Bloedtest voor omwonenden van chemiebedrijf Chemours

Omwonenden hebben mogelijk een hoge concentratie van de door Chemours gebruikte kankerverwekkende stof PFOA in hun lichaam.

Het Chemours-complex aan de Merwede. Foto Remko de Waal/ANP

Omwonenden van de Chemours-fabriek in Dordrecht kunnen in oktober hun bloed laten testen op giftige stoffen. Dat heeft demissionair staatssecretaris Sharon Dijksma (PvdA) donderdag toegezegd tijdens een Kamerdebat. Iedereen die tussen 1970 en 2012 in de omgeving van de fabriek woonde komt in aanmerking.

Bij de omwonenden worden de zogenoemde PFOA-waarden gemeten. Die stof werd door Chemours (dat destijds DuPont heette) tot 2012 gebruikt bij de productie van teflon, dat wordt gebruikt voor anti-aanbaklagen. Hoge concentraties PFOA - ook wel C8 genoemd - kunnen kankerverwekkend zijn. Ook kan het zorgen voor een laag geboortegewicht bij baby’s.

In 2016 bleek uit onderzoek van het Algemeen Dagblad al dat het bloed van twee omwonenden veel hogere concentraties van de schadelijke stof PFOA in hun bloed hadden dan het RIVM voorspelde. Dijksma kondigde toen voor het eerst aan een uitgebreid bloedonderzoek voor omwonenden te willen.

Alternatief

Na 2012 is Chemours van PFOA overgestapt op GenX. Ook over die stof bestaan zorgen over mogelijke gezondheidseffecten. Zo sommeerde sommeerde de provincie Zuid-Holland in april dit jaar Chemours minder GenX te lozen in de Merwede, omdat het in bepaalde concentraties schadelijk voor de gezondheid kan zijn. Chemours mag sindsdien nog maar een derde van de oorspronkelijke hoeveelheid lozen.

Lees ook: Wat is GenX?

Rijkswaterstaat stelde later vast dat Chemours zich niet aan deze beperking had gehouden. Het RIVM concludeerde daarna dat de concentratie GenX in de omgeving “net niet” gevaarlijk voor de volksgezondheid is.