In mijn essay komt uitgebreid aan bod dat Mandela lange tijd geweld goedkeurde

Beeld NRC

In zijn artikel Hé Bas Heijne, nog even over Mandela (16/9) wast collega Bram Vermeulen, correspondent Zuid-Afrika van deze krant, mij de oren over de vermeende geweldloosheid van Nelson Mandela en het ANC, naar aanleiding van een voorpublicatie uit mijn nieuwe boek Wereldverbeteraars; Gandhi, King, Mandela, hun erfenis. Afgaand op het gepubliceerde fragment (Het radicale antwoord op haat is waardigheid, O&D 8/9) doet Vermeulen alsof ik niet zou weten, of niet zou willen weten, dat Mandela, toen hij in 1962 gearresteerd werd, aan het hoofd stond van de gewapende tak van het ANC – het viel dus wel mee met die geweldloosheid. Daar knoopt Vermeulen een heel betoog aan vast, dat eindigt met de conclusie dat het toejuichen van kalm, geweldloos verzet tegen ongelijkheid en racisme witte machthebbers gewoon goed uitkomt. De implicatie is duidelijk.

Het is spijtig dat het in deze krant gepubliceerde fragment de indruk heeft gewekt dat Gandhi, King en Mandela wat geweldloos verzet betreft op één lijn zaten. In Wereldverbeteraars komt Mandela’s positie uitgebreid aan bod. Gandhi en King stonden geweldloos verzet voor uit diepe overtuiging – King was een groot bewonderaar van Gandhi. Mandela en ANC waren meer pragmatisch, ze zagen het vooral als tactiek. Juist de weigering van Mandela om geweld af te zweren, werd door het apartheidsregime jarenlang als argument gebruikt om hem niet vrij te laten.

Dat staat allemaal in mijn essay, en nog veel meer, zoals aanhoudende discussie over de effectiviteit van geweldloos verzet. Maar dat kon Vermeulen toch niet weten? Mijn probleem met zijn kritiek is dat hij dat heel goed wist. Nadat hij na de voorpublicatie op Twitter zijn kritische punt maakte, heb ik hem direct uitgebreid ingelicht, hem zelfs de desbetreffende pagina’s uit mijn boek gestuurd. Hij vroeg me toen het hele boek te sturen.

Waarom hij dat niet heeft afgewacht en gemeend heeft in deze krant toch te moeten schrijven dat ik mijn huiswerk niet heb gedaan, terwijl hij wist dat dat wel zo was, is mij een groot raadsel. In zijn stuk suggereert hij bovendien dat hij mijn hele essay heeft gelezen, wat dus domweg niet waar is. Zeker, de erfenis van Gandhi, King en Mandela verdient nu meer dan ooit debat, dat is het hele punt van mijn boek. Maar geen debat op basis van kwade trouw.

Naschrift

Het stuk dat ik afgelopen zaterdag schreef was geen recensie van Bas Heijnes boek Wereldverbeteraars. Het was een reactie op de voorpublicatie van dat essay, zoals dat op 9 september is afgedrukt in NRC. Als zijn boek in Zuid-Afrika in de winkel had gelegen, dan had ik het er natuurlijk bij gepakt. Ik heb aan Heijne een pdf gevraagd, maar die liet op zich wachten. Dus heb ik me beperkt tot het stuk dat in de krant stond, het stuk dat ook alle lezers hebben kunnen lezen. Ik hoopte op een verdieping van de discussie over verzet en de effectiviteit van geweld versus kalmte en geweldloosheid. Ik betreur het dat Heijne dit ondervindt als kwade trouw. Essays zijn voorzetten voor debat en ik nam die bal, misschien te gretig, aan in de hoop samen als collega’s nog wat verder te komen.