Er is ook leven na De Appel

Theater

Vorig jaar hield Toneelgroep De Appel na 45 jaar op te bestaan. De ex-acteurs zijn inmiddels nieuwe wegen ingeslagen en hebben nieuwe gezelschappen opgericht.

David Geysen in de voorstelling België door Dégradé Foto Leo van Velzen

‘Opeens was het vertrouwde Appeltheater van Toneelgroep De Appel in Scheveningen verboden terrein”, zegt actrice Isabella Chapel. „In december vorig jaar wilde ik een kostuum ophalen, na de laatste uitvoering van Hamlet. Maar het theater was dicht, we waren onwelkom.”

Een jaar geleden werd duidelijk dat Toneelgroep De Appel, het oudste gezelschap van ons land, na 45 jaar ophield te bestaan. De gemeente Den Haag beëindigde de subsidie. Chapel zegt dat de groep „destijds als verdoofd was. Een grote liefde was voorbij.”

Toch zijn ex-acteurs niet uit het veld geslagen, integendeel. Chapel verwoordt het zo: „Als de bodem onder je bestaan wegvalt, moet je een nieuwe bodem scheppen. Er is óók leven na de Appel.”

Deze septembermaand is een ex-Appelmaand bij uitstek. Op tal van plekken keren de spelers, de huiscomponist en zelfs de dramaturg terug. Chapel weigert „door omstandigheden in een zwart gat te vallen dat anderen hebben gecreëerd”. Ze zet haar energie om in een eigen gezelschap met nieuwe voorstellingen. Samen met actrice Saskia Mees richtte ze Claudine & Claudette op en brengen ze de gelijknamige voorstelling, waarin twee Haagse dames terugblikken op hun leven.

Ook David Geysen heeft met componist en muzikant Carl Beukman een eigen artistiek onderkomen gecreëerd, Dégradé. Ze spelen de voorstelling België, geïnspireerd op Het verdriet van België van Hugo Claus. Geysen was de beoogde en gedroomde opvolger van artistiek leider Greidanus sr, die in 2015 met pensioen ging. Maar de raad van toezicht maakte een faux pas en stelde regisseur Arie de Mol aan. Dat leidde niet alleen tot artistieke frictie, kort na entree van De Mol sloeg de gemeente toe en ontzegde de subsidie. Samen met de Appel-spelers maakte Geysen als eerbetoon de succesvolle afscheidsvoorstelling Hamlet. Wie op 18 december vorig jaar in het Appeltheater de allerlaatste voorstelling zag, kon zich niet aan de indruk onttrekken dat deze spelers zich het theater niet laten ontnemen.

Blanke elite

De Vlaamse dramaturg Alain Pringels, de man achter de schermen van marathons als Herakles en Odysseus, is in Gent de groep Compagnie Courage begonnen. In zijn visie is het Nederlandse en Vlaamse toneellandschap „helaas een zaak exclusief voor de blanke elite die de band met de wereld van nu mist”. In de tragedie Trojaanse vrouwen brengt Pringels spelers samen afkomstig uit maar liefst tien landen, variërend van Iran, Syrië, Senegal, Mali, Mexico en Turkije tot Frankrijk, Nederland en België. Pringels wil het theater eruit laten zien als een metro of tram in grote steden als Brussel, Amsterdam, Lille, Parijs: „Een rijkgeschakeerde, veelkleurige wereld met tal van talen en nationaliteiten.” Volgens Pringels sluit het hedendaags theater op geen enkele manier aan bij multiculturele ontwikkelingen in de samenleving”. Hij noemt zijn compagnie „het theater van de nieuwe tijd”.

Lees ook de necrologie: Alles deed De Appel anders

En de andere spelers? Bob Schwarze heeft zijn eigen theater Branoul in de Haagse binnenstad en speelt in Terror bij vrije producent Senf Theaterpartners. Judith Linssen vertolkt de vrouwelijke hoofdrol Golde in de musical Fiddler on the Roof door Stage Entertainment.

Het lijkt erop dat de eens zo hechte Appelfamilie uiteen is gevallen. „Misschien is dat goed”, aldus Geysen. „We moesten eens uitvliegen en nieuw elan ontwikkelen. Met Dégradé brengen we beeldend muziektheater, waarin de tekst minder belangrijk is dan destijds bij Appelvoorstellingen. Dat is gewaagd, en daarmee zijn we terug bij oprichter en regisseur van het eerste uur, Erik Vos.”

Ook bij Claudine & Claudette is de Appelsignatuur herkenbaar, al was het dankzij de regie van Aus Greidanus sr. Inhoudelijk sluit de voorstelling aan bij het Haagse publiek, dat met het verdwijnen van De Appel een eigen gezelschap miste. Onderwerpen als het voormalige Nederlands-Indië, het ouder worden en de problemen met zorginstellingen brengen de speelsters met Haagse dictie. Op de vraag hoe de jonge initiatieven zich verhouden tot Het Nationale Theater, ook in Den Haag gevestigd, antwoordt Chapel: „Dat is een megagroot gezelschap. Wij zijn kleiner en richten ons op het voormalige Appelpubliek met herkenbaar theater.” Geen van de betrokkenen sluit uit dat er in de toekomst hernieuwde samenwerking ontstaat, maar daarvoor is het nu te vroeg.

Vluchteling

In Trojaanse vrouwen is de stad Troje verwoest door de Grieken. Vier vrouwen zijn oorlogsslachtoffer, overgeleverd aan de genade van de vijand. Voor Pringels en zijn gezelschap geldt dat je „kracht moet putten uit rouw”. De spelers zijn vluchteling of vreemde, afkomstig uit andere culturen dan de blanke westerse. Ze moeten hier een nieuw bestaan opbouwen. In België van Dégradé overspoelen de Euraziatische grootmachten Rusland en China het arme België. De circusachtige stijl sluit volgens Geysen aan bij de jongste generatie: „Ik geef les aan de toneelschool in Maastricht en merk dat studenten meer zijn geïnteresseerd in performance en beeldend theater dan in het ouderwetse teksttoneel.”

Subsidieperikelen beëindigden De Appel. Dat was het slechte nieuws. Het goede nieuws is dat Stichting Vrienden van Toneelgroep De Appel financieel bijdraagt aan de drie nieuwe ensembles. Dat is een begin. Claudine & Claudette ontvangt ook steun van de gemeente Den Haag. Dégradé mag beschikken over de Appelloods aan de Laan van Poot. Compagnie Courage krijgt ondersteuning door Stad Gent en Provincie Oost-Vlaanderen.

Het lijkt erop dat de eens zo hechte Appelfamilie uiteen is gevallen

En het zo geroemde Appeltheater? Dat is verkocht voor 1,2 miljoen aan een projectontwikkelaar en het staat nu leeg. De voormalige grote zaal biedt een onttakelde aanblik. De kerk ernaast wordt hotel en dan verandert het theater in een horecagelegenheid. Op de zijgevel staat nog steeds trots in blauw-wit het logo van De Appel. Er rust een culturele bestemming op. Maar of de gemeente dat gaat verwezenlijken, is ongewis. Theater met de Appelsignatuur zal er nooit meer komen. Dat moeten de toeschouwers nu elders in de stad zoeken.