Een kunstbeurs voor het noorden

Kunst kopen

In Museum Belvédère in Heerenveen begint deze donderdag Art Noord. Vier dagen lang kun je er kunst kopen. „Het is in de eerste plaats een avontuur.”

Tokyo 2 van Aafke Ytsma (2016, olie op papier, 30×56cm), te koop bij Galerie melklokaal. Onder: Harmen van der Tuin, Zonder titel, 2017 bij Galerie LOOF.

Yolanda Hartsuiker (pianolerares), Age (haar man, kunstenaar) en Annemee (hun dochter, vormgever) begonnen in 2014 samen Galerie LOOF. In Jubbega, een Fries dorpje in de buurt van Heerenveen. De galerie is drie middagen per week open, per jaar komen er zo’n vijftienhonderd bezoekers. Yolanda Hartsuiker: „Als ik dat zeg tegen collega’s in het westen van het land, dan zeggen die: hoe lukt het je om zoveel mensen binnen te krijgen?” Haar antwoord: „Wanneer mensen bij ons komen, ontvangen we ze als gasten, met koffie of thee. Want we weten: ze hebben er speciaal een reis voor gemaakt.”

De galerie staat in de grote achtertuin, vroeger werden in het gebouw de vrachtwagens geparkeerd waarmee bij de boeren de melk werd opgehaald. Die locatie speelt ook een rol, zegt ze: „Wij zijn niet een white cube, waar je de galeriehouder achter de computer ziet zitten, en verder niemand, zodat je bij nader inzien maar liever doorloopt.” Nog een verklaring: „Wij wisselen elke zes weken van tentoonstelling – en door de museale opstellingen beschouwen mensen ons ook een beetje als een museum. Dan ga je denk ik sneller naar binnen.”

In Heerenveen begon Albert Oost in 2014 ook een galerie, melklokaal. De voormalige melkfabriek is twee middagen open, ook hier komen per jaar ongeveer vijftienhonderd bezoekers. Albert Oost: „Als ik dat vertel in Amsterdam, geloven ze me gewoon niet.” Zijn verklaring: „Veel van die bezoekers maken er op zondagmiddag een kunstrondje van.” Ze kunnen dan, in een straal van een kilometer of vijftien, terecht bij melklokaal, Galerie LOOF, Kunstruimte Wagemans (Beetsterzwaag, sinds 1997), Galerie Hoogenbosch (Gorredijk, sinds 1990) en Galerie Steven Sterk (Gorredijk).

Misschien bleven ze achter

Of natuurlijk in Museum Belvédère in Heerenveen. Daar begint vandaag de vierdaagse kunstbeurs Art Noord, waar naast deze vijf galeries nog zes andere, uit de noordelijke provincies afkomstige galeries, één kunsthandel en één uitgeverij zullen staan. „Misschien bleven we achter, hier in het noorden”, staat op de eerste pagina van de catalogus van Art Noord, „of onopgemerkt – hoe dan ook, daar zijn we weer.” Sinds in 1999 in Zuidlaren de laatste, door Wim van Krimpen georganiseerde editie plaatsvond van Noordkunst, staat er ook in, is in het noorden „geen kunstbeurs van enig niveau meer gerealiseerd”.

Vanwaar dan nu deze beurs? En wat kun je er verwachten?

Directeur Han Steenbruggen van Belvédère noemt Art Noord „in de eerste plaats een avontuur – we proberen het, maar we weten niet hoe het gaat lopen”. Het idee voor een nieuwe, noordelijke kunstbeurs was er al eerder, vertelt hij, maar verzandde toen de crisis toesloeg. Op kunst werd bezuinigd door de overheid, maar ook door bedrijven en particulieren. Veel galeries verdwenen. „Maar de laatste jaren zie je weer nieuwe initiatieven. En dat elan willen wij aanjagen, daarom was dit het moment om dat oude plan weer op te pakken.”

Museum Belvédère begon als particulier initiatief in 2004, „dus wij zijn gewend om commercieel te denken”, zegt Steenbruggen. In 2011 konden bedrijven en particulieren kleine solotentoonstellingen sponsoren, „wat leidde tot 45 presentaties in één jaar”. En in 2016 was er ‘Vrij naar Mankes’, waarbij meer dan honderd lokale kunstenaars hun eigen interpretatie maakten van het toen net verworven Slootje met overhangende dopheide van Jan Mankes. Aan de veiling van die werken hield het museum ruim 40.000 euro over.

Harmen van der Tuin, Zonder titel, 2017, mixed media, 43×43cm Galerie LOOF

Art Noord moet vooral de galeries geld gaan opleveren. Steenbruggen: „We willen aan het einde natuurlijk kunnen zeggen dat het goed was, en niveau had, maar het succes van een beurs staat of valt met de verkoop: de standhouders moeten eraan verdienen.” Voor de duur van de beurs zijn de twee vleugels waaruit het museum bestaat volledig leeggehaald. „De galeries betalen minder voor een plaats dan bij een kunstbeurs waarvoor ruimte wordt gehuurd – en die speciaal moet worden opgebouwd.” Zelf hoopt het museum geld over te houden aan de verkoop van de entreebewijzen (12 euro).

En de verkoop van de kunstwerken, heeft hij daar verwachtingen over? Steenbruggen: „Nu het economisch beter gaat, zie je dat de kunstverkoop in het westen van het land aantrekt. Bij particulieren, maar ook bij bedrijven. Die stralen weer culturele betrokkenheid uit, door kunst op te hangen in hun bedrijfsruimte of door culturele instellingen te sponsoren. Maar in het noorden is dat besef tot nu toe minder doorgedrongen.”

Aan de prijzen hoeft het niet te liggen, zegt hij: „Kwalitatief goede kunst is hier nog altijd betaalbaarder, de prijzen van kunstenaars uit het noorden liggen sowieso lager. Dus wij zeggen met deze beurs: het wordt tijd mensen, koop weer eens wat.” Gemiddeld gaat het om 3.000 à 4.000 euro voor een kunstwerk.

Het is een avontuur, zeggen ook de galeriehouders. Albert Oost, die vier ruimtes heeft gehuurd: „Het kost mij geld, zonder dat ik weet wat het gaat opbrengen. Maar toen ik drie jaar geleden begon, was dat ook een gok. En melklokaal is er nog steeds.” Yolanda Hartsuiker: „Toen wij begonnen wist je: het wordt moeilijk, maar het is de moeite waard. En je wist ook: als er veel galeries zijn verdwenen, is er meer ruimte op de markt. Uiteindelijk viel het reuze mee. Wij staan vaker op beurzen en eigenlijk is het altijd spannend, maar leuk tegelijk.”