Dumoulin vliegt naar wereldtitel

WK Wielrennen

Tom Dumoulin won als eerste Nederlandse man goud op de tijdrit. Met grote overmacht. „Tijdrijden moet je snappen.”

Tom Dumoulin was zo oppermachtig dat hij de slotklim van de Mount Fløyen gewoon met zijn zwaardere tijdritfiets kon oprijden. Foto Cornelius Poppe/EPA

De man vloog over het parcours alsof het niet precies was gaan regenen toen hij van het startpodium rolde, de wegen glibberig, het zicht slecht. Hij vloog alsof zijn concurrenten niet meer dan figuranten waren in het toneelstuk dat alleen door hem gedragen kon worden, als superspecialist bij voorbaat al de hoofdrolspeler, ongeacht het resultaat. Hij vloog met een lichaam dat soms niet van hem leek, want toen hij op zijn fietscomputer getallen zag staan die hij zelden had gezien, kreeg hij het idee dat het ding defect was. Hij kon niet anders dan concluderen dat hij kon vliegen, hoe en waarom deed er niet toe.

Tom Dumoulin werd in het Noorse Bergen de eerste wereldkampioen tijdrijden in de Nederlandse geschiedenis, in een jaar dat hij ook de eerste Nederlandse winnaar van de Giro d’Italia werd. We zouden bijna vergeten dat hij met zijn Team Sunweb drie dagen eerder ook al de beste van de wereld werd op het onderdeel ploegentijdrit. En dan moet de wegwedstrijd nog verreden worden op dit WK wielrennen, komende zondag. Ook een doel, hij is voor drie onderdelen naar Noorwegen gekomen. En niets lijkt meer onmogelijk voor deze 26-jarige wielrenner uit Maastricht.

Verbazing

„What the fuck, what the fuck”, klonk het aan de finish bovenop Mount Fløyen, precies de woorden die hij eind mei op het Piazza Duomo in Milaan wist uit te brengen toen hij besefte dat hij de Giro had gewonnen, ook met een tijdrit die de concurrentie te kijk zette. De woorden staan voor verbazing over het eigen kunnen. Maar de overwinning in de Giro heeft Dumoulin doen beseffen dat hij tot dingen in staat is die hij nog niet voor mogelijk had gehouden, niet nu al, pas aanbeland in de zomer van zijn carrière. Hij kan nog wel een decennium vooruit, omdat hij pas ver in zijn tienerjaren met fietsen begon. Hij is nog fris, van lijf en leden.

En zo begon hij ook aan deze driekamp in Noorwegen, uitgerust, ontspannen, slaperig bijna, tenminste, zo zat hij erbij op maandag in het hotel van het Nederlands team. Hij vergiste zich zelfs in de dag dat hij zijn tijdrit moest rijden, morgen dacht-ie, het scheelde 24 uur. „Ik ben soms een verstrooide professor”, zei hij, enkel gefocust op wat er echt toe doet: hard fietsen. Wanneer maakt niet uit.

De eerste helft van zijn seizoen ging hem om de Giro, top vijf was al mooi geweest, maar dat ging dus beduidend beter. Met het roze in Milaan was zijn seizoen geslaagd, maar nog verre van voorbij.

Op adem komen

Daarna ging hij met vakantie, om bij te komen van de storm die hij zelf veroorzaakt had, om zich vervolgens met een op adem gekomen lichaam en dito geest te concentreren op doel twee van het seizoen: het WK wielrennen. Want net als bij de Giro had hij aan het begin van dit jaar gezien dat het parcours van de tijdrit perfect paste bij zijn capaciteiten: glooiend over een kilometer of zevenentwintig, en als grote finale een spectaculaire klim van gemiddeld 9 procent. Daarmee waren de tijdrijders pur sang al bij voorbaat kansloos, want te zwaar gebouwd om hard omhoog te kunnen. Nee, hier ging een renner winnen die goed kan beuken, maar ook goed kan klimmen, een zeldzame combinatie. Eigenlijk houd je dan alleen ’s werelds beste ronderenners over. En daar hoort Dumoulin sinds dit jaar bij, op z’n zachtst gezegd.

Het heel precies uitkiezen van die momenten aan het begin van het seizoen is de sleutel tot Dumoulins succes. Want in het hedendaagse wielrennen is het niet meer mogelijk om a la Eddy Merckx alle wedstrijden die er zijn te winnen. Renners specialiseren zich nu in een discipline en laten hun wedstrijdprogramma afhangen van het parcours dat aan het begin van het jaar wordt gepresenteerd. Past dat in hun straatje, dan gaan ze zich daarop richten. Dumoulin en zijn Team Sunweb hebben dat dit seizoen tot een kunst verheven.

Lees ook het profiel over Dumoulin: Als jonge renner was Dumoulin al motor van de groep

Een wereldtitel moest er ook eindelijk maar eens van komen, na twee min of meer mislukte pogingen: in 2014 werd Dumoulin derde op de tijdrit, vorig jaar elfde. Op een wereldkampioenschap was hij nooit in de beste vorm verschenen, misschien telkens vermoeid na een lang seizoen.

En dus twijfelde hij de voorbije weken. Niet alleen vanwege die WK-geschiedenis, maar ook omdat hij zich tijdens wedstrijden in Canada en op trainingen eerder deze maand niet zo sterk voelde. Achteraf blijkt dat zijn lichaam aan de andere kant van de oceaan nog bezig was de opdoffers van een hoogtestage in Italië te verwerken. Superbenen kweek je niet met een paar stevige sessies. Die zijn het resultaat van een wetenschappelijk benaderd plan, uitgevoerd door een sportman hongerig naar succes. De twijfel was weg op het moment dat hij in Noorwegen landde. Toen zat het zware werk erop, en hoefde hij het alleen nog af te maken.

Dat deed hij woensdag met groot vertoon van macht. De Sloveen Primoz Roglic eindigde op 57 seconden, Chris Froome op 1.21 minuut. Op alle tussenpunten vaagde Dumoulin de concurrentie weg, ook al moest hij in de tweede helft van de tijdrit rustig door de bochten, die glad waren geworden door de regen, en extra glad voor hem omdat hij had gekozen voor snelle droogweerbanden. Op de rechte stukken maakte hij die verloren tijd ruimschoots goed, door onwaarachtige vermogens te trappen.

Wisselzone

In feite kon hij rustig tegen Mount Fløyen op rijden, met zijn tijdritfiets, die een kilo zwaarder is dan de fiets waar sommigen op sprongen in een in allerijl ingerichte wisselzone. Dumoulin deed dat na wikken en wegen uiteindelijk niet, omdat die tijdritfiets nu eenmaal als een verlengstuk van zijn lichaam voelt, zo natuurlijk is het voor hem om voorovergebogen in een stuur te liggen en dan om het hardst te trappen, of de weg nu omhoog loopt of niet.

Waar ’m dat precies in zit, weet hij niet. Hij traint niet eens overdreven veel op dit onderdeel. „Het gaat om een gevoel voor snelheid, voor momentum. Tijdrijden moet je snappen”, aldus de man die dat van iedereen in de wereld op dit moment het beste doet.