Klinkklare kletskoek, baarlijke bullshit

Ewoud Sanders

Foto iStock

Wat betekent klinkklaar en hoe schrijf je het eigenlijk? Is het klinkklaar met twee k’s in het midden, of is het klin-klaar?

Bij de correcte schrijfwijze heeft klinkklaar in totaal drie k’s, maar in de praktijk gaat het geregeld mis. We spreken dit woord meestal uit als ‘kling-klaar’ en kennelijk kom je het daarom vaak als klinklaar tegen. Honderden keren in kranten (ook wel eens bij NRC) en nog veel vaker op internet. Zo las ik op wereldnieuws.blog.nl: „De premier van Sint-Maarten heeft stevige kritiek geuit op de Nederlandse marine. Na de orkaan zouden zestig mariniers bij de plunderingen hebben staan kijken en ‘niets [hebben] gedaan’. Minister Plasterk van Koninkrijksrelaties en luitenant-generaal Rob Verkerk noemen het ‘klinklare onzin’.”

Er viel nog iets op: de minister en de generaal zeiden niet precies hetzelfde. Commandant Zeestrijdkrachten Rob Verkerk schreef in een tweet naar aanleiding van de kritiek van William Marlin, de premier van Sint-Maarten: „Wat een klinkklare onzin.” Minister Ronald Plasterk noemde de kritiek van Marlin op radio 1 „klinkklare nonsens”.

Wat betekent klinkklaar en waar komt dit allitererende woord vandaan? Klinkklaar is in 1613 voor het eerst opgetekend, in de zin: „Twee Kelcken, wel swaer, van klincklaer gout.” Oorspronkelijk gebruikte men dit woord voor metaal, met name voor edelmetaal, dat zo onvermengd of zuiver was dat het een heldere klank gaf als je er tegenaan tikte. Dan klonk het helder of klaar, klink-klaar.

In bronnen uit de zeventiende en achttiende eeuw komen we allerlei zinnetjes tegen waarin sprake is van „clinck claer gout” en „klinkklaar zilver”, in de negentiende eeuw komt daar „klinkklaar staal” bij.

Klinkklaar werd ook al snel gebruikt om de zuiverheid van andere producten te benadrukken. Klinkklaar vet en klinkklare boter, bijvoorbeeld. Daarnaast werd het al spoedig op abstractere zaken toegepast. Zo had P.C. Hooft het al in 1632 over „loutre klinklaere liefde” – ook Hooft liet een k vallen. In bronnen uit de negentiende eeuw wordt onder meer gesproken over klinkklare waarheid, vroomheid, edelmoedigheid, razernij, ijdelheid en verontwaardiging.

Interessant is dat klinkklaar tegenwoordig het vaakst lijkt voor te komen in de buurt van twee andere woorden, namelijk onzin en nonsens. Je leest ook wel over klinkklare wartaal, lariekoek en leugens, maar die komen uit hetzelfde domein en zijn minder frequent.

Klinkklare onzin en klinkklare nonsens zijn min of meer vaste uitdrukkingen geworden. Dat is al lang zo. De combinatie met onzin is in 1840 voor het eerst aangetroffen („uw bijval is klinkklare onzin”); de combinatie met nonsens in 1861 („de Kamer toestaan wat klinkklare nonsens is”). Overigens had Bredero het al in 1622, kort nadat het woord klinkklaar in omloop raakte, over „klinckklaer jocken” (liegen).

Er is nog een bijvoeglijk naamwoord dat zich graag ophoudt in de buurt van onzin en nonsens, namelijk baarlijke. In oudere teksten lees je weliswaar geregeld over de baarlijke duivel en in modernere teksten kun je ook baarlijke kul en baarlijke bullshit vinden (een prachtalliteratie), maar baarlijke nonsens en baarlijke onzin zijn veel populairder. Voor hetzelfde geld hadden Verkerk en Plasterk dus díé formulering gebruikt. Het opvallendst was dat zij hun commentaar niet voor de camera wilden herhalen. Wel op Twitter en op de radio, niet op tv. Volgens het NOS Journaal wilden zij hiermee voorkomen dat de situatie verder zou ontsporen.

schrijft elke week over taal. Twitter: @ewoudsanders