Recensie

‘Ik vecht met mijn kunst, totdat het goed voelt’

Susan Rothenberg

Susan Rothenberg (1945) was één van de pioniers van de New Image-beweging in New York. Nu toont ze in Amsterdam nieuw werk.

Kunstenares Susan Rothenberg Foto Frank Ruiter

Halverwege de jaren zeventig moest het roer om. Minimal art, abstractie, het moest plaatsmaken voor iets nieuws: een terugkeer naar de figuratieve schilderkunst. Eén van de pioniers van die New Image-beweging was Susan Rothenberg (1945), die in 1982 een solotentoonstelling kreeg in het Stedelijk Museum. Nu, 35 jaar later, is ze terug in Amsterdam, voor een jubileumshow in Grimm Gallery.

Zelf herinnert ze zich van 1982 vooral de rellen, vertelt ze. „De sfeer was bedreigend. Hoe anders is Amsterdam nu”, zegt Rothenberg, een frêle dame die bescheiden praat. Dat doet ze ook over haar toen toch baanbrekende rol: „Toen ik in 1969 begon, was de schilderkunst volledig afgeschreven. Ik ontmoette alle grote kunstenaars in New York en wist: daar kan ik niet mee concurreren. Ik ben geen abstract persoon. Dus ben ik gaan schilderen. Paarden, ik weet niet waarom. Ik wilde geen mensen portretteren, maar ik wilde wel dat het ging over het menselijk lichaam. Vermoedelijk was het een surrogaat voor iets levends, iets wat toch menselijk was.”

Paarden, lichaamsdelen en andere vormen, is ze sindsdien gaan omringen met verf die niet alleen als ondergrond fungeert, maar ook zo aanwezig is dat het de vormen vasthoudt. De paarden zijn verdwenen, één doek toont nog een hoef in een hoekje. Nu spreidt ze ledematen van marionetten over het vlak uit. „Daar zit een menselijke aanwezigheid in, sommige zijn droevig. Het werk gaat over oorlog, en over het onpersoonlijke in de maatschappij.”

Ik wilde geen mensen portretteren, maar ik wilde wel dat het ging over het menselijk lichaam.

Toch zijn de werken niet voor één uitleg vatbaar. Ze ontstaan net zo intuïtief als de titels. Red, met rode ledematen, ziet er sinister uit. „Ja, maar het ging voor mij vooral over zwaartekracht.” En het blauwe schilderij met vier handen, waaraan de tentoonstelling zijn titel The Height The Width The Weight ontleent?

„Dat gaat over mijn hond die gestorven is. Het kleine doosje waarin we haar als puppy kregen; de handen geven die afmetingen aan. Zo gaat het schilderij over haar afwezigheid, de herinnering.” Honden sterven en zelf is ze ziek geweest: gebeurtenissen die bijdroegen aan een ‘painters block’. Niet in staat te schilderen zat ze veel op de ranch in New Mexico waar ze woont met haar man (kunstenaar Bruce Nauman), paarden, honden en katten. „Dieren zijn leuk, maar inspiratie, nee.”

Toch hangt er wel een schildering van duiven in de galerie. „Duiven zijn vooral beweging. Ik hou van eenvoudiger beelden”, zegt ze. Maar toen kreeg ze gezelschap van raven die jongen kregen, en die steeds terug kwamen. „Ik ging naast ze zitten, voerde ze. Ik probeerde tegen ze te praten, en ik denk dat ze dat door hadden. Ik zei tegen Bruce: zal ik eens een raaf gaan schilderen, een grote?”

Zo brachten de raven iets nieuws. Eén, in roze, hangt in de galerie: een monumentaal, ruw beest dat zich vastklauwt op een tak. Hij ziet er bozer uit dan bedoeld, vindt Rothenberg. Maar de passie die ze tijdens de periodes van painters block kwijt raakt, is hier wél zichtbaar aanwezig.

De passie die ze tijdens de periodes van painters block kwijt raakt, is hier wél zichtbaar aanwezig

Tegelijk oogt het werk weerbarstig als al haar doeken, met stug opgebrachte verf. Is het zo dat ze, na die strijd in de jaren zeventig tegen heersende modes, ook nu nog strijd voelt? „Ja, ik worstel met mijn kunst. Die hoek moet over, dat is fout, dit moet anders. Zo vecht ik door totdat het goed voelt. Veel schilderijen gooi ik weg.” Maar, glimlacht ze: „Er staan nu twee schilderijen in mijn atelier. En daar ben ik hoopvol over.”

Susan Rothenberg: The Height The Width The Weight. T/m 14/10 bij Grimm, Frans Halsstraat 26, A’dam. Di-za 11-18u. www.grimmgallery.com