‘Ik heb bruine boterhammen met sla!’

Eten op school

Scholen maken steeds meer werk van gezonde voeding. Een kantine met een frituur is nu een zeldzaamheid, appels liggen er in overvloed. Maar daarmee ben je er nog niet.

Foto's: David van Dam

Een keer mocht Nassim (10) zijn traktatie niet uitdelen aan de klas: snoepjes en pakjes limonade. „Dat was stom want het was mijn verjaardag.” Maar op andere dagen heeft hij er geen problemen mee dat hij alleen gezonde dingen mag eten en drinken op school. Al is het soms een beetje saai. „Je eet acht jaar achter elkaar gezond.”

Op basisschool Het Startpunt in de Schilderswijk in Den Haag zijn de broodtrommels gevuld met groentes en bruine boterhammen. Heeft een leerling een donut bij zich, zoals begin dit schooljaar gebeurde, dan gaat de leerkracht in gesprek met ouders.

Het Startpunt is geen uitzondering. Waren waterflesjes een aantal jaren terug een zeldzaamheid op scholen, inmiddels zijn ze niet meer weg te denken uit de klassen. Vrijwel elke school heeft een vorm van beleid op het gebied van gezonde voeding.

Ouders zijn daaraan gewend, blijkt op Het Startpunt. In de vader die zich onlangs in de pers beklaagde over het nieuwe waterbeleid op de school van zijn zoon, omdat water „voor honden” zou zijn, herkennen ze zich niet. „Ik vind het fijn dat de school op gezondheid let”, zegt Karima Achahbar, die een dochter van 8 op school heeft. „Toen de school er nog niet mee bezig was, wilden mijn kinderen óók twee pakjes drinken. Nu drinken ze gewoon water.”

Helft van de suiker

Heleen Schuit van het Voedingscentrum zag met eigen ogen dat gezondheid een groter thema werd op scholen. Toen ze daar in 2009 begonnen met een project voor gezondere schoolkantines, werd in zo’n 20 procent van de middelbare scholen nog eten uit de frituur verkocht, zegt Schuit. „Dat zie je nu bijna nooit meer.”

Mensen zijn „bewuster bezig” met wat ze eten, denkt Schuit. Dat zie je, zegt ze, bijvoorbeeld aan „voedingshypes” zoals superfoods. En als voor ouders iets belangrijk is, dan is dat voor scholen vaak ook zo, merkt Schuit.

Maar dat geldt niet voor alle ouders. In achterstandswijken hebben ouders niet altijd de middelen of kennis om gezond te eten, zegt VU-hoogleraar voeding en gezondheid Jaap Seidell. En er zijn barrières voor gezond gedrag, zoals een gebrek aan sportclubs en mogelijkheden om buiten te spelen.

Ook columnist Martine Kamsma heeft een andere ervaring met gezond eten op de school van haar kinderen. Daar tieren de snoep- en frisdrankautomaten welig.
Broodtrommel s anno 2017. Wat kinderen zoals mee naar school krijgen.

De overheid stimuleert scholen daarom ook om een gezond beleid te voeren.

De afgelopen tien jaar zijn er door gemeenten, Rijk en gezondheidsorganisaties allerlei van dit soort programma’s opgezet gericht op afvallen, bewegen en kennis over voeding. Bij die laatste categorie is het een probleem dat vooral de scholen in de betere wijken meedoen, zegt Seidell. „Scholen die het moeilijker hebben zien minder vaak mogelijkheid voor voedselonderwijs. Daardoor worden de al bestaande gezondheidsverschillen vergroot.”

De gemeente Den Haag probeert dit soort verschillen al op jonge leeftijd aan te pakken in een pilot die deze donderdag start. Op verschillende voorscholen, bedoeld voor peuters en kleuters met een taalachterstand, wordt vanaf nu groente uitgedeeld. De proef richt zich juist op achterstandswijken, waar meer kinderen overgewicht hebben, en is een samenwerking tussen de rijksoverheid, de gemeente Den Haag en Albert Heijn.

Ook andere bedrijven zien de urgentie. Deze maand kondigde branche-organisatie voor frisdrankproducenten FWS aan uiterlijk eind volgend jaar te stoppen met de verkoop op scholen van frisdrank die volledig met suiker gezoet is. Drankjes die grofweg de helft van de suiker van een gewone cola bevatten, mogen nog wel.

Volgens Sigrid Wertheim-Heck, lector Voedsel en Gezond Leven aan de Aeres Hogeschool in Almere, is de trend in veel Westerse landen zichtbaar. „Problemen als de toename van suikerziekte en de druk op het milieu door ons consumptiegedrag zie je overal. Na tijden van overvloed, zijn we bezig aan een herwaardering van gezonde en duurzame voeding.”

Gouden schoolkantineschaal

Op basisschool Het Startpunt kwam de omslag een jaar of acht geleden, vertelt Sebastiaan Nederhoed, sportdocent en projectleider van de Haagse Sporttuin – drie sportvelden achter de school waar kinderen uit de buurt na school sportles kunnen krijgen. Docenten merkten dat leerlingen zich slecht konden concentreren; door weinig slaap, geen ontbijt en veel zoet en vet. Vaak kregen ze twee euro mee van thuis, waar ze in de pauze croissants en een blikje frisdrank van kochten.

De school besloot dat het zo niet langer kon en verhoogde het aantal gymlessen naar drie uur per week. Er kwam een naschools sportprogramma en er zijn kooklessen. „We willen kinderen zo programmeren dat ze sneller gezonde keuzes maken”, zegt Nederhoed. Hij lacht. „Eigenlijk is het een soort hersenspoelen.”

Bij groep 4 lijkt dat gelukt. Als kinderen horen van het onderwerp van dit artikel, scheppen ze op over de inhoud van hun broodtrommel. „Ik heb bruine boterhammen met sla!”, roept een meisje. Een ander beweert te zullen stoppen met snoep eten. „Ik vind dat niet meer lekker.”

Maar eigenlijk, zegt hoogleraar Jaap Seidell, is het gezonder maken van basisscholen nog relatief makkelijk. „Kinderen hebben geen eigen geld, er is geen kantine. Vrijwel alles wat ze aan eten krijgen komt van thuis.”

Veel lastiger is het om kinderen op middelbare scholen en mbo’s aan gezonde voeding te krijgen. „Die zijn mondiger en hebben vaker zelf geld om eten te kopen.” Toch krijgen ook deze scholen volgens Seidell „geleidelijk” gemeenschappelijk beleid op het gebied van gezondheid.

Het Voedingscentrum leidt een project voor gezondere schoolkantines. Wanneer scholen zich aan hun voedingsvoorschriften houden, kunnen ze tot een zilveren of een gouden schoolkantine gedoopt worden, als bewijs kan een Zilveren of Gouden Schoolkantineschaal worden aangevraagd.

Zo’n 400 middelbare en mbo-scholen hebben inmiddels zo’n kantine – ongeveer eenvijfde van het totaal. „In de tijd van de open dagen zien we een enorme toename in de aanvraag van gouden schalen”, zegt Schuit van het Voedingscentrum.

Lolly’s achteraan

’t Atrium in Amersfoort, een school voor vmbo-t, havo en vwo, is sinds kort in bezit van een ‘gouden’ kantine. Rector Harko Boswijk heeft de schaal – een versierd bord – pontificaal op de kantinetoonbank geplaatst. Daarbij staan hippe houten kratjes met de appels en sinaasappels, verder het kantinehok in staan de lolly’s. Die presentatie, zegt hij, is heel belangrijk. „Kijk, je oog valt als eerste op het fruit.”

Dat is ook hoe het van het Voedingscentrum moet. Volgens Schuit blijkt uit onderzoek dat wanneer producten mooi worden gepresenteerd en in overvloed in het vizier liggen, ze beter worden verkocht. In jargon heet dat nudging.

Maar er is hier dus wel snoep, ook al ligt het niet vooraan. Dat mag ook gewoon bij een gouden kantine. De regel is: het aanbod moet minimaal bestaan uit 80 procent gezondere keuzes, dus voor elk ongezond product moeten vier betere opties verkrijgbaar zijn. Bij zilver is dat 60 procent.

Die betere opties mogen zowel écht gezond zijn – rauwkost, ongezouten noten – als een ‘gezonder alternatief’, zoals een plak ontbijtkoek met minder suiker. De regels voor dit soort gezondere keuzes zullen in 2020 worden aangescherpt.

Waarom verbiedt ’t Atrium dat ongezonde spul niet gewoon allemaal?

Volgens rector Boswijk is dat een dilemma. „We vinden het belangrijk dat leerlingen hier iets leren.” Ongezond voedsel is nu eenmaal niet weg te denken, zegt hij. „Ze moeten dus leren omgaan met die prikkels.”

Volgens het Voedingscentrum werkt de „stap-voor-stap-aanpak” het best. Anders bestaat er een risico dat scholen ontmoedigd raken en afhaken. Toch, geeft Schuit toe, zouden ze het liefst zien dat scholen alleen nog eten en drinken uit de Schijf van Vijf aanbieden. En hoewel een aantal scholen volgens haar dichtbij zit, is dat tot nu toe nog nergens gelukt.