Kabinet werkt aan noodfonds voor Sint-Maarten

Hoeveel geld er in het fonds gestort zal worden kon minister Plasterk in een Kamerdebat nog niet zeggen.

Militairen beladen het marineschip de Karel Doorman met hulpgoederen voor Sint Maarten. Het schip vertrok dinsdag richtding het eiland. Foto John van Helvert / ANP.

Het Nederlandse kabinet werkt aan een speciaal noodfonds voor Sint-Maarten van waaruit de wederopbouw moet worden gefinancierd en gecoördineerd. Dat zei demissionair minister Ronald Plasterk (Koninkrijksrelaties, PvdA) donderdag in een Kamerdebat over de gevolgen van orkaan Irma.

Het noodfonds moet een gezamenlijk project van alle landen binnen het koninkrijk worden, naast Nederland en Sint-Maarten zijn dit Aruba en Curaçao. Het fonds moet de verschillende plannen en projecten voor de wederopbouw van Sint-Maarten gaan toetsen en gaan toezien op de financiering en uitvoering ervan.

Hoeveel geld er precies in het fonds gestort gaat worden en door wie kon Plasterk nog niet zeggen, maar hij zei te verwachten dat het zeker om “honderden miljoenen” zal gaan en dat Nederland het grootste deel van de kosten zal dragen. Dagblad Trouw meldde dinsdag dat er 260 miljoen euro in het fonds zou worden gestort, maar Plasterk “herkent dit bedrag niet”. Hij verwacht dat het kabinet volgende week vrijdag een besluit over het fonds neemt. Daarna kan de oprichting ervan in een rijksministerraad met Aruba, Curaçao en Sint-Maarten worden bekrachtigd.

Plasterk zei dat Nederland middels het speciale fonds nauw zal toezien op een goede besteding van de gelden voor de wederopbouw. “Het zal niet zo zijn dat wij de regering van Sint-Maarten het land laten herbouwen en zeggen: wij krijgen de rekening wel.” Hoe groot de financiële gevolgen van de schade door orkaan Irma op Sint-Maarten zijn kon Plasterk niet nog inschatten, noch welk deel van die schade is verzekerd.