De tweede architect van ‘America First’

Stephen Miller

De auteur van Trumps VN-toespraak heeft een sleutelpositie. Wie dacht dat Trumps populisten weg waren, komt bedrogen uit.

Stephen Miller, Trumps adviseur en diens speechschrijver voor de VN Foto PETER FOLEY / EPA

Toespraken van Donald Trump worden in Washington anders beluisterd dan in de rest van de wereld. De toon, de onderwerpkeuze, de woorden – ze verraden met wie de president van de Verenigde Staten praat, wie er in de gratie is, en wie juist niet meer. Iedere toespraak bevat dus belangrijke informatie, want kliekjes medewerkers bevechten elkaar om Trumps oor.

De toespraak voor de Algemene Vergadering van de VN, dinsdag, zat vol retoriek die deed denken aan Trumps anti-globalistische campagne van 2016. Het was een pleidooi voor ‘soevereine’ staten. Die lossen vooral hun eigen problemen op, internationale samenwerking komt daarna. „Als president zet ik altijd de Amerikaanse bevolking op de eerste plaats.” Maar Trumps nationalisme was niet alleen naar binnen gekeerd: hij dreigde ook met de „totale vernietiging” van het Noord-Korea van „rakettenman” Kim Jong-un.

Overslaande stem

De auteur van de toespraak was, zo schreven verschillende Amerikaanse media, Trumps 31-jarige adviseur Stephen Miller. En dat is alarmerend nieuws voor Republikeinen die dachten dat de hoogtijdagen van de populistisch-nationalistische vleugel in het Witte Huis voorbij waren. Steve Bannon is weg, Sebastian Gorka is weg, Michael Flynn is weg. Maar Miller, de laatste uit deze groep, houdt stand. Sterker nog: hij zit op een sleutelpositie.

De ietwat mysterieuze Miller is minder bekend dan de bombastische Bannon, maar zijn invloed op Trump is groot. Ideologisch zijn Miller en Bannon verwant. Miller is uitgesproken kritisch over immigratie, handelsverdragen en globalisering. Hij werd met Bannon de architect van de ‘America First’-boodschap uit Trumps campagne. Meerdere keren mocht hij Trump inleiden tijdens campagnebijeenkomsten. Zijn harde, overslaande stem en tegelijk uitdrukkingsloze gezicht werden zijn handelsmerk.

Voor de campagne van Trump leidde Miller een marginaal bestaan in Washington. Hij werd in 1985 in Californië geboren in een progressief gezin. Maar toen hij als basisscholier een boek van Wayne LaPierre las, de voorman van de National Rifle Association, kreeg hij interesse in conservatieve denkbeelden. Toen hij politicologie studeerde aan Duke University, in North Carolina, mengde hij zich voor het eerst in het publieke debat. Aan zijn universiteit werden studenten van een sportteam beschuldigd van verkrachting van een Afro-Amerikaanse stripper. Miller schreef opiniestukken in het universiteitsblad, waarin hij het opnam voor de studenten. Ze waren volgens hem het slachtoffer van racisme. Het werd een nationale affaire. De studenten werden vrijgesproken.

Miller begon een carrière in Washington bij de uiterst conservatieve senator Jeff Sessions, nu minister van Justitie. Hij slaagde erin een immigratiehervorming tegen te houden, die ook veel steun onder Republikeinen had. Het felle verzet van Miller leidde ertoe dat het wetsvoorstel niet door het Congres kwam. Toen Jeff Sessions begin 2016 voor Trump campagne ging voeren, sloot ook Miller zich aan. Hij werd sindsdien gezien als de belangrijkste anti-immigratiestem in Trumps entourage, samen met Steve Bannon.

In het Witte Huis speelt al maanden een machtsstrijd tussen een populistische en een meer traditionele vleugel. De strijd leek beslecht in het voordeel van de laatste groep met het vertrek van Bannon. Miller heeft echter een eigenschap die Bannon niet heeft: hij combineert zijn populisme met dossierkennis. Maar hij schept er, net als Trump, ook genoegen in de Amerikaanse pers te provoceren. Miller liet zich vorige maand nog uitdagen tot een gespannen discussie met CNN-verslaggever Jim Acosta. Dat debat barstte meteen los op social media en heeft Miller geliefd gemaakt bij zijn baas.