Commentaar

Tekort aan openbare toiletten voor vrouwen is een taak voor de overheid

De cafébezoekster die deze week bij de Amsterdamse kantonrechter het gebrek aan openbare toiletten voor vrouwen aan de orde stelde, had gelijk. Jammer dat ze bot ving bij de rechter, die daar weliswaar niet over gaat, maar nu eenmaal af en toe als forum dient om misstanden elders aan te kaarten.

In de publieke ruimte is een schrijnend tekort aan toiletten voor vrouwen – in het Amsterdamse Stadsdeel Centrum ten tijde van haar overtreding exact één tegenover vijfendertig voor mannen. Inmiddels is dat, meer dan twee jaar later, vier tegenover vijfenveertig. Bij de rechter betoogde zij dat haar hoge nood daarom als overmacht telde. En dat het Europese recht op gelijke behandeling voor mannen en vrouwen bovendien voorrang had boven de algemene plaatselijke verordening. Ook stelde zij de overschrijding van de redelijke termijn waarbinnen een vervolging dient plaats te vinden aan de kaak. Het OM deed over dagvaarding in deze eenvoudige zaak een bizarre twee jaar. Alleen dat laatste argument werd gehonoreerd, eerst door de officier, die de eis met vijftig euro naar beneden bijstelde tot negentig euro, en daarna door de rechter die het ermee eens was.

Dat de politierechter wildplassen door mannen en vrouwen even strafwaardig vond, is te billijken. Maar bij de wijze waarop het argument ‘overmacht’ werd verworpen past een kanttekening. De rechter vond dat het voor een vrouw in dit geval „niet verboden is om in een urinoir te plassen”. Dat is op zichzelf juist. Maar het is overigens voor weinig vrouwen een voorstelbare oplossing, ook niet in hoge nood. Anderzijds honoreert de kantonrechter het beroep op overmacht in wildplaszaken vrijwel nooit. Zelfs wildplassers die hun hoge nood medisch kunnen onderbouwen, bijvoorbeeld met brieven van de uroloog, krijgen geen rechterlijke toestemming dan maar op straat te plassen. Dat mag streng gevonden worden, maar het is in ieder geval éven streng, voor beide geslachten.

Verder vond de rechter dat wie tien minuten na sluitingstijd op straat hoge nood ontwikkelt beter moet weten. Uitgaanspubliek, zeker als het alcohol drinkt, heeft een zorgplicht tot preventief plassen. Ook dat is een maatschappelijke norm, die in deze uitspraak is besloten. Die geldt trouwens ook de horeca zelf, niet alleen de bezoekers. Niemand verplicht de cafés om de tap en de wc’s op hetzelfde tijdstip te sluiten. Elders in de particuliere sector kan men zich afvragen waarom vrouwen meestal wel in de rij moeten staan voor de wc en mannen zelden. Dat er te weinig openbare toiletten voor vrouwen zijn betwist niemand – daar ligt een overheidstaak.

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.