waarden van de rechtsstaat. Die mooie formule prijkt al zo’n jaar of tien in elk politiebureau op een zichtbare plek aan de wand. Voor mij roept dat natuurlijk de vraag op: wat wil je hun bijbrengen en hoe doe je dat dan? Bij rechtstatelijke waarden gaat het voor de politie onder meer om de zorg dat ook burgers voor wie dat niet vanzelf spreekt gelijk worden behandeld, hun burgerlijke vrijheden beschermd weten en desgewenst toegang tot justitie hebben, en natuurlijk om waarheidsgetrouwe verantwoording over het eigen doen en laten. Ik wilde tegenover deze doeners geen preek afsteken en ook niet de jongste schandalen fileren. Die laatste zouden toch wel ter sprake komen, zo wist ik tevoren, want deze snijden hun door de ziel.

Stapsgewijs werkelijkheid

Mijn eigen belangstelling getrouw bediende ik mij van een geschiedkundige invalshoek. Ik schetste hoe in Nederland de rechtsstaat stapsgewijs voor de gehele bevolking werkelijkheid is geworden, in het bijzonder hoe de politie daaraan heeft bijgedragen. Soms versterkte zij de rechtsorde, zoals na de Eerste Wereldoorlog door de professionalisering van de eigen organisatie, soms hielp zij mee aan haar afbraak, zoals tijdens de Duitse bezetting. Het aardige van geschiedenis is dat je de spanning tussen bedoelingen en de soms onbedoelde gevolgen kunt uitlichten. Dat biedt gesprekstof.

Moreel kompas

Ik lichtte daarbij situaties uit waarin twee belangrijke, aansprekende waarden in het politievak met elkaar in conflict raakten: loyaliteit en integriteit. Piet van Reenen maakte mij ooit attent op de gespannen relatie tussen beide die ook wel bij andere handhavende instanties te vinden is maar bij de politie toch het meest uitgesproken voorkomt. Geconfronteerd met indringende, menselijke problemen waarbij soms dwingend moet worden geïntervenieerd, zijn politiemensen, zeker in het begin van hun loopbaan, op zoek naar wat zij hun moreel kompas noemen.

Hoe doe je het goede met respect voor de regels? Kan je achteraf thuis in de spiegel kijken en je ook waarheidsgetrouw verantwoorden tegenover je baas? Maar ook loyaliteit is voor politiemensen een belangrijke waarde. Hun overwicht op wetsovertreders en lastpakken berust op vertrouwen in noodgeval op collegiale steun te kunnen rekenen. Want wie tegenover een politieman of –vrouw staat, dient te weten dat hij tegenover een hele organisatie staat: de overheid. Vertrouwelijke informatie dien je als politiebeambte voor je te houden, terwijl je soms in situaties raakt waar de verleiding groot is om je mond voorbij te praten. Integriteit zorgt voor rechtmatig politieoptreden; loyaliteit voor bestuurskracht.

Dichte mist

Een politieorganisatie kent naar haar aard heel wat frictie. Jonge politiemensen zijn geneigd om, zodra het gaat knellen, integriteit het zwaarst te laten wegen. Ik weet echter dat met het klimmen der jaren voor politiemensen loyaliteit meer gewicht krijgt. Het cynisme neemt toe, men wordt opgeslokt door bestuurlijke drukte, de verbeeldingskracht om zich in vreemden in te leven taant. Reorganisaties doen een bureaucratische geest als een dichte mist vanaf de toppen naar beneden dalen. En als de organisatie dan ook nog onder externe druk wordt geplaatst, krimpt loyaliteit vaak ineen tot de kring van de directe collega’s en wordt integriteit nog vooral met de mond beleden.

Hoe merk je dan dat zaken niet door de beugel kunnen? Aan wie of wat blijf je loyaal als de organisatie een onberekenbare factor is geworden? Dienstbaarheid aan de waarden van de rechtsstaat vergt: tegenwoordigheid van geest, moed en soms lastige keuzes maken. Maar beide waarden kunnen niet zonder elkaar in politiewerk. Zonder de ander verliest elk zijn maatschappelijke betekenis, verwordt integriteit voor burgers tot een loos gebaar, loyaliteit tot meedogenloosheid. Het gaat dus om het bewaren van een balans.

Alleen zelf doen

De commissie Ruys bracht aan het licht dat enkele voorlieden van de Nationale Politie de afbrokkelende loyaliteit in eigen kring probeerden te herstellen met geldverslindende uitspattingen. Voor Marc Schuilenburg was dat aanleiding om te pleiten voor een parlementaire enquête; de NRC commentator omarmde de suggestie uit een WODC-onderzoek om een externe toezichthouder in te stellen. Een corrigerende ingreep is nodig, dat is duidelijk, maar deze methoden van disciplinering leiden mijns inziens slechts tot geforceerde loyaliteit, niet tot herstel van de balans. Als burgers en bestuurders staan wij voor de impasse dat de politie dit eigenlijk alleen zelf kan doen, maar afwachtend lijkt. En toch moet er iets gebeuren.

De Politiecolumn wordt wekelijks geschreven door experts uit de politiewereld.

Blogger

Guus Meershoek

Guus Meershoek studeerde politicologie aan de Universiteit van Amsterdam, is lector Politiegeschiedenis aan de Politieacademie en universitair docent Bestuurskunde aan de Universiteit Twente. Hij publiceerde over verleden en heden van de Nederlandse politie.