Doorstoempen óf wisselen van fiets?

Tijdrit mannen

De klim wordt essentieel in de tijdrit bij de mannen woensdag. Helpt het om vóór de beklimming over te stappen naar lichtere fiets?

Tom Dumoulin in actie tijdens het Nederlands Kampioenschap tijdrijden Foto: ANP/Vincent Jannink

Dinsdagochtend een uur of tien, Vetrlidsallmenningen, zomaar een winkelstraat in het Noorse Bergen. Gezellig is het er, met links en rechts geel- en roodgeverfde gevels, en de perfect gesorteerde kasseien dompelen het geheel in die typisch Scandinavische sfeer van ruig maar lieflijk. Een Ethiopische wielrenner schakelt verkeerd tijdens een rondje verkennen en als zijn ketting eraf vliegt, valt hij bijna om. Zijn ploeggenoten schateren het uit.

Aan het eind van de strook, die met 6 à 7 procent omhoog kruipt, buigt de weg naar links af. Maar je kunt ook een smal straatje naar rechts nemen, en dan begin je aan de iets meer dan drie kilometer lange klim naar Mount Fløyen, een berg van 425 meter hoog. Daar, over dat straatje, rijden de mannen tijdens de tijdrit van woensdag.

Onderweg naar de top kan de nieuwe wereldkampioen tijdrijden het verschil maken met zijn concurrenten – stijgingspercentages tot 14 procent zijn niet geschikt voor de machtige tijdrijders die op het vlakke hun kracht kwijt kunnen.

De klim wordt essentieel. En juist daarom is er verwarring ontstaan over hoe ’m het best te tackelen: gewoon, op de aerodynamische maar zware tijdritfiets, of kunnen er kostbare seconden worden gewonnen door aan de voet te wisselen naar een gewone wegfiets, die een stuk lichter is, wendbaarder, en geschikter voor steil bergop?

Ritme doorbroken

Maar wisselen kost onherroepelijk tijd: de renners moeten afremmen, van hun fiets af, op een nieuwe springen en weer vaart maken. En dat allemaal vlak voor ze aan een steile klim beginnen.

Een mecanicien duwt hen weliswaar op gang, maar uit hun ritme zijn ze sowieso. Niet onbelangrijk, zeker niet aan het eind van een tijdrit, wanneer fysieke pijn beter te negeren is als die voortdurend van eenzelfde intensiteit is. Vergelijk het met stoppen voor een rood stoplicht tijdens een rondje hardlopen: dat is hinderlijk. Bovendien moet het allemaal maar goed gaan. Wielrenners wisselen zelden of nooit van fiets tijdens een tijdrit.

En dus is het stuntelen geblazen deze dinsdag, als er gelegenheid is te oefenen.

De Sloveen Primoz Roglic, favoriet voor de wereldtitel want vorig jaar winnaar van een glooiende tijdrit in de Giro d’Italia, oogt alles behalve op zijn gemak. Twee mannen in blauw staan klaar als hij na een scherpe bocht de kasseien van de Vetrlidsallmenningen op stuift; op zijn tijdritfiets komt hij boven de veertig kilometer per uur op zijn collega’s af. Zijn rechterbeen zwaait hij achter zijn zadel langs, hij remt, springt, klikt zijn linkerschoen uit zijn pedaal, laat zijn tijdritfiets los, maakt onwennig een paar hupjes als een jochie die een nieuwe sport onder de knie probeert te krijgen en springt dan op zijn wegfiets.

Op het zadel zoekt hij grip op zijn pedalen, maar vindt die pas als hij helemaal is stilgevallen. Roglic probeert het vier keer, de ene keer nog beroerder dan de andere. Hij schudt zijn hoofd. Hij weet duidelijk niet wat hij doen moet.

Twitter avatar dennismeinema Dennis Meinema Serieuze kandidaat voor de wereldtitel @rogla oefent op de wissel. Daarna vertwijfeling. https://t.co/GxNlaSOdga
Lees ook ons interview met Dumoulin van vorig jaar: ‘Ik houd helemaal niet van alle aandacht.’

Tien seconden winst

Even later komt Tom Dumoulin voorbij, volgens bookmakers dé kanshebber op de regenboogtrui. Hij rijdt op zijn tijdritfiets omhoog, je hoort het aan het dichte achterwiel gemaakt van carbon, dat zoeft bij elke pedaalslag. Hij ramt zich een weg naar het korte klimmetje, dat volgens hem niet eens zo steil is. Hij reed er maandag op zijn wegfiets omhoog, en nu wilde hij ook nog even testen met zijn favoriete vervoermiddel.

Het ziet er gelikt uit. Op dit tweehonderd meter lange stukje van de tijdrit pakt hij zo tien seconden op Roglic, als beide heren woensdag omhoog rijden als tijdens hun generale repetitie.

Collega Wilco Kelderman heeft al vóór het WK besloten. Hij wisselt. De haarspeldbochten onderweg naar de top van Mount Fløyen neemt hij veel makkelijker zonder ligstuur voorop.

Mount Fløyen:

Mathieu Heijboer, bewegingswetenschapper en ploegleider in dienst van Lotto-Jumbo, zei dinsdag in de Volkskrant dat wisselen van fiets tijdens de klim wel degelijk tijdwinst gaat opleveren, in theorie een paar tellen meer dan de fietswissel seconden kost.

Dat is ook waar het team rond Tom Dumoulin in aanloop naar dit WK van overtuigd was. Toen was de Giro-winnaar voor 99 procent zeker. Maar de laatste dagen is hij gaan twijfelen. Voor hem is een goed gevoel vaak van doorslaggevend belang. Een fietswissel kan al kilometers van tevoren in zijn kop gaan zitten, zoals bij iedereen.

Dinsdagavond hakt hij de knoop door, nadat hij de klim op twee fietsen bedwong. Zijn beslissing blijft strikt geheim. Woensdag iets na half zes wordt vanzelf duidelijk waarvoor hij gekozen heeft: getallen of het goede gevoel.