‘We hebben hier niets, behalve veiligheid’

Vluchtelingenkamp Rohingya

Vluchtelingen uit Myanmar kappen bos om ruimte te maken voor gammele hutjes.

Door de moessonregens overstromen delen van de vluchtelingenkampen in Cox’s Bazar, Bangladesh. Foto Mohammad Ponir Hossain / Reuters

‘Onze kinderen hebben nauwelijks te eten. We hebben geen rijst en er is geen brandhout.” Muhammad Sharif (63) staat middenin een geoogst rijstveld. Het was misschien niet de slimste plek om het hutje voor zijn familie te bouwen, want de rijstvelden zijn aangelegd om onder water te lopen. En het regende de hele nacht en ochtend onafgebroken. Maar elders was simpelweg geen ruimte, zegt hij.

Vier dagen geleden kwam Muhammad Sharif aan. Met vijf gezinnen in een vissersbootje. „De boot was eigenlijk te klein. Gelukkig sloeg hij niet om.” De afgelopen dagen was hij in de weer met lange bamboestokken en zwart tentzeil. Allebei gekocht bij nijvere Bengalen. Langs de weg tussen de stadjes Cox’s Bazar en Teknaf, waar de vluchtelingenkampen liggen, is een levendige handel ontstaan in de meest basale bouwmaterialen. Bos wordt gekapt door vluchtelingen om plaats te maken voor hun gammele hutjes. Bengalen vergaren er bamboe voor de verkoop.

„We zijn bang voor ziektes, want er zijn geen latrines”, zegt Muhammad Sharif. „En onze vrouwen kunnen zich niet ongezien wassen. Er is hier eigenlijk niets.” Maar hij is veilig. Zijn kinderen staan om hem heen, tot over hun enkels in het water. Hij kijkt naar ze, en zijn gezicht ontspant. „We leven allemaal nog. We hebben geluk gehad. Het leger beschoot ons vanuit helikopters. We sloegen op de vlucht. Daarna kwamen milities. Zij staken onze huizen in brand. Ik herkende niemand. Hier in het kamp zeggen ze dat het onze buren uit het dorp aan de overkant van de rivier waren. Ik hoop dat het niet waar is.”

Sinds 25 augustus zijn volgens hulporganisaties zo’n 400.000 Rohingya Myanmar ontvlucht. De Rohingya zijn moslim en wonen voornamelijk in de deelstaat Rakhine (spreek uit: Ragein). Andere bewoners van de deelstaat zijn van een andere etniciteit of vinden dat ze dat zijn. Zij zijn voornamelijk boeddhisten. In de Rohingya-kampen in Bangladesh worden zij ‘Mog’ genoemd, legt voormalig dagbladjournalist Saad Shahriar (35) uit. „De etnische en religieuze situatie is nog oneindig veel gecompliceerder, maar hou het hier maar even bij”, zegt hij. „Of wil je soms weten waarom ik de Rohingya-taal spreek?” Hij komt uit Chittagong, de commerciële hoofdstad van Bangladesh en de grootste stad in de buurt van de grens. „Daar spreken we zo’n beetje hetzelfde als de Rohingya, maar wij zijn Bangla, wat jullie Bengalen noemen – dat was echter een Britse benaming die wij liever niet gebruiken. Zie je hoe ingewikkeld het is?”

En tegelijkertijd is het voor Saad ook heel simpel. „Deze mensen worden verdreven in een militaire campagne. Niemand vangt ze op, ze komen naar ons, dus wij gaan ze helpen. En dat heeft wat mij betreft niets te maken met dat zij net als ik moslim zijn. Ik heb een christelijke vriendin die er net zo over denkt. Het gaat om humaan zijn.”

Elke dag is de crisis in Myanmar op de Bengaalse tv. „Niemand hier begrijpt waar Aung San Suu Kyi mee bezig is”, zegt Saad. Vandaag ontkende ze opnieuw de schaal van het probleem tijdens een nationale toespraak die door sommige Bengaalse tv-kanalen integraal werd uitgezonden. „Ze zei dat er al twee weken geen militaire operaties in de Rohingya-dorpen zijn geweest. Maar ik heb dit weekeinde nog vanaf het strand de rookpluimen en vuren gezien van brandende dorpen.”

Tentplastic

Intussen begint Bangladesh de ernst van de crisis te voelen. Cox’s Bazar is een toeristenstadje, met lange witte zandstranden. De toeristen komen nog, maar echt zorgeloos kan niemand hier meer op vakantie, want de vluchtelingen zijn overal.

Vlakbij de stranden van Teknaf lag een mooie, dichtbegroeide heuvel: Houaikyong. Die is nu volledig van bomen en planten ontdaan en veranderd in een zee van zwart tentplastic. De vluchtelingen hebben, soms met hun blote handen, terrassen in de heuvel gegraven waar ze hun hutjes op bouwden. Alleen: die moeten nu verdwijnen. De politie gaat al dagen rond met luidsprekers die de Rohingya oproepen hun bouwsels langs de autoweg en op de heuvels – die de status van beschermd bos hebben – af te breken.

Gespannen wordt gewacht op het moment dat de politie zelf de hutjes tegen de vlakte gooit. De vluchtelingen hebben dan geen andere keuze dan om net als Muhammad Sharif een woninkje te bouwen op de lage, natte grond. Zonder uitzicht op een gezonde verblijfplaats.