Eindelijk een museum met de héle Nederlandse geschiedenis

Eindelijk is er een museum dat de héle Nederlandse geschiedenis laat zien. Zaterdag opent in Arnhem de Canon van Nederland.

Presentatie van de Canon van Nederland in het Openluchtmuseum Foto Robin van Lonkhuijsen/ANP

Zeven jaar na het afblazen van de plannen voor een Nationaal Historisch Museum, elf jaar na de presentatie van vijftig historische ‘canonvensters’, en zestien jaar na de samenstelling van ‘tien tijdvakken’ voor het onderwijs, is het er nu toch van gekomen: een museum dat de héle geschiedenis van Nederland laat zien. Deze vrijdag is de officiële opening, zaterdag gaat het open voor publiek.

De Canon van Nederland is wel en niet een nieuw museum: het is gevestigd in het daarvoor verbouwde entreepaviljoen van het Nederlands Openluchtmuseum in Arnhem. Een entreekaartje geeft vanaf zaterdag toegang tot het Openluchtmuseum en de Canon van Nederland, waarbij die laatste veel kleiner is: het geschiedenismuseum beslaat niet meer dan één hectare, terwijl het Openluchtmuseum zich over 45 hectare uitstrekt.

Bekijk hier de hele Canon van Nederland

De Canon van Nederland is een samenwerkingsproject van het Openluchtmuseum en het Rijksmuseum in Amsterdam. Samen kregen zij in 2011 van toenmalig staatssecretaris Halbe Zijlstra de opdracht „de historische canon in beeld te brengen”. Dat gebeurde nadat het kabinet had besloten dat de ambities voor een Nationaal Historisch Museum te groot waren, en vooral te duur. Zeker zestig miljoen euro zou het nieuwe museum kosten, mogelijk meer. Ter vergelijking: de Canon van Nederland heeft ruim 15 miljoen gekost, 8 miljoen voor de verbouwing, 7,4 miljoen voor de bijzondere inrichting.

„Als het Rijksmuseum de huiskamer is van Nederland”, zei hoofd geschiedenis Martine Gosselink van dat museum donderdag, „is dit er nu de tuin van”. Directeur Willem Bijleveld van het Openluchtmuseum: „Wij combineren hier de gebeurtenissen uit de canon met hun gevolgen voor het dagelijks leven van gewone mensen.”

Want dat was belangrijk in de samenwerking: de Canon van Nederland heeft voor bruiklenen met name uit „de schatkamer van Nederland” (Bijleveld) geput, waaronder schilderijen uit het depot, maar bijvoorbeeld ook Indonesische peperkorrels (1613), de leren handschoenen van Thorbecke (1850) of een van schelpen gemaakt portret van Willem Drees dat een dankbare AOW’er de voormalige premier in 1967 stuurde.

Alsof je erbij bent

En het museum presenteert die bruiklenen alsof je erbij bent op het moment dat de geschiedenis zich ontrolt. Dat begint al in de gang die leidt naar de centrale zaal, waar langs de wanden speciaal gemaakte filmpjes worden vertoond van hoe dingen uit het dagelijks leven in de loop van de geschiedenis veranderden: koken, spelen, licht maken. Daarna komt de bezoeker uit in de centrale zaal, die bestaat uit een vrij spectaculair vormgegeven koepel, waarin de ‘tien tijdvakken’ zijn verbeeld zoals leerlingen die tegenwoordig leren op school: Germanen en Romeinen, de opkomst van de steden, van provincie tot wereldmacht, het einde van de republiek, enzovoort.

Canon van Nederland

Foto Robin van Lonkhuijsen/ANP

Zo’n tijdvak loop je binnen, dat is bijvoorbeeld een Romeinse wachttoren, een stadspoort die toegang geeft tot een raadhuis, het grachtenpand van de Amsterdamse kaartenmaker Joan Blaeu of, in ‘het einde van de republiek’, een elegante theekoepel, met door het raam uitzicht op de slavenmarkt van Curaçao. Steeds kan de bezoeker er filmpjes activeren (het slavernijtafereel), een game spelen (‘Welke kant kiest de bediende in de twist tussen Orangisten en Patriotten?) of met een ‘tag’ informatie opslaan op het eigen mailaccount: voor een spreekbeurt, maar ook als het bijvoorbeeld is gelukt om in de drukkerij van Blaeu een (digitale) pagina te maken.

Peperkorrels van de VOC

Vóór ‘het einde van de republiek’ ligt het tijdvak ‘van provincie tot wereldmacht’. Daar liggen de peperkorrels die de VOC had meegenomen, maar bijvoorbeeld ook een brandijzer voor slaven. Directeur Bijleveld: „Sinds wij deze opdracht kregen, is over sommige onderwerpen de discussie versterkt. Die onderwerpen hebben we daarom steviger neergezet.” Martine Gosselink van het Rijksmuseum: „De geschiedenis is veranderlijk. We kunnen altijd aanpassingen doen.” Onder meer de slavernij komt ook terug op het terrein van het Openluchtmuseum, waar op nog eens veertien plekken ‘canonvensters’ zijn aangebracht.

In de ‘tien tijdvakken’ van de koepelzaal hebben overigens niet alle vijftig ‘canonvensters’ een plek gevonden: dat zou te vol zijn geworden. Wel is er voor wie echt alles wil weten in de laatste zaal een ‘canonwand’, van 18 meter lang en 3 meter hoog: daar zijn ze (digitaal en interactief) alle vijftig te zien. Het Openluchtmuseum heeft nu 550.000 bezoekers per jaar, ongeveer de helft bestaat uit gezinnen die geen regelmatige museumbezoeker zijn. Inclusief de Canon van Nederland rekent het op 700.000 bezoekers in 2020.

Correctie (21 september 2017): in een eerdere versie stond dat Halbe Zijlstra in 2012 de opdracht gaf de canon in beeld te brengen. Dat deed hij in 2011.