Commentaar

miljoenennota 2018 En dan nu eindelijk tijd voor verbetering van de koopkracht

Het gaat nog altijd goed. Buitengewoon goed zelfs. Dat is de hoofdboodschap die doorklinkt in de op Derde Dinsdag uitgesproken Troonrede en de gepresenteerde Miljoenennota voor het jaar 2018. De voorzichtige weg omhoog die koning Willem-Alexander nog twee jaar geleden in zijn Troonrede signaleerde is een zeer stevige weg geworden.

Alle relevante indicatoren staan op groen. Er is opnieuw sprake van een begrotingsoverschot, dat bovendien verder oploopt in 2018. Ook zal de economie verder groeien, hoewel minder dan dit jaar. Export, bedrijfsinvesteringen en consumptie: de lijnen in de grafieken gaan allemaal omhoog. Het cijfer dat moet dalen, daalt ook volgend jaar: de werkloosheid komt met 4,3 procent van de beroepsbevolking op het laagste niveau sinds 2008.

Het kabinet-Rutte II dat al zo lang op weg is naar de uitgang kan kortom met recht tevreden omkijken. Zoals demissionair minister Dijsselbloem (Financiën, PvdA) in zijn nawoord bij de Miljoenennota stelt, is de voorbije jaren veel ten goede gekeerd. Niet alleen heeft het kabinet gedaan wat het bij zijn aantreden in 2012 had aangekondigd, maar zelfs meer dan dat. De cijfers geven hem hierin gelijk. Ze zijn in veel gevallen rooskleuriger dan vijf jaar geleden voorzien.

Des te wranger is het VVD en PvdA, de twee partijen die deze beleidsmatig geslaagde coalitie vormen, bij de verkiezingen van maart zo genadeloos door de kiezer zijn afgestraft. Het toont nog eens dat electorale waardering en behaald boekhoudkundig resultaat niet hand in hand gaan. De door het kabinet voor noodzakelijk gehouden maatregelen zijn door een meerderheid van de kiezers niet als zodanig waargenomen.

Dat is ook niet verwonderlijk. Sinds het uitbreken van de economische crisis, nu tien jaar geleden, is juist op het niveau van de individuele huishoudens de rekening betaald. En nog steeds wil het met de beloofde koopkrachtverbetering niet echt vlotten, zoals blijkt uit de gepresenteerde schamele koopkrachtcijfers. Dat in deze tijden van aanhoudende economische groei het kabinet in de Troonrede niet verder komt dan de belofte dat in 2018 de koopkracht voor iedereen zal worden behouden, is veelzeggend.

Even veelzeggend is de constatering die koning Willem-Alexander in zijn Troonrede deed dat niet iedereen van de opleving profiteert. Het is een opmerking die verplicht. Hier ligt een taak voor het nieuwe kabinet. De scheve verhouding tussen economische groeicijfers en inkomensontwikkeling zal moeten worden rechtgetrokken. Koopkrachtverbetering is onder deze gunstige economische omstandigheden een vereiste.

Temeer daar zich in de naaste toekomst al weer de nodige kostenposten aandienen. De Raad van State wijst hierop in zijn advies. Ondanks alle maatregelen om de uitgaven voor de zorg beheersbaar te maken dreigen de uitgaven tussen 2018 en 2021 opnieuw harder te gaan stijgen dan de economie in zijn algemeenheid. Hiernaast staan nog extra uitgaven voor defensie en klimaatbeleid te wachten.

De nu gepresenteerde begroting geeft vanwege de demissionaire status van het kabinet een vertekend beeld. Omdat het kabinet niet geacht wordt nieuw beleid en dus nieuwe kosten aan te kondigen staat de schatkist er rooskleuriger voor. Maar dat neemt niet weg dat het tweede kabinet-Rutte op budgettair terrein een stevig fundament voor zijn opvolgers achterlaat. Allerhoogste tijd dat die opvolgers zich eindelijk eens melden.