Leden van de Staten-Generaal

Troonrede

De Troonrede was veel korter dan die van vorig jaar. Nog geen kwartier had koning Willem-Alexander nodig, want plannen zijn er niet. Hier de opvallendste paragrafen, geannoteerd door politiek redacteur

Op Prinsjesdag zijn alle ogen traditioneel gericht op Den Haag. Maar vandaag zijn ons hart en onze gedachten in de eerste plaats bij de inwoners van Sint-Maarten, Saba en Sint-Eustatius, die zo zwaar getroffen zijn door de verwoestende kracht van orkaan Irma. Wij allen leven intens mee. Juist in deze moeilijke omstandigheden wordt de onderlinge verbondenheid in het Koninkrijk zichtbaar.

Het lag in de lijn der verwachting dat koning Willem-Alexander in de Troonrede zou stilstaan bij de ramp die orkaan Irma op de Caribische eilanden van het koninkrijk heeft veroorzaakt. Het bleef niet bij woorden om lotsverbondenheid uit te drukken. Er kwam ook een toezegging. „Het Caribisch deel van het Koninkrijk staat er bij de wederopbouw niet alleen voor”, zei de koning zonder dit verder te specificeren.

We zien na moeilijke jaren weer een bloeiende economie en een gezonde schatkist. Toch merkt niet iedereen de economische groei voldoende in het dagelijks leven. Het is daarom belangrijk dat meer mensen gaan profiteren van de economische voorspoed.

Net als vorig jaar slaat de Troonrede een positieve toon aan over de economie. Toch wordt gewaakt voor al te veel triomfalisme, met de opmerking dat meer mensen moeten profiteren. Later in de rede wordt dit nog eens herhaald. Hier is het stempel van vertrekkend coalitiepartner PvdA te herkennen. Het was vooral deze partij die de afgelopen jaren het verwijt kreeg dat de crisis op de laagste inkomens werd afgewenteld.

Dat Prinsjesdag dit jaar plaatsvindt in een tijd van kabinetsvorming betekent dat terughoudendheid geboden is bij het indienen van nieuwe voorstellen.”

Op neutrale toon wordt vastgesteld dat de kabinetsformatie nog aan de gang is. Geen verwijzing naar de lange duur zoals Willem-Alexanders grootmoeder Juliana in 1977 deed toen ze zei dat de maandenlange formatie voor „begrijpelijke bezorgdheid” zorgde.

Mede dankzij de constructieve opstelling van veel partijen in de Staten-Generaal is het fundament onder Nederland de afgelopen jaren sterker geworden.

Opvallend vaak worden in de Troonrede alle partijen in het parlement geprezen voor hun steun aan wetsvoorstellen. Helemaal aan het eind wijst de koning er nog eens op dat Nederland een coalitieland is. Het kan opgevat worden als een verwijzing naar de smalle marges waarmee ook een toekomstig kabinet te maken zal krijgen. De huidige onderhandelende partijen beschikken over een minieme meerderheid.

De internationale verwevenheid van ons land is vaak verrijkend.

Verhoudingsgewijs besteedt de Troonrede veel aandacht aan het buitenland. Dat kan ook omdat er in afwachting van een nieuw kabinet nog maar weinig valt te zeggen over binnenlandse plannen.

Om enkele urgente knelpunten aan te kunnen pakken, gaat er extra geld naar veiligheid en terrorismebestrijding.

Een zin die nog eens duidelijk maakt dat de strijd tegen het terrorisme een van de belangrijkste vraagstukken van deze tijd is.

Voor de verpleeghuiszorg is volgend jaar meer geld beschikbaar.

Een van de zeer weinige zogeheten ‘beleidsintensiveringen’. Ook meldt de Troonrede extra geld voor leraren en de marechaussee. Dit zijn zaken die niet langer konden wachten en waar de nieuwe coalitiepartners binnenskamers mee hebben ingestemd.

U mag zich gesteund weten door het besef dat velen u wijsheid toewensen en met mij om kracht en Gods zegen voor u bidden.”

De slotzin van de Troonrede is al jaren ongewijzigd. Het is een compromis tussen gelovigen en niet-gelovigen.

Lees de complete Troonrede inclusief annotaties op nrc.nl/troonrede2017.